Creativiteit en auteursrecht in de 21e eeuw

Door Björn Wijers, 21 September 2007

Het kan je niet zijn ontgaan dat het downloaden van muziek, films en software via Internet vrijwel continue door diverse organisaties en media wordt bestempeld als illegaal. Iedere downloader wordt bestempeld als ‘piraat’ en er dienen maatregelen genomen te worden om het downloaden tegen te gaan of om de rechthebbenden compensatie te bieden.

Naar mijn mening wordt hier echter volledig voorbij gegaan aan het onderliggende punt namelijk dat het auteursrecht zoals dit nu is geïmplementeerd in nationale wetgeving en internationale verdragen niet strookt met de menselijke natuur, creativiteit en innovatie in de 21e eeuw. Met lapmiddelen zoals heffingen en technologische en juridische maatregelen wordt getracht het auteursrecht, zoals dit al bijna een eeuw lang grotendeels ongewijzigd is, krampachtig in stand gehouden. Wordt het niet tijd dat het auteursrecht wordt aangepast in plaats van nieuwe maatregelen te nemen en heffingen te hanteren om dit relikwie in stand te houden?

Maatregelen

Om het downloaden van ongeautoriseerde kopieën tegen te gaan zijn er vooral juridische en technologische maatregelen in de strijd gegooid. In Nederland wordt er vrij regelmatig door Stichting Brein, een brancheorganisatie met leden zoals de NVPI en MPA, enthousiast verkondigd dat er weer een ‘illegale’ bittorrent site is opgerold en dat er rechtszaken tegen de beheerders worden aangespannen. Ook in de Verenigde Staten waar downloaden wel illegaal is, was het tot voor kort schering en inslag met rechtszaken aangespannen door de RIAA. Inmiddels lijkt het erop dat deze laatste organisatie heeft ingezien dat het aanklagen van je potentiële afnemers c.q. klanten wellicht niet de juiste methode is om inkomsten veilig te stellen.

Naast deze juridische stappen wordt er ook gebruik gemaakt van technologische maatregelen zoals Digital Rights Management (DRM). DRM heeft -mijns inziens terecht- een slecht naam omdat dit over het algemeen het gebruik van legaal aangekochte produkten beperkt op een zodanig wijze dat de goedwillende consument wordt bestraft voor de legale aanschaf. In het ergste geval kan het zelfs allerhande negatieve neveneffecten hebben.

Een goed voorbeeld hiervan is het debacle met Sony die in door haar aangebrachte beperkingen op muziek cd’s software meestuurde die door kwaadwilligen gebruikt kon worden om de computer waarop de muziek was afgespeeld over te nemen. Saillant detail is dat het overgrote deel van de bekende anti-virus software deze zogenaamde rootkit niet detecteerde. Gelukkig lijkt het tij in de muziek industrie enigzins te keren en zijn er steeds vaker geluiden te horen over het aanbieden van muziek zonder DRM of om dit te vervangen door audio watermerken. Bij dit laatste wordt er een soort watermerk in de muziek meegestuurd waarbij het mogelijk moet zijn om de koper van de muziek te kunnen kopelen aan de muziek. De achterliggende gedachte hierbij is dat mensen minder snel geneigd zijn om muziek ongeautoriseerd te verspreiden als zij met naam en toenaam aan de muziek zijn gekoppeld en het risico lopen om juridisch vervolgd te worden in landen waar dit mogelijk is.

Ondanks al deze maatregelen is het op moment van dit schrijven het nog steeds mogelijk om zonder al te veel moeite de laatste muziek, software of films te downloaden van diverse websites, nieuwsgroepen en aanverwanten. De juridische en technologische maatregelen lijken tot zover geen vruchten te hebben afgeworpen en de investeringen hierin lijken dan ook weggegooid geld. Investeringen die uiteindelijk weer terugverdiend dienen te worden.

Auteursrecht hopeloos verouderd?

Juridische maatregelen en heffingen lijken mij niet de oplossing om ongeautoriseerd downloaden tegen te gaan en of er überhaupt een mogelijkheid is dit tegen te gaan durf ik te betwisten. Zo is het ook nog steeds mogelijk om verboden verdovende middelen tot je te nemen ondanks jarenlange inspanningen om dit tegen te gaan. Het wordt daarom absoluut tijd om de discussie rondom downloaden en ongeautoriseerde verspreiding vanuit een ander perspectief te bekijken. Laten we daarbij ook in gedachten houden dat creativiteit, bewust dan wel onbewust, voortbouwt op en geïnspireerd wordt door andermans creativiteit. Dat klinkt wellicht wat zweverig, maar in een kenniseconomie zoals Nederland placht te zijn is creativiteit van onschatbare waarde. De mogelijkheid om zonder problemen voort te kunnen bouwen op andermans werk is dus van groot maatschappelijk belang.

In plaats van de consument die een produkt aanschaft te belasten met technologische beperkingen of om te trachten de platformen van waaruit ongeautoriseerde downloads te verkrijgen zijn juridisch tegen te gaan, is het zaak om de sterke kanten van de mogelijkheden die deze tijd biedt te gaan omarmen. Vrije verspreiding, in er verschillende gradaties van ‘vrij’ zoals bijvoorbeeld bij de Creative Commons licenties, is hierbij essentieel. Het is nu voor het eerst in de geschiedenis – dankzij Internet – mogelijk om vrijwel zonder kosten muziek, nieuws en allerhande andere data te transporteren naar een willekeurige plek op deze planeet in een mum van tijd. De verregaande digitalisering maakt het mogelijk om met veel lagere kosten dan voorheen nieuwe produkten te creëeren. De drempel om thuis als creatief een (semi-)professionele studio op te zetten is steeds lager geworden. De tijd van concept tot het ‘vermarkten’ van een produkt wordt steeds korter.

Met al deze nieuwe en spannende mogelijkheden is het dus steeds makkelijker om zonder grote en/of tijdsrovende investeringen als creatief aan de slag te gaan. Dit lijkt haaks te staan op de aannames van waaruit de auteurswet is opgebouwd. Zoals Arnoud Engelfriet stelt in zijn stuk Van kopijrecht naar auteursrecht:

De onuitgesproken maar cruciale aanname bij de auteurswet is namelijk dat het de tussenpersoon is die de bescherming nodig heeft. Niet zo gek gezien het tijdperk waarin de auteurswet is opgesteld. Drukkerijen en platenperserijen zijn duur, en het zetten van drukwerk of het opnemen van muziek of films ook. Een tussenpersoon zal zo’n investering niet snel doen als zijn werk valse concurrentie krijgt

Tegenwoordig is het eerder uitzondering dan regel dat er zulke grote investeringen noodzakelijk zijn in de creatie van een album, boek of film. Daarnaast is het nog maar de vraag of de rol van tussenpersonen zoals platenmaatschappijen en uitgeverijen als investeerders tegenwoordig nog wel gerechtvaardigd is. De aannames waarop het auteursrecht is gebouwd zijn steeds minder van toepassing, logischerwijs maakt dit het huidige auteursrecht ook minder van toepassing.

Innovatie en creativiteit

Als maatregelen en heffingen geen zin hebben en het auteursrecht verouderd is, wat betekent dit dan voor de makers en creatieven die uiteraard ook een boterham willen verdienen? Wellicht wordt het tijd voor een nieuwe soort auteursrecht waarbij de creatieveling / maker centraal staat in plaats van de tussenpersoon, zoals Engelfriet in zijn artikel opmerkt. Zelfs zonder aanpassingen in het auteursrecht zijn er inmiddels al aardig wat voorbeelden, waarbij vrije verspreiding en een ander kijk op het huidige auteursrecht centraal staan.

Zo is er binnen de software wereld al geruime tijd een beweging die het delen van de broncode van applicaties nastreeft. Iedereen heeft daarbij de vrijheid om de code aan te passen aan zijn of haar eigen behoefte en wensen. De mensen die zich op deze manier bezig houden met open source en vrije software ontwikkeling worden door sommige als vreemde vogels gezien. Zij geven tenslotte een deel van hun werk vrij zonder dat daar direct iets tegenover staat. Inmiddels bewijzen vele freelance ontwikkelaars, maar ook grote bedrijven zoals IBM, Canonical en Red Hat dat het heel goed mogelijk is om geld te verdienen EN tegelijkertijd een deel vrij te geven. De diensten die zij aanbieden zijn een toevoeging op hetgeen wat vrij te verkrijgen is.

Een soortgelijke oplossing zou ook bijvoorbeeld ook van toepassing kunnen zijn op muziek en films. Zo zou je bijvoorbeeld als band je muziek voor niet-commercieel gebruik vrij kunnen geven ter promotie. Speciaal vormgegeven gelimiteerde edities van albums kunnen verkopen, waarbij iedereen die je muziek koopt korting krijgt op je optreden. Een slimme goedkope methode om nieuwe fans te krijgen en en mooie beloning voor trouwe fans. Dit is slechts een van de ongetwijfeld talloze voorbeelden om zonder uit te gaan van ‘alle rechten voorbehouden’ en de daarbijhorende controle problematiek, een commercieel bestaansrecht als creatief op te bouwen. We moeten af van de gedachte dat vermenigvuldiging en distributie de bouwstenen zijn van het geld verdienen met creatieve werken en terug naar de basis: terug naar de maker en zijn of haar creatieve vermogen om vakmanschap te gelde te maken.

Daarbij kan er veel geleerd worden van de ervaringen in de open, vrije software beweging en van diegene die op dit moment hun brood verdienen met werken die al lang niet meer onder het auteursrecht vallen. Tenslotte worden er nog steeds werken uit het publieke domein zoals Shakespeare, Multatuli en minder zware kost zoals de sprookjes van de Gebroeders Grimm verkocht ondanks dat deze niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn.

Ik ben van mening dat innovatie en creativiteit heel goed samen kunnen gaan met openheid, delen en ook commercie. Daarvoor moeten er echter wel experimenten gedaan worden om nieuwe mogelijkheden te onderzoeken. Investeringen om vrije verspreiding tegen te gaan zouden daarom ook stop gezet moeten worden. In plaats daarvan zouden de hierbij vrijkomende gelden dan ingezet kunnen worden op experimenten met zakelijke c.q. commerciele modellen, waarbij het vrij - zonder (technologische) beperkingen - verspreiden en downloaden centraal staat.

Gelukkig zijn er inmiddels steeds meer creatieven, bedrijven en organisaties die hiermee durven te experimenteren. De eerste stappen richting een systeem waarbij heffingen of maatregelen niet meer nodig zijn, worden op dit moment genomen.

Experimenteren met openheid en vrije verspreiding

In Denemarken is het inmiddels mogelijk om Free Beer te drinken. Deze in Denemarken ontwikkelde pils is bedacht door het collectief Superflex en studenten van Copenhagen IT universiteit. Het recept is vrijgegeven onder een Creative Commons licentie, zodat iedereen het recept verder kan delen en aanpassen. Inmiddels zijn er diverse aanpassingen in het recept gedaan door zowel grote als kleine brouwerijen, die het bier in hun assortiment hebben opgenomen en verkopen. Deze gewijzigde recepten zijn weer beschikbaar gesteld op de website van Free Beer. Interessant aan dit voorbeeld is dat het recept (de broncode) vrij beschikbaar is terwijl het bier ook gewoon in de supermarkt te koop is.

Youtube is wellicht de bekendste website op het gebied van online video’s, echter minder bekende voorbeelden zoals Blip of Revver waren tot voor kort veel interessanter. Beide initiatieven bieden namelijk de mogelijkheid om als maker te delen in de advertentie inkomsten gebruikt op de desbetreffende websites, terwijl de rechten van de filmpjes in bezit blijven van de maker. Revver claimt dat zelfs diegene die meehelpen met het verspreiden van filmpjes inkomsten kunnen verkrijgen. Wel moeten worden opgemerkt dat het bij zowel Blip.tv als Revver onduidelijk of het direct downloaden van filmpjes in plaats van alleen bekijken via een website toegestaan is.

Het Britse tijdschrift Mute Magazine rondom politiek en cultuur, is volledig online te lezen en te downloaden en hanteert totaal geen auteursrecht16. Het gehele magazine is vrij om te gebruiken zoals je wilt. Daarnaast worden alle artikelen uit het magazine ook aangeboden als print-on-demand. De geïntereseerde kan op deze manier zijn of haar eigen collectie samenstellen en zo een compleet boek opstellen en deze tegen betaling te laten drukken. Daarnaast biedt Mute de mogelijkheid om lid te worden van het blad en om donaties te geven. Dit is een behoorlijk vooruitstrevend experiment en het dan ook erg interessant om te zien hoe dit verder verloopt.

Het Luxemburgse muziekplatform Jamendo en het Nederlandse Simuze trachten ieder vanuit een ander perspectief vrije verspreiding van muziek mogelijk te maken. Bij beiden initatieven is het mogelijk om muziek vrij zonder beperkingen te downloaden onder de voorwaarden van één van de verschillende Creative Commons licenties. Waarbij Jamendo dit tracht te doen vanuit een meer commerciel oogpunt, tracht Simuze dit meer te doen vanuit een cultureel en sociaal perspectief. Simuze richt zich daarbij vooral op Nederland. Vooralsnog lijkt het erop dat Jamendo zich vooral richt op het delen van advertentie inkomsten. Bij Simuze is dit tot op heden niet zo, maar voor de toekomst staan ook hier enkele experimenten gepland waarbij zowel de artiesten alsmede de luisteraars bij gebaat zijn.

Zelfs de Nederlandse rechtenorganisatie Buma/Stemra is momenteel bezig met een experiment waarbij Buma/Stemra leden ervoor kunnen kiezen om bepaalde nummers vrij te geven onder een Creative Commons licentie. Hierbij geeft Buma/Stemra voor in ieder geval de duur van het experiment haar leden de mogelijkheid om gebruik te maken van één van de drie Creative Commons licenties waarbij commercieel gebruik niet is toegestaan.

Ook binnen de hardware- en consumentenelectronica worden er stappen gemaakt om meer te doen met vrije verspreiding. Zo is er op dit moment een vrijwel volledig op open source / vrije software gebaseerde telefoon in ontwikkeling genaamd Open Moko die volgens de bedenkers dit jaar voor de meer avontuurlijke consumenten beschikbaar komt.

21e eeuws auteursrecht

Dat het huidige auteursrecht niet meer van deze tijd is en dat technische beperkingen en juridische maatregelen weinig tot geen effect hebben moge duidelijk zijn. Desondanks, zijn de eerste stappen naar vrijere verspreiding, openheid en het omarmen van de mogelijkheden van netwerken zoals Internet en digitalisatie genomen door de eerste pioniers.

Voor de overheid is het wellicht zaak om hierin een rol te gaan spelen: Zorg ervoor dat er meer pioniers komen. Maak het auteursrecht daadwerkelijk van belang voor de auteur en niet voor de tussenpersonen. Zorg ervoor dat er een nieuwe balans wordt gevonden tussen de belangen van de individuele creatieven en het algemeen maatschappelijke belang van het publieke domein en daarmee samenhangende vrije verspreiding.

Een eerste stap zou het terugbrengen van het auteursrecht tot tot vijftien jaar kunnen zijn, waarna de maker eventueel deze periode nogmaals expliciet kan uitbreiden met nogmaals vijftien jaar. Doet de maker dit niet dan is het auteursrechtelijk beschermd materiaal na vijftien jaar onderdeel van het publieke domein. Breidt de maker de totale beschermings en monopolie periode uit tot in totaal dertig jaar dan moet dit meer dan voldoende tijd zijn om zijn of haar werk te gelde te maken.

Een tweede stap zou verdergaande flexibiliteit moeten zijn die in tegenstelling tot de huidige situatie per definitie van toepassing is. Geen alle rechten voorbehouden meer, maar slechts een aantal rechten voorbehouden. Dit kan op een relatief simpele wijze zoals de Creative Commons licenties inmiddels al in de praktijk aantonen. Maak hier gebruik van en bied burgers de mogelijkheid tot een auteursrecht à la carte, waarbij er diverse mogelijkheden en keuzes zijn en waarbij de meest vrije variant per definitie wordt gehandhaafd. Vrije verspreiding wordt standaard en wie straks totale controle wil houden dient daar zelf actief voor zorg te dragen en de daarbijbehorende kosten te dragen.

Hopelijk is het slechts een kwestie van tijd, voordat de voordelen van vrije verspreiding en openheid in alle facetten van onze maatschappij worden omarmd. Niet uit idealisme, maar omdat het simpelweg voor idereen beter werkt en economisch rendabel is. Nu wordt het tijd dat we als creatieven hiermee aan de slag gaan en de ruimte gaan gebruiken die dit tijdperk aan ons biedt.

Dit is een geredigeerde versie van een langer artikel. Het origineel is hier te lezen.

Met dank aan Niels Huijbregts, Maarten Brinkerink, Marten Timan en Elske Ten Vergert.

De Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederland Licentie is van toepassing op dit werk. Het voldoet om de als naamsvermelding Björn Wijers en de de url www.burobjorn.nl op te nemen bij hergebruik van dit werk.

Een bijdrage van Björn Wijers

Björn (bouwjaar 1979) studeerde Multimedia Design en Technologie aan de Saxion Hogeschool Enschede en behaalde een Master of Arts in Interactive Multimedia aan de HKU te Hilversum. Hij is mede-oprichter van Stichting Open Media en Simuze: een website voor muzikanten en muziekliefhebbers om muziek gratis en legaal uit te wisselen. Björn vindt de politieke, sociale, culturele en maatschappelijke kanten van software en (digitale) media erg interessant. Noemt zichzelf een totale informatie- en muziek junk en vindt ambachtelijk bereid vegetarisch voedsel erg lekker. Onder de naam burobjorn.nl biedt Björn zijn diensten aan op het gebied van vrije, open-source software en (digitale) media aan.

10.000 camera’s in Londen niet effectief tegen misdaad

Door Niels Huijbregts, 21 September 2007

In Londen hangen inmiddels 10.524 camera’s op straat, waarmee de politie in grote delen van de stad mensen kan bekijken en volgen. Het spionagenetwerk heeft de afgelopen 10 jaar zo’n 200 miljoen pond aan belastinggeld gekost.

De London Assembly Liberal Democrats wilden weten of die investering veel heeft opgeleverd. Helaas: uit onderzoek blijkt dat de buurten waar de meeste camera’s hangen, nog steeds laag scoren op het aantal opgeloste misdaden. 80% van de misdaden in London wordt, ondanks alle camera’s, nooit opgelost.

Terecht vraagt men zich af of camera’s op straat wel zo’n goed middel zijn. De inbreuk die de camera’s maken op de privacy van alle Londenaren, zou misschien te rechtvaardigen zijn als ze aantoonbaar nut hadden. Maar nu dat niet het geval blijkt, zijn niet alleen miljoenen ponden, maar ook de privacy van miljoenen mensen zinloos opgeofferd.