Netwerk Neutraliteit en Aansprakelijkheid ISPs zijn Communicerende Vaten

Door Joris van Hoboken, 20 June 2007

Dinsdag 12 juni was ik op het door ECP.nl georganiseerde symposium over Netwerk Neutraliteit. Het debat over Netwerk Neutraliteit is een debat over de vraag in hoeverre het toegestaan is dat broadband providers gaan discrimineren tussen verschillende pakketjes die ze over het netwerk bezorgen. Deze discriminatie kan bestaan uit het bevoordelen van pakketjes van bepaalde informatie aanbieders die daar extra voor betalen, het moedwillig benadelen van de kwaliteit van de doorgifte van pakketjes van bepaalde informatie aanbieders, of zelfs het filteren van pakketjes van informatie aanbieders die je als Internet Service Provider niet door wil laten, omdat je dat niet in jouw belang vindt.

Deze handelswijzen zijn op zijn zachtst gezegd controversieel, en in strijd met een basaal idee van het Internet als een netwerk van domme netwerken, waar de intelligentie aan de randen zit. De voordelen van de domheid van het Internet, in andere woorden het end-to-end beginsel, zijn volgens vele deskundigen de grootste reden van het succes van het Internet. Deze voordelen zijn aan de ene kant economisch van aard, denk aan innovatie (aan de randen van het netwerk!), keuzevrijheid van de consument, mededinging, en aan de andere kant gelegen in de vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid.

Het debat wordt het hevigst gevoerd in de Verenigde Staten. Ilse van de Haar van TILEC, die een paper presenteerde over Netwerk Neutraliteit en Europees Recht, legde op het symposium uit dat de hevigheid van het debat in vergelijking met Europa, voortkomt uit het gebrek aan regelgeving dat in de VS van toepassing is op broadband providers plus het gebrek aan mededinging op deze markt. Hoewel broadband providers in Europa dus al gebonden zijn aan regels die voor een deel ook netwerk neutraliteit zouden kunnen garanderen, is het debat in Nederland en Europa net zo goed relevant.

Hoe het Internet in kabeltv 2.0 kan veranderen

Ik heb het debat namelijk altijd hoofdzakelijk opgevat als een debat over het ‘wenselijke’ business model van broadband providers. Joost van der Vleuten, hoofd strategie van het DG Energie en Telecom van het Ministerie van Economische Zaken, gaf het in zijn voorbeschouwing al aan. Het huidige telecommunicatie en media landschap is door ontwikkelingen zoals convergentie en concentratie een warboel van met elkaar concurrerende entiteiten geworden. Niet in de laatste plaats zijn het de telecombedrijven, ook in de EU, die een heroverweging aan het maken zijn - en waarschijnlijk ook moeten maken - over hun strategische belangen. Het basale idee achter deze heroverweging is, is dat zij tot nu ’slechts’ pakketjes aan het doorgeven zijn. Ik bedoel dat zeker niet denigrerend. Ook mijn dank hiervoor is groot. Het punt is alleen dat zij donders goed door hebben dat de doorgifte van sommige van deze pakketjes voor de verzenders en/of ontvangers meer waarde heeft dan de doorgifte van andere pakketjes. Google pakketjes zijn misschien wel waardevoller dan die van Ilse. En voor streaming van Talpa’s ‘De Gouden Kooi’ valt misschien wel meer te vragen dan voor streaming van een not for profit evenement op de Universiteit Twente. VoIP is natuurlijk helemaal niet slim om door te geven als je zelf al telefonie aanbiedt en datzelfde geldt voor allerlei andere concurrerende diensten. Maurice Wessling, sinds kort werkend voor de Consumentenbond, kwam met het illustratieve voorbeeld van Vodafone Internet, waarmee je niet mag SMSsen over IP.

Ed Whitacre, de CEO van AT&T, de grootste telco van de Verenigde Staten heeft het debat aangezwengeld met de volgende strijdvaardige mededeling: “[..] what they [Google en anderen, JvH] would like to do is use my pipes free, but I ain’t going to let them do that because we have spent this capital and we have to have a return on it. [..] Why should they be allowed to use my pipes?The Internet can’t be free in that sense, because we and the cable companies have made an investment and for a Google or Yahoo or Vonage or anybody to expect to use these pipes [for] free is nuts!” Sindsdien is AT&T één van de duidelijkste lobbyisten tegen de introductie van Net Neutrality regulering.

Schoenmaker blijf bij je leest!

Wat soms onderbelicht blijft in dit debat is een van de voordelen die de neutraliteit de broadband providers biedt, namelijk een beperking van aansprakelijkheid. Als de Internet diensten op netwerk niveau besluiten zich uit eigen belang/beweging te gaan bemoeien met de inhoud of herkomst van pakketjes, dan openen ze de mogelijkheid dat anderen hen vragen in hun belang hetzelfde te doen. Zonder het te weten zouden de telco’s met hun bemoeienis zich wel eens een hoop juridische problemen op de hals kunnen halen. Dit stelt ook Michael Geist, vooraanstaand academicus uit Canada op het gebied van Internet recht, naar aanleiding van een bericht in de LA Times dat AT&T van plan is auteursrechtelijk beschermd materiaal te gaan filteren. Als ISP’s de mogelijkheid hebben bepaald verkeer te benadelen of te filteren, en ze doen dat in sommige gevallen ook, dan is voor de rechter maar ook de wetgever de stap om deze inmenging in bepaalde gevallen tot verplichting te maken natuurlijk sneller gemaakt.. De wetgever zoekt al lang naar wapens in de strijd tegen illegaal internet verkeer en zal (naar ik vrees) in dat geval niet schromen deze kans te grijpen het open Internet een vernietigende slag toe te brengen.

In de huidige Nederlandse regelgeving, voorkomend uit de richtlijn elektronische handel, is een aparte bepaling opgenomen voor de doorgifte op het Internet van informatie van derden. Deze ‘mere conduit’ bepaling is speciaal geschreven voor de ISP’s, en sluit hun aansprakelijkheid voor de inhoud van derden uit. Er geldt wel een belangrijke voorwaarde, er mag geen inmenging zijn met de betreffende informatie van derden. Zoalng ISP’s zich niet met de afkomst en inhoud van Internetverkeer bemoeien zitten ze qua aansprakelijkheid dus op rozen.

Samenvattend, de neutraliteit van netwerkdiensten en hun aansprakelijkheid zijn juridisch gezien communicerende vaten. Als ISP’s besluiten zich bezig te houden met de inhoud en afkomst van Internet verkeer, ten behoeve van het afromen van de waarde van dit verkeer, dan krijgen ze ook te maken met de minder prettige kanten van de inhoud van sommige pakketjes. Namelijk de aansprakelijkheid voor de schade die dit verkeer anderen kan berokkenen. Misschien dat dit een goede reden is voor de netwerkdiensten van het Internet zich een paar keer goed achter de oren te krabben voor ze beginnen met het filteren, bevoordelen en benadelen van Internet verkeer.

Een bijdrage van Joris van Hoboken

Joris van Hoboken is promovendus op het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar zoekmachines en informatievrijheid. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.