Datamining en grenscontrole

Door Alfons van Marrewijk, 03 April 2007

Maandag 5 februari jongst leden kwam ik, samen met een vriend, terug van een 10-daags werkbezoek aan Iran. Doel van het bezoek was om zelf, als organisatie antropoloog, kennis te nemen van de cultuur van dit land, gelegen op het ‘as van het kwaad’. Ik heb verschillende mensen, ingenieurs, geestelijken, projectmanagers, ondernemers, schrijvers gesproken om een beeld van het land te krijgen. De gesprekken leverden een mooi beeld op van een complex land met verschillende ‘lagen’. Formeel wordt het land gedomineerd door de islamitische clerus. Informeel heeft een overgroot deel van de Iraanse samenleving wegen gevonden om onder de islamitische leefregels uit te komen.

Bij mijn terugkeer op Schiphol werd ik direct bij het verlaten van het vliegtuig gecontroleerd door de Nederlandse Marechaussee. Een geüniformeerde agent had een lijstje in zijn hand met een zestal paspoortnummers. Tot mijn verbazing stonden onze paspoortnummers erbij. We werden beiden gevraagd apart mee te komen voor een interview met een Marechaussee-medewerker. Deze vroeg waar we geweest waren, wie we hebben gesproken, wie onze reis heeft betaald en wat we hebben gekocht. Na hem verzekerd te hebben dat het hier ging om eerzame huisvaders op reis, vroeg ik hem waarom wij als ‘terrorisme verdacht’ zijn aangemerkt. Hij legde uit dat het computer systeem ons had aangemerkt als opvallend. We hadden namelijk alleen handbagage ingecheckt, reisden niet via een reisbureau, bleven maar 10 dagen en het ticket was gefinancierd door mijn consultancy bureau Paradox.

Toen ik later thuis kwam vroeg ik me af wat het betekende dat mijn naam nu op een lijstje met ‘terrorisme verdachten’ staat vermeld. Extra wachttijden bij mijn volgende congres bezoek aan de VS? Teruggestuurd worden omdat ik toevallig met een Iraanse VU hoogleraar reis? Zeker na lezing van James Beniger’s boek (1986) The Control Revolution, Technological and Economic Origins of the Information Society en een aantal artikelen over datamining begon het langzaam tot me door te dringen dat de geproduceerde lijstjes international worden gedeeld en heel lang, tot 40 jaar, kunnen blijven bestaan. Databestanden met gegevens over betalingsverkeer, inchecken, voedselkeuze, publicaties, bestemming, duur reis, medereizigers en belastingen zijn aan elkaar gekoppeld om met behulp van profielen mogelijke terroristen te vinden. De macht van de staat over de burgers neemt toe. Higgs (2004) geeft in zijn boek The Information State in England een scherp beeld van de toenemende invloed van de staat op de burgers. Er is dan ook veel verzet gekomen op de toepassingen van datamining op de controle van luchtvaartbewegingen van burgers.

Na dit gelezen te hebben wilde ik mijn naam uit het ‘terrorist verdachten’ lijstje laten verwijderen. De databeheerder van de Marechaussee Schiphol ontkende echter dat deze lijstjes bestaan. Ook de controle aan het vliegtuig kwam zelden voor, volgens deze man. In een gesprek met het hoofd grensbewaking werd echter verteld dat 9 op de 10 vluchten uit Iran worden gecontroleerd, maar dat de lijstjes, als ze al zouden bestaan, worden vernietigd. Niet duidelijk was of dat alleen de papieren versies zouden zijn. De voorlichter van Marechaussee Schiphol wist te vertellen dat ik sowieso problemen zou krijgen in de VS met een Iraans visum in mijn paspoort, en zeker als ik met een Iraanse VU hoogleraar zou meereizen. Een nieuw paspoort is daarvoor de oplossing, maar de lijstjes blijven bestaan. De voorlichter: ‘al zou u al op zo’n lijstje staan, ik zou u daar zeker niet vanaf kunnen halen’. Volgens hem was het geen verdachtenlijst, maar gewoon een datalijstje. In hoeverre de datalijsten onderdeel zijn van de verdachtenlijst wist hij niet. Allen probeerden me gerust te stellen, maar het tegenovergestelde is gebeurd na deze rondgang. De proof of the pudding zal het volgende congresbezoek in de VS zijn.

Een bijdrage van Alfons van Marrewijk

Dr.ing. Alfons van Marrewijk is organisatie antropoloog bij de Vrije Universiteit Amsterdam.