Duitsland bespioneert burgers met trojans

Door Niels Huijbregts, 26 April 2007

Gisteren heeft de Duitse Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Peter Altmaier in de Bondsdag verklaard dat de Duitse staat trojans gebruikt om in te breken op de computers van burgers, voor onderzoek in het kader van nationale veiligheid.

Oppositiepartijen vinden dat de staat daarmee veel te ver gaat, maar Altmaier is van mening dat deze inbreuk op de privacy van burgers niet in strijd is met de huidige Duitse wetgeving. In februari is al een zaak voor de rechter geweest waaruit bleek dat de techniek niet door de politie mag worden ingezet om zonder medeweten van de betrokkene, toegang te krijgen tot diens computer. De rechter zei echter niets over het gebruik van de methode door geheime diensten. De oppositie heeft geëist dat de methode niet gebruikt wordt totdat de rechter ook daarover duidelijkheid heeft gegeven.

Het Duitse computermagazine PC-Welt schreef een uitgebreid artikel over het onderwerp: Bundestrojaner: Der Staat als Hacker

Piraterijrichtlijn door EU-parlement

Door Niels Huijbregts, 26 April 2007

De Europese richtlijn die kopiëren strafbaar stelt, is gisteren goedgekeurd door het Europees Parlement. De richtlijn met codenaam IPRED2 stelt inbreuk op intellectuele eigendommen strafbaar en is fel bekritiseerd, voornamelijk omdat de richtlijn te vaag is.

De richtlijn gaat over kopiëren op commerciële schaal, maar wat dat precies inhoudt wordt onvoldoende duidelijk beschreven. Dat zal door de lidstaten moeten worden geprecisieerd wanneer de richtlijn in nationale wetten wordt omgezet. Zoals bleek bij de de bewaarplicht kan dat ertoe leiden dat de uiteindelijke wetten veel strenger worden dan aanvankelijk de bedoeling was.

Door de vaagheid van de richtlijn is onduidelijk of kopiëren voor eigen gebruik, dat in Nederland is toegestaan, ook onder de nieuwe regeling zal vallen.

Nu de richtlijn is goedgekeurd door het EU-parlement, wordt hij doorgestuurd naar de Europese Raad. Wanneer die ook instemt, moet de richtlijn in de lidstaten worden omgezet in nationale wetten.

Auteursrechtorganisaties deugen niet

Door Karin Spaink, 25 April 2007

Auteursrecht is nuttig, maar tegenwoordig krijg ik er de kriebels van. Natuurlijk, als ik een stukje schrijf is het prettig dat niet iedereen dat zomaar kan overnemen en herdrukken of op z’n eigen site kan zetten als was ’t van hen. Maar steeds vaker komen mensen die iets maken waarop auteursrecht van toepassing is, zélf in de problemen door de organisaties de menen hen te vertegenwoordigen, en werkt auteursrecht tegen consumenten.

Jaarlijks moet ik stapels formulieren invullen en krijg dan een bedragje terug. Bijvoorbeeld voor mijn boeken die via de bibliotheken worden uitgeleend en voor stukjes die via de interne systemen van kranten worden verspreid en geraadpleegd. Maar er blijft idioot veel aan de strijkstok hangen - VWS was vorig jaar nog erg boos over zo’n club die wel allerwegen inde maar het intussen verdomde aan de rechthebbenden uit te keren - en de instanties waarbij je publiceert, stellen dodelijke eisen aan hun auteurs. Zo wilde krantenconcern PCM indertijd dat je voor 4% bovenop je honorarium voor een half jaar afstand deed van al je rechten en zelf niks mocht herpubliceren, terwijl zij alles mochten met je werk. Onder dat contract mocht ik mijn eigen stukjes niet op mijn eigen site zetten.

Het wordt erger en erger. Auteursrechtenorganisaties roepen moord en brand over downloaden en piraterij, we lezen wekelijks hoe erg internet voor auteursrechten is, maar tegelijkertijd zijn ze zelf sloom, ouderwets en achterlijk, en verhinderen ze de legale verkoop van materiaal dat mensen graag willen aanschaffen.

De serie The L-Word is mateloos populair onder dames. Iedereen wil ’m zien en velen willen ’m hebben. Maar kopen kán simpelweg niet. Seizoen 2 kwam in Nederland pas anderhalf jaar later op dvd beschikbaar, inmiddels was seizoen 3 in Amerika al zowat ten einde. Daar ga je dan toch niet meer op zitten wachten? Dan download je.

Er zijn veel series die ik subiet op dvd zou kopen als ze beschikbaar waren. Op tv word ik mal van de onderbreking van reclames, je kan nooit eventjes terugspoelen om die geweldige woordenwisseling nog een keer te zien, je moet wachten tot het een omroep behaagt om je favoriet uit te zenden en krijg je series in wekelijkse porties geserveerd terwijl ik liefst zes afleveringen achter elkaar wil zien op een tijdstip dat mij uitkomt. Maar ik kan ze niet kopen. En als ik zo’n serie dan download word ik beschuldigd van piraterij.

Twee weken geleden bereikte de Amerikaanse auteursrechtenorganisatie een voorlopig dieptepunt. Nine Inch Nails toerde door Europa en liet soms ergens USB-sticks achter met daarop een nummer van de nieuwe cd. De band had rare t-shirts waarop sommige letters anders gekleurd waren en samen de naam van dedicated websites vormden; kortom, de band deed van alles om een leuke buzz rondom de nieuwe cd te scheppen. De fans werkten gretig mee: de liedjes op de gevonden USB-sticks worden rondgestuurd, de verborgen websites werden publiek gemaakt. Het was een mooi spel tussen band en fans.

Totdat de Amerikaanse muziekindustrie dreigde met rechtszaken tegen sites die de USB-liedjes beschikbaar stelde. Nine Inch Nials heeft godbetere een eigen label, die auteursrechtenorganisatie gaat daar helemaal niet over. De dag dat de cd uitkwam kon je de hele cd beluisteren op de website van de band. De auteursrechtorganisatie was not amused.

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool en is met toestemming hier overgenomen.

Een bijdrage van Karin Spaink

Karin Spaink is schrijver. Zij publiceert regelmatig, onder andere in Het Parool en op haar eigen site. Ze is bovendien hoofdredacteur van The Next Ten Years

De oude nieuwe virtualiteit

Door Menso Heus, 23 April 2007

Niemand lag ervan wakker toen Anthony Burgess in 1962 A Clockwork Orange publiceerde. Het boek schetst een bar en boos toekomstbeeld van Engeland: de hoofdpersoon en zijn makkers zijn extreem gewelddadig, aan de drugs en verkrachten bovendien meisjes van tien.
Dat veranderde toen Stanley Kubrick het boek in 1971 omzette naar beeld en geluid: zijn verfilming ontving een stortlading aan kritiek en werd in Engeland al snel weer van de markt gehaald. Burgess’ wereld vormde zich niet langer in het hoofd van de lezer maar werd door Kubrick gevisualiseerd op een manier die weinig aan de verbeelding overliet. Nog later werd het verhaal ook diverse malen naar toneel omgezet, waarbij er geen ophef ontstond: het beeld was inmiddels bekend.
In welk medium een verhaal wordt gepresenteerd, maakt kennelijk veel uit voor de ontvangst ervan: we tolereren meer in boeken dan in beeld, of algemener gesteld: we schrikken minder van oude dan van nieuwe media.

De Humanistische Omroep kent sinds 2002 het programma De vloer op. Het concept is simpel: een regisseur heeft een scène bedacht en vraagt twee tot drie acteurs die uit te spelen op een vrijwel leeg toneel. Er hangt een kledingrek, er staat een bank, een bed, verder niets. De acteurs weten op voorhand niet wat ze gaan spelen, dat vertelt de regisseur ze pas ter plekke: ‘Peter heeft een paar jaar gevangenisstraf uitgezeten wegens seksueel misbruik van kleine jongetjes. Als hij opnieuw in de fout gaat, vraagt hij zijn zoon Marijn, die rechten studeert, of die hem juridische hulp kan bieden. Succes jongens!’ De acteurs lopen het toneel op, trekken iets aan en dan begint het spel. Wat het programma kostelijk maakt is dat er, buiten de korte omschrijving, geen scenario is. De acteurs moeten hun talent bewijzen door zelf het verhaal draaiende te houden. Soms grijpt de regisseur in als het nergens meer heen lijkt te gaan, of simpelweg om er nog een schepje bovenop te doen: ‘Marijn, de deurbel gaat, een van de jongetjes die je vader misbruikt heeft staat voor de deur… Dat kun jij mooi spelen Henk, ga er maar bij staan.’ De acteurs meten zichzelf een nieuwe identiteit aan, die van hun personage, en betreden - zodra ze het toneel oplopen - een virtuele wereld.

De vloer op lijkt als twee druppels water op de roleplaying games die eind jaren zeventig populair werden. Zo’n spel bestond eigenlijk alleen uit een handvol regels die een wereld beschreven: hoe steekt-ie in elkaar, wat kan er, wat niet. Net als bij De vloer op zitten spelers aan tafel te improviseren over wat hun personage in die bedachte wereld doet. De spelleider of regisseur beschrijft de herberg waar de spelers voor staan, de spelers besluiten of ze doorlopen of naar binnen gaan. De spelers willen naar binnen. De regisseur beschrijft hoe de herberg er van binnen uit ziet en maakt als geheugensteuntje wellicht een schets op papier. ‘In de hoek zit een onguur type jullie kant op te kijken.’ De spelers moeten bedenken wat ze gaan doen en dienen daarbij in lijn te handelen met het karakter dat ze hebben bedacht. De stoere krijger kan niet ineens bang zijn voor een gevecht, terwijl de bange dief nooit vooraan zal gaan staan. Gesprekken tussen de spelers vinden echt plaats. Wanneer een van de spelers met de herbergier wil praten, neemt de regisseur de rol van herbergier op zich en knoopt een praatje aan in de eerste persoon, zoals in onze alledaagse gesprekken. De fysieke handelingen (‘Ik neem een slok van mijn bier’) worden omschrijvend uitgesproken. Ook hier zien we mensen die zichzelf een alternatieve identiteit aanmeten en een virtuele wereld betreden.

Zulke roleplaying games (ik hou het even bij de Engelse term, bij het Nederlandse ‘rollenspel’ denkt iedereen direct aan SM en doktertje spelen) zijn niet alleen een manier om een verhaal te spelen maar vooral een manier om samen aan een verhaal te werken. Immers, er is niet één schrijver, er is geen vaststaand begin, midden of einde: de spelers en spelleider bedenken ieder voor zich wat er moet gebeuren, waarbij de spelleider het verhaal enigszins draaiende probeert te houden. Dit vertier stuitte indertijd op veel weerstand. Veel Christenen waren fel tegen, de meeste roleplaying werelden zaten vol elfjes, trollen en andere Tolkiensiaanse wezens: dat vond men duivelsaanbidding. Anderen vreesden dat de spelers niet in staat zouden zijn de werkelijkheid en realiteit gescheiden te houden. Opmerkelijk genoeg was er tegelijkertijd niemand die zich zorgen maakte of Malcom McDowell, de hoofdrolspeler in A Clockwork Orange, voortaan verkrachtend en moordend door het leven zou gaan.

Roleplaying games vonden een online incarnatie in de vorm van zogenaamde Multi-User Dungeons. Deze spellen waren volledig tekstueel, je kreeg omschrijvingen op je scherm te zien en kon door een windrichting in te typen verder navigeren. Als je mazzel had kwam je andere mensen tegen waarmee je kon chatten en samen op avontuur kon.
Recent is er een gigantische 3D-wereld online gezet waarin gebruikers zelf een verhaal kunnen bouwen. Second Life van LindenLabs is uniek in zijn soort, het is niet alleen een omgeving waarin mensen online met elkaar kunnen babbelen; ze kunnen zelf voorwerpen, scenario’s, ja zelfs hele werelden in die online omgeving bouwen en die met andere spelers delen. Second Life bestaat inmiddels uit een conglomeraat van werelden. Er zijn gebieden geïnspireerd op science-fiction werken zoals Frank Herberts Dune of op getto’s zoals in Singletons Boyz ‘n the Hood. Van mysterieuze oorden die doen denken aan Tolkien tot post-apocalyptische toekomstbeelden zoals Blade Runner, je kunt het zo gek niet bedenken of je vindt het terug in Second Life. Vergelijkbare omgevingen kon je eerder in de op tekst gebaseerde Multi-User Dungeons aantreffen, maar net als bij A Clockwork Orange ontstond de commotie pas bij de transformatie van woord naar beeld.

De media hebben verschillende malen ‘schokkende’ berichten gebracht over wantoestanden in Second Life. Zo zou er sprake zijn van vrouwenverkrachting, kinderporno, racisme, en god weet wat nog meer. Dezelfde vreselijke dingen als Burgess beschreef in een boek waar hij prijzen voor ontving en die Kubrick verfilmde met een Oscarnominatie als resultaat.
Nu blijkt dat we dertig jaar na A Clockwork Orange níet met een generatie zitten die massaal in witte pakken over de straten loopt terwijl ze mensen in elkaar slaan en verkrachten, lijkt de aandacht van de klokkenluiders zich te hebben verplaatst van de verfoeilijke cinema naar de online wereld. Het nieuwe medium dat, als je hen mag geloven, een ongelooflijke invloed op onze jeugd heeft. En net als voorheen bij boeken, roleplaying games en films kunnen we die invloed niet meten. Als de imitatietheorie klopt, zou je verwachten dat de eersten die zich gaan misdragen de filmacteurs zijn die de rollen daadwerkelijk spelen in plaats van er alleen naar te kijken. Dat gebeurt niet. Waar een acteur de rol van een pedofiel in film of toneel zonder gevolgen kan spelen, geloven we dat een medium als Second Life waar mensen eenzelfde rol spelen als ‘een broedplaats voor pedofielen’ fungeert. Dat meende een psycholoog in Netwerk tenminste. Dan is de vraag waarom mensen in Second Life dat soort rollen zouden willen spelen. Misschien kunnen we het aan Robert de Niro vragen die voor het spelen van gestoorde psychopaten in films als Cape Fear en Taxi Driver Oscar nominaties in de wacht sleepte. Of anders aan Sir Anthony Hopkins, die voor het neerzetten van de zeer verontrustende Hannibal Lecter in Silence of the Lambs zelfs een Oscar ontving. Beiden hebben ze verschrikkelijke verbeeldingen tot leven gebracht en daarmee de films waarin ze speelden. Ze hebben ook genoeg personages gespeeld die men als ‘normaal’ zou kunnen bestempelen. Dat gedrag zie je ook terug in roleplaying games aan tafel en op de computer. Personages komen en gaan, de nare, ziekelijke personages maken het verhaal ongelooflijk veel interessanter en spannender maar leven over het algemeen ook een stuk korter omdat de kritieke massa van mensen die ze iets misdaan hebben snel bereikt wordt, waarna die massa met ze af wil rekenen.
Voor films en televisie betalen we, voor sommige spellen online die kant en klaar worden geleverd zoals World of Warcraft doen we dat ook maandelijks. Het zal mij niet verbazen als er binnen vijf tot tien jaar mensen betaald worden door andere spelers voor de rol die zij spelen in een virtuele wereld. Een boel van de roleplaying gebieden in Second Life worden al in stand gehouden door donaties van de mensen die er veel komen.

Wanneer je het medium even negeert en je concentreert op de verhalen die worden verteld, is er de afgelopen duizenden jaren weinig veranderd. Helden, boeven, agenten, moordenaars, goedheiligmannen en kinderverkrachters, allemaal zijn ze talloze keren de revue gepasseerd, in orale overleveringen, op papier, op toneel, op het grote doek en op de computer. De vorm ontwikkelt zich met de technologische ontwikkelingen mee, maar inhoudelijk verandert er niets: mensen meten zich een andere identiteit aan en betreden een virtuele wereld. Dat deden ze op het toneel, dat deden ze in de film, dat deden ze met roleplaying games aan tafel en dat doen ze nu in online werelden als Second Life. Internet heeft ervoor gezorgd dat het onderscheid tussen lezer, redactie en uitgever op het gebied van tekst is vervaagd. Zoals Paul Saffo ooit in Wired schreef: de drukpers heeft het geschreven woord enorm helpen verspreiden en leven ingeblazen maar de prijs die we daarvoor betaalden was dat woorden verschrikkelijk formeel werden en onveranderbaar. Je kon als lezer teksten lezen, maar ze niet wijzigen. Met beeld is iets vergelijkbaars gebeurd: het werd vastgelegd en verspreid door de film- en televisie-industrie, ingrijpen kon je als kijker niet. Op internet kan dat wel: je kunt er kijker, acteur en regisseur tegelijkertijd zijn in interactieve, geïmproviseerde verhalen. Dat fenomeen kenden we al van roleplaying games, maar pas nu er beeld bij komt, raken we allemaal weer enorm in de war en zien we hetzelfde gebeuren als rond verfilming van A Clockwork Orange. Het verhaal wordt visueel, en wij worden dertig jaar terug in de tijd geslingerd.

Er zijn mensen in onze samenleving die vinden dat ieder medium opnieuw de strijd om artistieke vrijheid moet leveren. Diezelfde mensen hebben ervoor gezorgd dat Catcher in the Rye op de helft van de scholen in Amerika verplichte kost is en op de andere helft verboden. Sallingers werk zou, net als American Psycho van Bret Easton Ellis, geweld en seksueel geweld glorificeren. Beide boeken zijn - evenals veel andere boeken waar veel om te doen is geweest - in de eerste persoon geschreven, een perspectief dat kennelijk voor extra verwarring zorgt. De vraag rijst of het misschien niet zozeer de schrijver en lezers zijn die werkelijkheid niet van fictie zouden kunnen onderscheiden, maar juist de critici die dat niet kunnen.

De kritieken op deze stelling zullen, zo voorspel ik, gelijk zijn aan de kritieken over de kwaliteit van teksten op internet. Zoals eerder al vermeld heeft de drukpers het woord verspreid en heeft het web het bevrijd. Datzelfde lijkt nu te gebeuren voor acteren. En de kritieken lijken ook verdacht veel op elkaar. Bij teksten werd al snel geroepen, door de professionele pers en schrijvers, dat een boel mensen die dat op het internet deden helemaal niet kunnen schrijven. Sterker nog, ze hebben ook nog eens niets te melden. Belachelijk dus. Ondertussen zijn er een aantal grote weblogs die meer lezers trekken dan het gemiddelde dagblad. Een boel kleinere hebben wellicht maar een paar lezers, maar daar gaat het niet om. Mensen hebben plezier aan het maken en aan het lezen, de kwaliteit is daarbij minder belangrijk. Met roleplaying games zien we hetzelfde, alleen acteurs achten we klakkeloos in staat om werkelijkheid en fictie van elkaar te scheiden, de rest van het volk zou dat beslist niet kunnen. Gezien het feit dat we niet allemaal moordend en verkrachtend over straat rennen lijkt dat vooralsnog allemaal wel mee te vallen. De experts kunnen het nog niet meten, want daar is het te kort voor. Maar media als boeken, film en televisie zijn al veel langer beschikbaar en daarbij blijkt het, ook na al die jaren, verdacht lastig om vast te stellen dat deze als stimulans werkt voor misdaden in het echte leven.

Dat er op vrijwel alle plekken in Second Life waar roleplaying games gespeeld worden een Kijkwijzer ingebakken zit, wordt voor het gemak vergeten. Iedereen die zich aanmeldt bij Second Life moet tenminste achttien jaar oud zijn, met een druk op een knop kun je ongewenst gedrag melden, op negen van de tien plekken mogen personages in kindervorm wel rondlopen maar onder geen beding deelnemen aan seksuele activiteiten. Doe je dit wel, dan wordt je als speler, de persoon achter het toetsenbord, resoluut en permanent uit dergelijke gebieden verwijderd.
In onze niet-virtuele werkelijkheid worden in Nederland per jaar naar schatting 50.000 kinderen daadwerkelijk misbruikt, veelal door hun echte familieleden. De virtualiteit daarvan is ver te zoeken en het publieke debat er over ook. De scheidingslijn tussen werkelijkheid en virtualiteit lijkt hierbij weer te vervagen: waar de media nu al enige tijd bericht over virtueel misbruik moet de overheid een campagne starten om verborgen kinderleed in de echte wereld onder de aandacht van haar bevolking te brengen. Het is de wereld op zijn kop en als we zo doorgaan zal, door de groeiende absurditeit in de echte wereld deze steeds meer op een virtuele beginnen te lijken.

Een bijdrage van Menso Heus

Menso Heus schreef eerder voor Net Magazine en de internationale Sarai Reader. Hij is mede-auteur van 'Een wereld te winnen', een boek over virtuele werelden en online gaming. Momenteel werkt hij bij Gendo waar hij bedrijven adviseert over het gebruik van nieuwe technologieën binnen hun organisatie.

Yahoo medeplichtig aan marteling?

Door Niels Huijbregts, 19 April 2007

De Chinese dissident Wang Xiaoning heeft Yahoo voor het Amerikaanse Federale gerecht gedaagd wegens medeplichtigheid aan marteling. Dat meldt CNet.

Wang zit in de gevangenis wegens het uiten van kritiek op de regering via internet. Hij schreef anoniem stukken op Yahoo Groups waarin hij opriep tot democratisering van het politieke bestel van China. Chinese opsporingsdiensten vroegen Yahoo, te helpen bij de opsporing van de anonieme schrijver. Wang werd opgepakt en ernstig mishandeld, waarna hij werd veroordeeld tot 10 jaar cel.

Wang stelt dat Yahoo medeplichtig is omdat het bedrijf op verzoek van de Chinese regering heeft meegewerkt aan zijn opsporing en die van andere kritische Chinezen. Hij hoopt Yahoo te bewegen, niet meer samen te werken met de ondemocratische Chinese overheid.

OPTA zoekt werkgelegenheid

Door Simon Hania, 19 April 2007

OPTA heeft op 17 april een rapport laten verschijnen over internetveiligheid. Dit naar aanleiding van een artikel in de Telecomwet die aanbieders een zorgplicht geeft voor de veilgheid van hun diensten. Daarbij wordt hen opgelegd “passende maatregelen” te nemen. Inhoudelijk is er met het rapport niet zoveel mis, vind ik. Da’s niet vreemd, ik heb er inhoudelijk aan bijgedragen.
OPTA heeft er ook een publieke brief aan alle ISP’s bij gedaan. Daarin wordt andere aanbieders gevraagd wat zij er van vinden. “Consultatie van de markt” heet dat. Keurig. Maar OPTA gaat verder: op basis van het rapport stelt zij voor om een aantal basismaatregelen verplicht te gaan stellen en daar toezicht op te gaan houden.

En daar nu gaan ze wat mij betreft te ver.

In de eerste plaats omdat OPTA de regels alleen van toepassing kan laten zijn op aanbieders van telecommunicatiediensten in Nederland. Want verder strekken de bevoegdheden van OPTA niet. En inhoudelijk is dat niet heel effectief. De bron van de meeste onveiligheid op internet zit namelijk helemaal niet bij de ISP. Die zit in het buitenland, bij buitenlandse serviceproviders, bij buitenlandse softwareleveranciers en bij buitenlandse gebruikers. Maar ook bij de Nederlandse overheid zelf die bijvoorbeeld burgers vertelt dat ze hun DigID prima kunnen delen. Of bij webwinkels die hun technische veiligheid niet op orde hebben en klantgegevens laten weglekken. Je zet dus Nederlandse bedrijven op een achterstand ten op zichte van aanbieders, die vanuit het buitenland Nederlandse klanten bedienen, met maatregelen die eigenlijk alleen effectief zijn als die anderen er juist wel bij betrekt.

Maar waarom ik vooral tegen deze regelzucht ben, is omdat de maatregelen zodanig standaard zijn, dat ze allang door elke welopererende ISP in Nederland genomen zijn. En met de huidige consolidatiegolf in de markt zijn er alleen nog maar weloperende ISPs. We gaan dus nu een reguleringcircus optuigen voor iets dat er al is. Da’s nodeloos ambtenaren aan het werk zetten. Dat lijkt me met de huidige kabinetsdoelstellingen op het gebied van terugdringen van de omvang van het ambtenarencorps niet gewenst.

En er nog eens over nadenkend: het zou wel eens kunnen zijn dat overheden met regelgevingsdrift de grootste bedreiging vormen voor de stabiliteit en veiligheid van internet. Dat vervangt de dynamiek van zelforganisatie door statisch regelgevingsbeton. Laat het alstublieft aan de vakman over. Die gaan ver.

Een bijdrage van Simon Hania

Simon Hania is technisch directeur bij XS4ALL

Stemmachines, een verweesd dossier

Door Niels van Veen, 18 April 2007

De Commissie Besluitvorming Stemmachines heeft haar rapport aangeboden. Het rapport is kritisch over het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het rapport is te vinden op de website Wijvertrouwenstemcomputersniet.

Filterdienst van Google “Claim Your Content”

Door Niels van Veen, 17 April 2007

ZDNet schrijft over de aankondiging door de CEO van Google van een nieuwe filterdienst. Deze dienst moet verhinderen dat auteursrechtelijk beschermd werk kan worden verspreid via YouTube.

Max Havelaar revisited

Door Niels van Veen, 16 April 2007

Nu.nl schrijft vandaag over een Australiër die Youtube met succes, maar zonder recht, heeft gesommeerd om meer dan tweehonderd video’s te verwijderen. Volgen het bericht deed Youtube geen enkele moeite om de beweringen van de jongen te controleren.

Het bericht brengt een onderzoek van Bits of Freedom in herinnering waaruit bleek dat een aantal internetbedrijven ook in Nederland lichtvaardig auteursrechtelijke claims honoreert.

Zuid-Afrika: een online township?

Door Elvira van Noort, 16 April 2007

Rhodes University in Grahamstown, het dorp met de eerste Internetverbinding in Zuid-Afrika, ligt als een Gaza strook-muur tussen arm en rijk. Rijk heeft toegang tot het Internet, arm weet niet wat het Internet is. Maar geen paniek, Zuid-Afrika werkt aan een online inhaalslag.

Terwijl academisch Nederland sinds de jaren tachtig al op het Internet actief is moesten Zuid-Afrikanen wachten tot 1994, toen slaagde Rhodes University (RU) in het aanleggen van een directe verbinding met Amerika.

RU probeert iets aan die grote verschillen tussen rijk en arm te doen door in township scholen wireless Internet te introduceren en computerlessen te geven. Tijdens de jaarlijkse Highway Africa conferenties in september zijn er op RU workshops over weblogs en burgerjournalistiek voor bezoekers uit alle hoeken van Afrika.

Een slimme zet want met dit soort stunts trekken zij positieve aandacht en doet RU iets aan het verkleinen van de bekende ‘Digital Gap’. Helaas lopen de projecten niet zo soepel: schoolcomputers worden gestolen en de rudimentaire hands-on basiskennis van Afrikanen is niet groot genoeg.

Een voorbeeld van een mislukt RU project is de nieuwe online versie van Grocott’s Mail. Grocott’s Mail is een tweewekelijkse lokale krant die volgeschreven wordt door journalistiek studenten van de Universiteit. De krant verschijnt in het Engels terwijl er hier nog 10 andere talen worden gesproken, voornamelijk IsiXhosa. De krant vindt gretig aftrek, mede doordat veel Engels-sprekende jongeren de krant vertalen voor hun ouders en bekenden. Nu is de krant sinds 2006 ook online te vinden maar er zijn geen bezoekers… rara hoe kan dat? Meer dan een podium voor nieuwe media studenten is het niet.

Een aantal typisch Zuid-Afrikaanse problemen met het Internet werden opgesomd tijdens de Digital Blogging Indaba op RU in september 2006 door Ethan Zuckerman van Global Voices.

“Het eerste probleem is dat het Internet geen brood op tafel zet”, zegt Zuckerman. Er is geen directe link tussen winst maken en het Internet, er zijn maar weinig succesverhalen over entrepeneurs die groot geld verdienen op het Web. Vijftig procent van de Zuid-Afrikanen leeft target=”blank”>onder de armoedegrens van een dollar per dag, een belangrijk dagelijks punt in hun agenda is overleven.

Analfabetisme en een slechte digitale infrastructuur zijn volgens Zuckerman twee andere grote problemen die Zuid-Afrikanen weghouden van het Internet. De slechte digitale infrastructuur is mede te danken aan telecommunicatiebedrijf Telkom, dat een monopolie bezit op de communicatiemarkt. Er is alleen ADSL in grote steden, het is duur en het duurt een lange tijd voordat de installatie is gelukt door een tekort aan mankracht.

Het Internet heeft dan misschien niet geleid tot een Global Village zoals het Westen in gedachten had, maar er zijn positieve uitkomsten. Anno 2007 wonen er 44 miljoen mensen in Zuid-Afrika waarvan er 5.1 miljoen gebruik maken van het Internet, dat is ongeveer 1 op de 8 inwoners. Misschien niet genoeg om alle armoede, onrecht en HIV / Aids problemen wereldwijd bekendheid te geven en er iets aan te doen, maar micro-activisme kan een bijdrage leveren aan een betere en gezonde lokale gemeenschap. Kijk maar eens op Reporter.co.za.

Ook verschijnt er in April dit jaar een nieuwe speler op de telecommunicatie markt: Neotel gaat de strijd tegen duur en traag Internet aan met Telkom. De transformatie van Zuid-Afrika als online township naar superhip geeky Afrikaans land is onderweg. De Universal Service & Access Agency of South Africa draagt hun steentje bij aan gedegen ICT-onderzoek, er zijn bloggers zoals Ndesanjo Macha die bekendheid geven aan Internetnieuws zoals een Zuid-Afrikaanse versie van ‘Craigslist’ en… sinds dit jaar is het continent verbonden met de rest van de wereld via een hoge snelheid-kabel waardoor het mogelijk is grote bestanden te downloaden en radio te beluisteren. Nu de rest van Afrika nog.

Een bijdrage van Elvira van Noort

Elvira van Noort (23) doet haar Masters in Media Studies op Rhodes University in Zuid-Afrika. De titel van haar thesis is: “Newsroom Convergence at the Mail & Guardian: a Qualitative Case Study”. Elvira is ook de Teaching Assistant van de tweedejaars Introduction to Print Journalism klas op dezelfde universiteit. Ze is tegelijkertijd freelance Zuid-Afrika en ICT correspondent voor verschillende Nederlands en Engelstalige media en een blogger sinds 2003.

Publicatie van het Rathenau Instituut: de Special RFID

Door Niels van Veen, 12 April 2007

Onlangs is er een nieuwe publicatie verschenen van het Rathenau Instituut: de Special RFID: meer keuze, gemak en controle in de digitale publieke ruimte. In de Special wordt onder andere uitgelegd wat RFID is, op welke plekken in de publieke ruimte de burger al in aanraking komt met RFID en welke maatschappelijke vragen de RFID-technologie oproept. Tenslotte formuleert het Rathenau Instituut een aantal aanbevelingen om te komen tot een juist evenwicht tussen het gebruikersgemak van RFID, keuzevrijheid van de gebruiker en controle van de beheerder. De Special RFID is te vinden op de website van het Rathenau Instituut.

Lezingenreeks Science Fiction / Science Faction

Door Niels van Veen, 12 April 2007

Gisteravond vond het tweede deel van de lezingencyclus ‘Science Fiction Science Faction’ plaats. Het centrale thema is de kruisbestuiving tussen science fiction en ’science faction’, de ontwikkeling van technologieën. Hoe heeft science fiction de digitale wereld van vandaag beïnvloed, en wat kunnen we in de toekomst verwachten?

Lees hier een verslag Rudy Rucker, een van de sprekers.

Zie http://connect.waag.org/ voor een videoverslag. Deze website bevat ook een verslag van de lezingen van Bruce Sterling en Peter Pels.

Datamining en grenscontrole

Door Alfons van Marrewijk, 03 April 2007

Maandag 5 februari jongst leden kwam ik, samen met een vriend, terug van een 10-daags werkbezoek aan Iran. Doel van het bezoek was om zelf, als organisatie antropoloog, kennis te nemen van de cultuur van dit land, gelegen op het ‘as van het kwaad’. Ik heb verschillende mensen, ingenieurs, geestelijken, projectmanagers, ondernemers, schrijvers gesproken om een beeld van het land te krijgen. De gesprekken leverden een mooi beeld op van een complex land met verschillende ‘lagen’. Formeel wordt het land gedomineerd door de islamitische clerus. Informeel heeft een overgroot deel van de Iraanse samenleving wegen gevonden om onder de islamitische leefregels uit te komen.

Bij mijn terugkeer op Schiphol werd ik direct bij het verlaten van het vliegtuig gecontroleerd door de Nederlandse Marechaussee. Een geüniformeerde agent had een lijstje in zijn hand met een zestal paspoortnummers. Tot mijn verbazing stonden onze paspoortnummers erbij. We werden beiden gevraagd apart mee te komen voor een interview met een Marechaussee-medewerker. Deze vroeg waar we geweest waren, wie we hebben gesproken, wie onze reis heeft betaald en wat we hebben gekocht. Na hem verzekerd te hebben dat het hier ging om eerzame huisvaders op reis, vroeg ik hem waarom wij als ‘terrorisme verdacht’ zijn aangemerkt. Hij legde uit dat het computer systeem ons had aangemerkt als opvallend. We hadden namelijk alleen handbagage ingecheckt, reisden niet via een reisbureau, bleven maar 10 dagen en het ticket was gefinancierd door mijn consultancy bureau Paradox.

Toen ik later thuis kwam vroeg ik me af wat het betekende dat mijn naam nu op een lijstje met ‘terrorisme verdachten’ staat vermeld. Extra wachttijden bij mijn volgende congres bezoek aan de VS? Teruggestuurd worden omdat ik toevallig met een Iraanse VU hoogleraar reis? Zeker na lezing van James Beniger’s boek (1986) The Control Revolution, Technological and Economic Origins of the Information Society en een aantal artikelen over datamining begon het langzaam tot me door te dringen dat de geproduceerde lijstjes international worden gedeeld en heel lang, tot 40 jaar, kunnen blijven bestaan. Databestanden met gegevens over betalingsverkeer, inchecken, voedselkeuze, publicaties, bestemming, duur reis, medereizigers en belastingen zijn aan elkaar gekoppeld om met behulp van profielen mogelijke terroristen te vinden. De macht van de staat over de burgers neemt toe. Higgs (2004) geeft in zijn boek The Information State in England een scherp beeld van de toenemende invloed van de staat op de burgers. Er is dan ook veel verzet gekomen op de toepassingen van datamining op de controle van luchtvaartbewegingen van burgers.

Na dit gelezen te hebben wilde ik mijn naam uit het ‘terrorist verdachten’ lijstje laten verwijderen. De databeheerder van de Marechaussee Schiphol ontkende echter dat deze lijstjes bestaan. Ook de controle aan het vliegtuig kwam zelden voor, volgens deze man. In een gesprek met het hoofd grensbewaking werd echter verteld dat 9 op de 10 vluchten uit Iran worden gecontroleerd, maar dat de lijstjes, als ze al zouden bestaan, worden vernietigd. Niet duidelijk was of dat alleen de papieren versies zouden zijn. De voorlichter van Marechaussee Schiphol wist te vertellen dat ik sowieso problemen zou krijgen in de VS met een Iraans visum in mijn paspoort, en zeker als ik met een Iraanse VU hoogleraar zou meereizen. Een nieuw paspoort is daarvoor de oplossing, maar de lijstjes blijven bestaan. De voorlichter: ‘al zou u al op zo’n lijstje staan, ik zou u daar zeker niet vanaf kunnen halen’. Volgens hem was het geen verdachtenlijst, maar gewoon een datalijstje. In hoeverre de datalijsten onderdeel zijn van de verdachtenlijst wist hij niet. Allen probeerden me gerust te stellen, maar het tegenovergestelde is gebeurd na deze rondgang. De proof of the pudding zal het volgende congresbezoek in de VS zijn.

Een bijdrage van Alfons van Marrewijk

Dr.ing. Alfons van Marrewijk is organisatie antropoloog bij de Vrije Universiteit Amsterdam.

EMI biedt via Itunes muziek zonder drm-beveiliging aan

Door Niels van Veen, 02 April 2007

Platenmaatschappij EMI heeft vandaag in een persbericht gemeld dat zijn muziek via de Itunes Music Store ook aangeboden zal gaan worden zonder drm-beveiliging.