Internet met filter veiliger?

Door Niels Huijbregts, 30 January 2007

Providers moeten door de overheid gedwongen worden, ongewenste zaken te blokkeren en zo zorgen voor een veilig internet. Dat zeggen steeds meer stemmen in de politiek. Interessante stelling, maar laten we dat maar niet doen. Wat op internet gewenst is en wat niet, moet je niet aan je provider overlaten. En al helemaal niet aan de overheid.

Internetfilters zijn al enige jaren onderwerp van debat. Het internet biedt meer dan enig ander medium de mogelijkheid een kijkje te nemen in het diepste duister van wat het menselijk brein te bieden heeft. Als je gericht zoekt, maar ook zonder het te willen, kun je op internet stuiten op porno, haat, geweld en ander materiaal dat je schadelijk zou kunnen noemen. De providers bieden toegang tot dit alles, dus zij moeten ervoor zorgen dat die troep verdwijnt, menen velen. In sommige gevallen klopt dat, maar meestal niet.

Als materiaal zonder twijfel onrechtmatig is, illegaal dus, moeten providers in Europa het weghalen zodra ze weten dat het op hun servers staat. Maar de onrechtmatigheid van materiaal is vaak lastig te bepalen. En meestal staat het helemaal niet op de server van een Europese provider en kan de provider het materiaal dus niet verwijderen.

Dan zou je het, in plaats van te verwijderen, in ieder geval onzichtbaar kunnen maken door filters te gebruiken die ongewenste zaken blokkeren. Dat kan, al zullen ze nooit helemaal volledig werken. Net als bij spamfilters zal er altijd iets doorheen komen; sites die gevonden willen worden, blijven toch vindbaar. Liefhebbers van kinderporno, of haatzaaiende teksten, of terroristisch materiaal, weten elkaar op internet prima te vinden voor uitwisseling van van alles en nog wat, meestal buiten de gebruikelijke paden en dus buiten de filters om. Wat heeft filteren dan voor zin? Filters zouden misschien kunnen voorkomen dat je tegen dit soort informatie aanloopt terwijl je er niet naar op zoek bent. Maar als ik eens diep nadenk, kan ik niet anders dan concluderen dat ik in al mijn jaren op internet nog nooit zulke zaken ben tegengekomen als ik er niet expliciet naar verwezen of naar op zoek was.

Tot zover onrechtmatig materiaal. Maar de roep om filtering van bijvoorbeeld het CDA gaat niet om onrechtmatig, maar om onwenselijk materiaal. De partij wil kinderen beschermen tegen “vunzigheid” en “ranzigheid” in het algemeen en pleit daarom voor een veiliger internet. Dat kan ik me best voorstellen: in een paar uur willekeurig internetsurfen komen seks en geweld vrijwel zeker voorbij, net als bij een paar uur zappen op tv. Oplossingen voor dat probleem bestaan al: voor een paar tientjes zijn diverse programma’s te koop die ongewenste zaken op internet blokkeren. Zo’n programma kan iedereen zelf kopen, daar hoeft de provider zich niet mee te bemoeien en de overheid ook niet. Die zou er hooguit met een Postbus 51 campagne op kunnen wijzen dat zulke programma’s bestaan, maar van de filtering zelf moet ze zich verre houden. Een overheid die bepaalt wat wel en wat niet gezien mag worden, dat riekt naar censuur. Europese en nationale grondrechten verbieden overheidsbemoeienis die de vrijheid van meningsuiting inperkt. De overheid heeft het strafrecht tot haar beschikking om zaken te bestrijden die niet door de beugel kunnen. En wat niet verboden is, mag.

Als de overheid niet bepaalt wat er wel en niet door zo’n filter komt, wie dan wel? Door een filter te gebruiken geef je de verantwoordelijkheid over wat je wel en niet wilt zien, uit handen. Je mag er dan best bij stilstaan, wie dat precies bepaalt. En op basis van welke criteria. Je zou alle vieze woorden kunnen filteren. Op die manier verdwijnen pornosites, maar je filtert zo bijvoorbeeld ook een groot aantal artikelen uit De Volkskrant. Die methode is dus niet zo geschikt omdat het behalve viezigheid ook nieuws over viezigheid filtert. Je zou ook een lijst kunnen bijhouden van alle ongewenste websites op internet. Maar met miljoenen nieuwe domeinnamen per maand is dat onbegonnen werk.

Hoe werkt die filtersoftware dan? CDA’s Mirjam Sterk zei in het verkiezingsdebat van Het Elfde Uur dat ze Filternet van de EO gratis ter beschikking wil stellen aan de Nederlandse burger. Dus laten we daar eens te rade gaan. Filternet is een internetprovider die het internet gezuiverd van narigheid aan u aanbiedt. Het heeft software die het internet afspeurt op zoek naar ongewenste sites. De software wordt geholpen door medewerkers van de EO, die sites aan het filter toevoegen waar de software moeite mee heeft, “zoals sites over occultisme”, zo meldt de website van Filternet. Naast de te verwachten ongewenstheden als racisme, seks en geweld beschermt Filternet ook tegen weddenschappen, paranoia, angst, dood en paddestoelen. Er is vast een markt voor een dergelijk filter, maar subsidiëring door de overheid zodat iedereen een dood- en paddestoelvrij internet kan genieten, is overdreven. Zeelandnet is een andere provider die het internet - naar keuze - gefilterd levert. Daar kun je kiezen uit een aantal pakketten, variërend van ‘alles mag behalve porno’ tot internet zonder dating en chatten, en bij het strengste filter zelfs een idyllisch internet zonder sport, audio/video en alternatieve levensstijlen. Aardig, maar niet subsidiewaardig.

Er zijn vast klanten die zo’n dienst van hun provider op prijs stellen. En zolang klanten zelf kunnen instellen wat zij en hun kinderen wel en niet willen zien, ben ik er niet tegen. Maar eigenlijk moet de oplossing natuurlijk ergens anders gezocht worden. Er zijn een heleboel dingen in het leven die niet veilig zijn en die je liever niet ziet. Die kun je negeren of zelfs onzichtbaar proberen te maken, maar daar zijn kinderen niet bij gebaat. Om hun bescherming is het het CDA te doen, maar kinderen kan je veel beter beschermen door ze uit te leggen dat er dingen in het leven zijn die ongewenst zijn. Je kunt een kind beter leren geen snoep aan te nemen van vreemden, in plaats van alle snoep in de ban te doen. Ongewenste zaken zijn overal: op straat, op tv, in de krant, op het schoolplein. Zorg ervoor dat kinderen daarmee om kunnen gaan. Zodat ze weten wat drugs zijn als ze ermee geconfronteerd worden. Zodat ze weten dat er vieze mannen bestaan die je niet moet vertrouwen. Zodat ze weten dat je dus niet zomaar je naam, leeftijd en adres aan iemand in een chatroom moet geven. Want filters geven schijnveiligheid, ze maken het leven niet mooier dan het is.

Over dit onderwerp organiseren XS4ALL en De Balie een publiek debat op maandag 5 februari. Iedereen is uitgenodigd mee te discussieren in Amsterdam, of de discussie via de live stream te volgen op de site van De Balie. Meer informatie is hier te vinden.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.