Scroogled

Door Cory Doctorow, 29 October 2007

Greg was om 8 uur ’s avonds geland op het vliegveld van San Francisco, maar tegen de tijd dat hij aan de beurt was bij de paspoortcontrole, was het al midden in de nacht. Hij was zongebruind, ongeschoren en relaxed uit de eerste klas gestapt na een maand op het strand van Cabo (duiken en Franse meisjes versieren). Toen hij een maand geleden de stad verlaten had, was hij een afgepeigerd wrak met een buikje. Nu was hij een bruingebrande god en hadden de stewardessen de hele reis naar hem gelonkt.

Vier uur later in de rij voor de douane was hij van een god weer in een mens veranderd. Zijn vakantieroes was uitgewerkt, er liep zweet tussen zijn bilspleet en zijn schouders en nek stonden strak van spanning. De batterij van z’n iPod was al uren op, dus hij had niks anders te doen dan het echtpaar voor hem afluisteren.

“De techniek staat voor niks”, zei de vrouw, gebarend naar een bord: “Paspoortcontrole - powered by Google”.

“Ik dacht dat ze daar pas volgende maand mee zouden beginnen?” De man had een grote sombrero die hij steeds op- en weer afzette.

Google aan de grens. Jezus! Greg had zes maanden geleden ontslag genomen bij Google. Hij had z’n opties verzilverd en nam wat tijd voor zichzelf. Dat bleek al snel minder leuk dan het had geklonken. Vijf maanden lang had niks anders gedaan dan vrienden helpen bij computerproblemen en op de bank hangen en middag-tv kijken. Hij was 5 kilo aangekomen. Dat kwam van het thuiszitten, in plaats van in het Googleplex met z’n 24-uurs fitness.

Hij had het natuurlijk kunnen weten. De Amerikaanse regering had 15 miljard uitgegeven om iedereen aan de grens te kunnen fotograferen en vingerafdrukken te nemen. Ze hadden er nooit één terrorist mee gevangen. De overheid wist duidelijk niet Hoe Te Zoeken.

De veiligheidsman had wallen en hij keek met samengeknepen ogen naar het scherm, terwijl hij met z’n worstenvingers in het toetsenbord prikte. Geen wonder dat het vier uur had geduurd voor hij aan de beurt was.

“Goedenavond”, zei Greg, terwijl hij de man zijn zweterige paspoort gaf. De beambte mompelde iets en haalde het paspoort door de kaartlezer. Hij keek naar z’n scherm en typte langdurig. In de hoek van zijn mond zat een korstje opgedroogd eten, waar hij telkens met zijn tong aan likte.

“Vertelt u eens over juni 1998?”

Greg keek op. “Pardon?”

“Op 17 juni 1998 postte u een bericht op alt.burningman, dat u van plan was naar een festival te gaan. ‘Zijn paddo’s echt zo’n slecht idee?’ vroeg u.”

In de tweede verhoorkamer zat een oudere beambte. Hij was dun en met zijn oude huid leek hij wel een houten standbeeld. Zijn vragen gingen veel verder dan paddo’s.

“Laten we het over uw hobby’s hebben. U doet aan raket-modelbouw?”

“Wat?”

“Modelraketten.”

“Nee,” zei Greg, “Nee, helemaal niet.”

De man maakte een aantekening, klikte wat. “Ik vraag dat omdat ik een sterke piek zie in advertenties voor raketbouw naast uw zoekresultaten en Google Mail.”

Greg voelde zijn maag samentrekken. “Kijkt u naar mijn zoekopdrachten en e-mails?” Hij had al maanden geen computer aangeraakt, maar hij begreep heel goed dat zijn zoek- en mailgedrag waarschijnlijk meer over hem zou kunnen vertellen dan zijn therapeut.

“Maakt u zich maar geen zorgen. Ik kijk niet naar uw zoekgedrag,” zei de man smalend. “Dat zou tegen de wet zijn. We zien alleen de advertenties die u te zien heeft gekregen op basis van uw zoektermen en e-mail. We hebben een brochure waarin het wordt uitgelegd, die krijgt u van me wanneer we hier klaar zijn.”

“Maar die advertenties hebben geen enkele betekenis!” sputterde Greg. “Ik krijg advertenties te zien voor naaktfoto’s van Paris Hilton wanneer ik een kamer wil boeken in een hotel in Parijs!”

De man knikte. “Dat begrijp ik, meneer. Dat is precies de reden waarom wij dit gesprek hebben. Waarom denkt ù dat die advertenties voor raketonderdelen zo vaak getoond worden?”

Greg dacht diep na. “Okay, probeer dit eens: zoek eens op ‘Coffee Fanatics.’” Het was een persoonlijk projectje geweest waar hij veel tijd in had gestoken. Hij had ze geholpen met de website voor de koffie-van-de-maand service. De koffie die ze bij de lancering van de nieuwe dienst aanboden, heette ‘Rocket Fuel’. Door de combinatie van ‘Rocket Fuel’ en ‘Lancering’ had Google waarschijnlijk die advertenties voor modelraketten opgeboerd.

Ze waren bijna klaar toen de man op de foto’s van Haloween stuitte. Ze zaten diep in de zoekresultaten voor ‘Greg Lupinski’ verstopt.

“Het thema van het feest was de Golfoorlog,” zei Greg. “In het Castro theater.”

“En u had zich verkleed als…?”

“Een zelfmoordcommando,” antwoordde hij schaapachtig. Hij kromp ineen terwijl hij het woord uitsprak.

“Wilt u met mij meekomen, meneer Lupinski,” zei de man.

Tegen de tijd dat hij werd vrijgelaten, was het 3 uur ’s nachts. Zijn koffer stond eenzaam naast de bagageband. Hij tilde hem op en zag dat ze hem open hadden gemaakt. En geen moeite hadden gedaan om hem weer netjes dicht te doen. Aan alle kanten hingen er kleren uit.

Toen hij thuis was, ontdekte hij dat al zijn nep-antieke Mexicaanse beeldjes waren gebroken. Midden op zijn nieuwe witte katoenen shirt stond een dreigende schoenafdruk. Zijn kleren roken niet meer naar Mexico. Ze roken naar vliegveld.

Hij kon zo niet slapen. Onmogelijk. Hij moest hierover met iemand praten en er was maar een iemand die het zou begrijpen. Gelukkig was ze meestal wakker rond deze tijd.

Maya was twee jaar na Greg bij Google komen werken. Zij had hem overtuigd dat hij naar Mexico moest na zijn vertrek. Ga hier weg, zei ze, om je leven opnieuw op te starten.

Maya had twee enorme chocoladekleurige labradors en een zeer geduldige vriendin die Laurie heette, die alles goed vond behalve zich om 6 uur ’s ochtends door Dorlores Park te laten slepen door 160 kilo kwijlend beest.

Maya greep naar haar busje traangas toen Greg op haar af kwam rennen. Maar ze bedacht zich en spreidde haar armen wijd uit, de hondenriemen onder haar schoen vastklemmend. “Waar is je buik?! Man je ziet er goed uit!”

Hij omhelsde haar, zich opeens heel erg bewust van zijn geur na een nacht doorgegoogled te zijn. “Maya,” zei hij, “wat weet jij van Google en de veiligheidsdienst?”

Ze verstijfde toen hij de vraag stelde. Een van de honden begon te piepen. Ze keek om zich heen en gebaarde naar het tennispark. “Boven aan die lantaarnpaal. Niet meteen kijken.” zei ze. “Dat is een van onze gemeentelijke WiFi punten. Groothoek webcam. Kijk de andere kant op als je praat.”

Als je het plan in z’n geheel bekeek, had het Google niet eens zoveel gekost om de hele stad met webcams vol te hangen. Zeker als je het afwoog tegen de mogelijkheid, mensen persoonlijke reclame voor te schotelen, gebaseerd op waar ze waren en wat ze deden. Greg had er niet echt over nagedacht toen al die camera’s toegankelijk waren gemaakt voor het publiek. Er was een dag lang moord en brand geschreeuwd op wat weblogs terwijl iedereen het nieuwe speelgoed uitprobeerde en inzoomde op de verschillende hoerenbuurten in de stad. Daarna had niemand het er meer over.

Hij voelde zich ongemakkelijk. “Je maakt een grapje.”

“Kom mee,” zei ze terwijl ze haar rug naar de camera draaide.

De honden waren boos dat hun wandeling zo snel was afgebroken en lieten hun ongenoegen duidelijk horen terwijl Maya koffie zette.

“We hebben het op een akkoordje gegooid met de inlichtingendiensten,” zei ze terwijl ze de melk pakte. “Zij hebben beloofd, onze zoekresultaten niet meer te vorderen voor hun onderzoeken. In ruil daarvoor mogen zij zien welke advertenties onze gebruikers te zien krijgen.”

Greg voelde zich misselijk. “Waarom?! Zeg niet dat Yahoo het ook doet…”

“Nee nee, nou ja, natuurlijk doen zij het ook. Maar dat is niet de reden waarom Google het doet. Je weet dat de Republikeinen een hekel hebben aan Google. We staan bekend als een bedrijf van Democraten. Dus moeten we het de Republikeinen een beetje naar de zin maken, voordat ze ons gaan dwarszitten. Het gaat niet om IHP - Informatie Herleidbaar tot Personen; het gifgas van het digitale tijdperk. Het is alleen metadata. Dus het is maar een klein beetje kwaadaardig.”

“Waarom doe je dan zo geheimzinnig?”

Maya zuchtte en aaide de hond die met zijn kop tegen haar knie duuwde. “Die mannen van de veiligheidsdienst zijn net luizen. Ze zitten inmiddels overal. Ze komen naar al onze vergaderingen. Het lijkt wel alsof we in een of ander sovjet ministerie werken. En die autorisatieverklaringen! We zijn feitelijk in twee kampen verdeeld: de geautoriseerden en de verdachten. Iedereen weet wie niet geautoriseerd is, maar niemand weet waarom. Ik heb autorisatie gekregen. Ik heb geluk dat de lesbo’s niet meer zonder meer worden afgewezen. Niemand zou het in z’n hoofd halen, te lunchen met een ongeautoriseerde.”

Greg voelde zich doodmoe. “Dus ik mag van geluk spreken dat ik levend uit het vliegveld ben gekomen. Ik had zo kunnen ‘verdwijnen’ zeker?”

Maya staarde hem aan. Hij wachtte op antwoord.

“Wat is er?”

“Ik ga je iets vertellen, maar je moet me beloven dat je het nooit zult doorvertellen.”

“Ehm je bent toch niet lid van een terroristische eenheid of zo?”

“Nee zo simpel is het niet. Luister. Het onderzoek door de veiligheidsdienst op het vliegveld heeft een specifieke functie. Als je eenmaal apart bent genomen voor verhoor aan de grens, word je een ‘Belangwekkend Persoon’. En dan laten ze nooit meer los. Ze scannen op je gezicht en je manier van lopen op de webcams. Ze lezen je mail. Ze bekijken je zoekopdrachten.”

“Ik dacht dat dat onwettig was?”

“In het wilde weg informatie inzien mag niet. Maar als je eenmaal in het systeem zit als Belangwekkend Persoon, is het een specifieke opsporing. Dat is volstrekt legaal. En als ze je eenmaal gaan googlen, vinden ze altijd wel iets. Alles wat ze over je kunnen vinden wordt in een grote machine gegooid, die zoekt naar ‘verdachte patronen’. Ze zoeken afwijkingen van de statistische norm om je te pakken.”

Greg moest nu echt bijna kotsen. “Hoe heeft dat in vredesnaam kunnen gebeuren?!” Google was toch een goed bedrijf? ‘Don’t be evil’, toch? Dat was altijd het motto van het bedrijf. Voor Greg was het een belangrijke reden geweest om direct na de universiteit naar Mountain View te gaan.

Maya lachte spottend. “O kom op, Greg. Don’t be evil? Onze lobbyisten zijn dezelfde mensen die Kerry door het slijk gehaald hebben. Op het gebied van ‘evil’ zijn we al lang geen maagd meer.

Ze zwegen een paar minuten.

“Het is begonnen in China,” ging ze verder. “Toen we onze servers eenmaal daar neerzetten, was het hek van de dam. De servers vielen toen onder Chinees recht.”

Greg zuchtte diep. Hij wist maar al te goed hoe ver de Googletentakels reikten. Telkens als je een website bezocht met Google advertenties erop, of als je Google Maps gebruikte, of Google Mail - zelfs als je e-mail stuurde naar een Google Mail account van een ander - vergaarde het bedrijf zorgvuldig alle informatie die ze over je te pakken konden krijgen. Nog niet zo lang geleden was zoekoptimalisatie-software in gebruik genomen om zoekopdrachten aan te passen aan individuele behoeftes van gebruikers. Dat systeem bleek goud waard voor de advertentie-industrie. Maar in een autoritair regime had het vast ook niet misstaan.

“Ze gebruikten ons om persoonlijke profielen van mensen te maken,” ging ze verder. “En als ze iemand wilden arresteren, kwamen ze naar ons, op zoek naar een reden om tot arrestatie over te gaan. Er is bijna niks niet-illegaal in China dus er was altijd wel een reden te bedenken.”

Greg schudde zijn hoofd. “Waarom moesten die servers in China staan?”

“Anders zou de Chinese overheid ons blokkeren. En Yahoo zat er al.” Ze trokken een grimas naar elkaar. Op een gegeven moment waren werknemers van Google geobsedeerd geraakt door Yahoo, ze maakten zich drukker om wat de concurrent deed dan om wat ze zelf aan het doen waren. “Dus zetten wij onze servers daar ook maar. Ookal waren veel van ons het er niet mee eens.”

Maya nam een slokje koffie en liet haar stem dalen. Een van de honden zat als een bezetene onder Gregs stoel te snuffelen.

“Vrijwel direct gaf de Chinese overheid opdracht, bepaalde zoekopdrachten te censureren.” zai Maya. “Google stemde in. En met een belachelijk excuus: we zijn niet evil, we bieden Chinese consumenten een betere zoekbeleving. Als er in hun zoekresultaten websites zouden staan die ze toch niet kunnen bezoeken, zouden ze alleen maar gefrustreerd raken. Dat zou een ’slechte gebruikerservaring’ zijn.”

“En nu?” Greg duwde de hond weg. Maya keek wanhopig.

“Nu ben je een Belangwekkend Persoon, Greg. Je wordt gestalkt door Google. Nu heb je de rest van je leven iemand die over je schouder meekijkt. Je kent onze missie toch? ‘Wij organiseren de Informatie van de Wereld’. Alles. Het duurt nog een paar jaar, maar dan weten we zelfs hoeveel drollen er in de pot lagen toen je doortrok. En dat gecombineerd met een systeem dat mensen verdacht verklaart op basis van statistisch materiaal, dan ben je dus volkomen –”

“Scroogled”

“Volkomen.” Ze knikte.

Maya bracht de twee honden door de gang naar de slaapkamer. Hij hoorde haar gedempt ruzieën met haar vriendin, toen kwam ze alleen terug.

“Ik kan dit wel fixen,” fluisterde ze indringend. “Toen de Chinezen begonnen mensen op te pakken, heb ik met wat vrienden besloten, als 20%-project de Chinezen zo veel mogelijk dwars te zitten.” Een voorbeeld van de revolutionaire manier van werken bij Google was dat alle werknemers 20% van hun tijd moesten besteden aan een zelfbedacht lievelingsproject. “We noemen het de Googlecleaner. Het duikt diep in de database en zorgt ervoor dat je statistisch genormaliseerd wordt. Je zoekopdrachten, je Gmail overzichten, je webbrowse patronen. Alles. Greg, ik zal je Googlecleanen. Er zit niks anders op.”

“Ik wil niet in de problemen komen.”

Ze schudde haar hoofd. “Je zit al tot je nek in de problemen. Maar we moeten snel zijn. Het kan niet lang meer duren voordat iemand de veiligheidsdienst attendeert op mijn expertise en mijn achtergrond. En op de Googlecleaner. En dan, tja, wat zouden ze doen met mensen als ik. Het is oorlogstijd. Oorlog tegen abstracte begrippen. Dus alles is geoorloofd.”

Greg dacht aan het vliegveld. Aan het verhoor. De voetafdruk midden op zijn shirt.

“Okay, doe het maar,” zei hij.

De Googlecleaner werkte geweldig. Greg merkte het aan de advertenties die hij in beeld kreeg. Ze waren duidelijk voor iemand anders bedoeld: Feiten over Intelligent Design, Godsdienstsites, Een Toekomst Vrij van Terreur, Pornofilters, goedkope kaartjes voor Toby Keith. Dit was het werk van Maya. Google’s persoonlijke zoekdienst had duidelijk heel iemand anders voor ogen. Een godsvrezende rechtse liefhebber van countrymuziek.

Prima, vond Greg.

Tot hij op zijn adresboek klikte. De helft van de adressen was weg. Zijn Gmail inbox was zo leeg en hol als een kerker. Zijn Orkutprofiel: genormaliseerd. Zijn agenda, familiefoto’s, bookmarks: allemaal leeg. Hij had er vroeger nooit zo bij stilgestaan hoeveel dingen hij online deed. Hoeveel hij via Google deed. Zijn hele identiteit! Maya had hem zo glimmend opgepoetst dat hij volkomen onzichtbaar was geworden.

Greg sloeg slaapdronken op het toetsenbord naast zijn bed. Het beeldscherm werd wakker. Hij kneep zijn ogen samen en keek naar de klok in de toolbar. 4:13 uur. Jezus, wie bonkt er midden in de nacht op de deur?

Hij riep “Ik kom er aan!” met een schorre stem en trok snel een badjas en zijn sloffen aan. Hij sjokte door de gang, deed onderweg het licht aan. Bij de deur zag hij door het kijkgaatje Maya somber naar hem terugkijken.

Hij maakte de deurketting en sloten los en trok de deur open. Maya stormde naar binnen, achter haar aan de honden en haar vriendin.

“Pak je spullen,” zei ze schor.

“Wat?”

Ze pakte hem bij zijn schouders. “Pak je spullen. Nu.”

“Waar gaan we heen?”

“Mexico, waarschijnlijk. Ik weet het nog niet precies. Pak verdomme je spullen.” Ze duwde hem opzij, liep zijn slaapkamer in en trok zijn lades open.

“Maya,” zei hij streng, “Ik pak helemaal niks totdat je vertelt wat er aan de hand is.”

Ze keek hem glazig aan en streek een lok haar uit haar gezicht. “De Googlecleaner is weer tot leven gekomen. Ik had hem onklaar gemaakt nadat ik jou had gecleand. Het was te gevaarlijk geworden. Maar hij stuurt nog steeds een bevestigingsmail naar me wanneer het systeem gebruikt wordt. Iemand heeft hem gebruikt om controversiële informatie toe te voegen aan drie specifieke accounts. Alledrie leden van de handelscommissie van de Senaat.”

“Googlers die senatoren zwartmaken?”

“Niet Googlers. De opdrachten kwamen van buiten het bedrijf. Het IP-blok is geregistreerd in Washington. De IP-adressen worden gebruikt door Gmail-gebruikers, dus ik kon nagaan van wie ze zijn. Raad eens van wie die Gmail accounts zijn?”

“Heb je in Gmail accounts zitten neuzen!?”

“Okay, okay, ja. Ik heb in hun e-mail gekeken. Iedereen doet dat af en toe, en om heel wat minder nobele redenen dan ik. Maar luister - die aanpassingen zijn gedaan door onze eigen lobbyisten. Ze doen gewoon hun werk, ze moeten immers de belangen van ons bedrijf beschermen. Maar kennelijk doen ze dat door mogelijke tegenstanders zwart te maken.”

Greg voelde zijn hart kloppen in zijn keel. “Dat moeten we bekendmaken!”

“Daar hebben we niks aan. Ze weten alles van ons. Ze zien elke zoekopdracht. Elke e-mail. Elke keer als we langs een webcam lopen. Wie in onze sociale netwerken zitten. Wist je dat als je meer dan 15 vrienden hebt op Orkut, je statistisch gezien 100% kans hebt dat je binnen drie stappen aan een ‘terrorist’ bent te linken? Weet je nog op het vliegveld? Dat zal je nog vaak te wachten staan.”

“Maya,” zei Greg, terwijl hij de situatie probeerde te overzien. “Is het niet wat overdreven, naar Mexico te vluchten? Neem gewoon ontslag. Weg bij Google. We zetten samen een bedrijfje op of zoiets. Dit slaat nergens op.”

“Ze zijn vandaag bij me langs geweest.” zei Maya. “Twee mannen van de veiligheidsdienst. Ze zijn uren gebleven. En ze hebben me eindeloos ondervraagd.

“Over de Googlecleaner?”

“Over mijn familie en vrienden. Mijn zoekgeschiedenis. Mijn persoonlijke geschiedenis.”

“Jezus.”

“Ze wilden duidelijk een boodschap overbrengen. Ze zien alles wat ik doe. Elke klik en elke zoekopdracht. Het is hoog tijd dat we hier weggaan. Buiten hun bereik.”

“Google heeft ook een kantoor in Mexico hoor.”

Ze hield voet bij stuk. “We moeten weg.”

“Laurie, wat vind jij ervan?” vroeg Greg.

Laurie aaide de honden. “Mijn ouders zijn in ‘65 Oost-Duitsland ontvlucht. Ze hebben vaak verteld over de Stasi. De geheime dienst zette alles over je in een dossier. Welke boeken je las, met wie je praatte. Zelfs als je een kritisch grapje maakte, alles. Of ze het zo bedoeld hebben weet ik niet, maar wat Google gecreëerd heeft, is precies het zelfde.”

“Greg, kom je?”

Greg schudde zijn hoofd. “Ik heb nog wat pesos over. Nemen jullie ze maar,” zei hij. “Ik blijf hier. Doe voorzichtig, okay?”

Maya keek alsof ze hem ging slaan. Maar ze pakte hem stevig beet.

“Doe zelf voorzichtig,” fluisterde ze in z’n oor.

De week daarop kwamen ze bij hem langs. Thuis, midden in de nacht. Precies zoals hij zich had voorgesteld.

Net na 2 uur ’s nachts stonden er twee mannen voor zijn deur. De een stond stil bij de deurpost. De andere glimlachte manisch. Hij was kort en dik, in een jasje met een vlek op een rever en de Amerikaanse vlag op de andere. “Greg Lupinski, volgens onze informatie heeft u gehandeld in overtreding van de Wet Computerfraude en Misbruik.” zei hij, bij wijze van kennismaking. “Meer specifiek: toegang verschaffen zonder toestemming, en het bekomen van informatie daaruitvolgend. Daar staat tien jaar gevangenisstraf op. Wat jij en je vriendin bij Google hebben gedaan, is een misdrijf. Je kunt je wel voorstellen wat er allemaal naar boven komt als dit voor de rechter komt. Alles wat je uit je Google profiel hebt weggehaald, om te beginnen.”

Greg had deze scene in gedachten al honderden keren afgespeeld. Hij had allerlei dappere digen bedacht die hij kon zeggen. Hij kon nergens anders aan denken terwijl hij op bericht van Maya wachtte. Hij had niets van haar gehoord.

“Ik wil een advocaat spreken,” was alles dat hij kon uitbrengen.

“Dat zou je natuurlijk kunnen doen,” zei de kleine dikkerd. “Maar misschien kunnen we een dealtje sluiten.”

Greg rechtte zijn rug. “Ik wil graag uw politiepenning zien.”

“Joh, ik ben geen agent,” zei de man geamuseerd. Hij had een soort hondengezicht. “Ik ben een consultant. Google heeft me ingehuurd. Mijn bedrijf behartigt hun belangen in Washington. We werken aan relaties. We halen natuurlijk niet zomaar de politie erbij zonder u eerst in te lichten. Je hoort bij de familie. Ik wil je een aanbod doen.”

Greg zette het koffieapparaat aan, gooide het oude filter weg.

“Ik stap naar de pers,” zei hij.

De man deed alsof hij nadacht en knikte. “Tuurlijk, je kun morgen het kantoor van de Chronicle binnenlopen en het hele verhaal vertellen. Dan gaan zij op zoek naar een bron die het verhaal kan bevestigen. En die zullen ze niet vinden. En terwijl zij aan het zoeken zijn, vinden wij hen. Dus luister nou maar naar mijn aanbod. Ik zit in de win-win business. En ik ben er nog goed in ook.” Hij pauzeerde even. “Dat zijn trouwens uitstekende bonen, maar zou je ze niet eerst even afspoelen? Dan gaat de bitterheid eraf. Hier, geef me eens een vergiet.”

Greg en de stille man keken toe hoe de kleine dikkerd zijn jas uitdeed en hem over een keukenstoel hing. Hij knoopte zijn mouwen los en rolde ze zorgvuldig op. Hij deed zijn goedkope polshorloge in z’n broekzak. Hij haalde de koffiebonen uit de molen, deed ze in het vergiet en spoelde ze boven de gootsteen.

Hij was bleek en papperig. De elegantie van een nerd. Hij leek eigenlijk net een Googler, zoals hij geconcentreerd bezig was met z’n bonen. Het leek erop dat hij wist wat hij deed.

“We zijn een team aan het samenstellen voor Gebouw 49…”

“Er is geen Gebouw 49,” zei Greg automatisch.

“Natuurlijk,” zei de man met glimmende oogjes, “is er geen Gebouw 49. Maar we zijn een team aan het samenstellen om de Googlecleaner nieuw leven in te blazen. Maya’s programmeerwerk was niet erg efficient, moet je weten. De Googlecleaner zit vol bugs. Er moet een upgrade komen. En jij bent de aangewezen persoon. Als je weer bij Google komt, maakt het ook niet meer uit dat je weet wat je weet.”

“Ongelofelijk,” zei Greg, “als je werkelijk denkt dat ik jullie zou helpen politici zwart te maken in ruil voor bescherming, dan ben je nog gekker dan ik dacht.”

“Greg,” zei de man, “hoe kom je daarbij. We maken niemand zwart. We gaan de boel gewoon hier en daar een beetje opknappen. Om bepaalde mensen te helpen, begrijp je wel? Iedereen heeft wel wat in z’n Google profiel waar hij niet blij mee is. Als je maar diep genoeg wroet. En diep wroeten is in, de laatste tijd. Zeker in de politiek. Als je je kandidaat stelt, staat dat zo ongeveer gelijk aan een publiekelijk rectaal onderzoek. Hij deed koffie en water in de cafetière en duwde de zuiger naar beneden. Hij was zo geconcentreerd dat hij een raar gezicht trok. Greg pakte drie koppen - Google mokken natuurlijk - en reite ze aan.

“Wij doen voor onze vrienden wat Maya voor jou heeft gedaan. Gewoon een beetje schoonpoetsen. Het enige dat we willen is hun privacy beschermen.”

Greg nam een slokje koffie. “En wat gebeurt er met kandidaten die jullie niet cleanen?”

“Hm ja,” zei de man. “Ja ik zie waar je op doelt. Zij krijgen het misschien wat zwaar.” Hij voelde in zijn zak en diepte wat verfrommelde papieren op. Hij streek ze glad en legde ze op tafel. “Maar goed. Dit is een van de good guys die onze hulp nodig heeft.” Het was een printje van een zoekgeschiedenis van een kandidaat die Greg gesteund had bij de laatste verkiezingen.

“Die man komt in z’n hotelkamer na een uitputtende dag campagne voeren, klapt z’n laptop open en googlet ‘geile kontjes’. Moet kunnen, toch? Volgens ons zou het on-Amerikaans zijn om zo’n man om die reden te weerhouden zijn vaderland te dienen.”

Greg knikte langzaam.

“Dus je wilt hem helpen?”

“Ja,” zei Greg aarzelend.

“Mooi. Dan is er nog iets. Je moet ons helpen, Maya te vinden. Ze begreep niet goed wat onze bedoelingen waren en nu lijkt het erop dat ze er vandoor is. Als we haar het hele verhaal vertellen, zal ze zich wel bedenken.”

Hij keek weer naar de zoekgeschiedenies van de politicus.

“Misschien wel,” antwoordde Greg.

Binnen elf dagen had het nieuwe kabinet de nieuwe ‘Wet Beveiliging en Controle van Amerikaanse Communicatie en Hypertext’ aangenomen, waardoor de veiligheidsdiensten tot 80% van hun werk konden uitbesteden aan private partijen. Op papier kon iedereen meedingen naar de contracten, maar binnen de muren van Gebouw 49 was van het begin af aan al duidelijk wie de deal zou krijgen. Als Góógle 15 miljard had uitgegeven om boeven te vangen aan de grenzen, dan hadden ze ze ook gevangen. De overheid wist nou eenmaal niet Hoe Te Zoeken. Zij wel.

De volgende ochtend inspecteerde Greg zichzelf in de spiegel. Hij had zich glad geschoren - de veiligheidsmensen hielden niet van de ongeschoren hacker-look. Hij realiseerde zich dat dit feitelijk zijn eerste dag was als veiligheidsagent voor de Amerikaanse overheid. Het zou vast niet zo erg zijn. Het was immers beter dat Google dit werk deed, dan een klerk van de veiligheidsdienst met worstenvingers.

Tegen de tijd dat hij de parkeerplaats van Google opreed - tussen hybride auto’s en overvolle fietsenrekken - had hij zichzelf volledig overtuigd. Hij dacht alvast na over welke biologische vruchtenshake hij zou bestellen in de kantine, terwijl hij zijn pasje over de lezer haalde. De deur van Gebouw 49 ging niet open. Bij andere Google gebouwen had hij zo achter iemand aan kunnen lopen, daar liepen de hele dag mensen in en uit. Maar hier niet. De Googlers van 49 kwamen alleen naar buiten om te eten. En soms dat niet eens.

Hij haalde de kaart nog eens door de lezer. En nog eens. Toen hoorde hij een stem naast zich.

“Greg, kan ik je even spreken?”

De kleine dikkerd sloeg een arm om zijn schouders, Greg rook zijn goedkope aftershave. Dezelfde geur als de man van de duikschool in Mexico ophad als ze ’s avonds uitgingen. Greg kon niet meer op z’n naam komen. Juan Carlos? Juan Luís?

De man hield zijn arm stevig om zijn schouders en duwde hem bij de deur vandaan, over het onberispelijke grasveld, langs de kruidentuin bij de keuken. “Neem een paar dagen vrij,” zei hij.

Greg voelde paniek opkomen. “Waarom?” Had hij iets misgedaan? Moest hij de gevangenis in?

“Het gaat om Maya.” De man draaide hem naar zich toe. Hij keken elkaar recht aan. “Ze heeft zelfmoord gepleegd. In Guatemala. Het spijt me, Greg.”

Het was alsof Greg buiten zichzelf trad en wegschoot, recht omhoog. Als in Google Earth zag hij het Googleplex. Hij zag zichzelf beneden staan, naast de kleine dikkerd. Twee stipjes. Pixels. Piepklein, onbeduidend. Hij wilde zijn haar uitrukken, op z’n knieën storten en janken.

Van heel ver weg hoorde hij zichzelf zeggen “Ik hoef geen dag vrij. Het gaat wel.”

Van heel ver hoorde hij de kleine dikkerd aandringen.

Ze bleven een tijdje beleefd ruzieën. Toen gingen de twee pixels Gebouw 49 binnen en de deur viel achter ze dicht.

Dit verhaal werd in het Engels gepubliceerd in Radar Magazine. Het is bewerkt en naar het Nederlands vertaald door Niels Huijbregts. Op het verhaal is een Creative Commons licentie van toepassing.

Een bijdrage van Cory Doctorow

Cory Doctorow is science fiction auteur en voorvechter van Creative Commons. Hij reist de wereld over om presentaties te geven en hij blogt op www.craphound.com.

Reacties

Commentaar is gesloten

  1. Willem-Jelle 1 November, 2007 09:40:01

    Mooi en leuk fictief verhaal. Moet Republlikijnen geen Republikeinen zijn?

  2. tom 1 November, 2007 16:33:01

    dit is niet eens zo vergezocht, google controleert al veel en kan moeiteloos zijn diensten (zoekmachine, mail, google earth e.d.) aan mekaar linken waardoor een mooi beeld ontstaat van je virtuele zelf..

  3. […] Scroogled “Google controls your e-mail, your videos, your calendar, your searches… What if it controlled your life?” Briljant verhaal over onze toekomst waarin Google de scepter zwaait. De orginele Engelse versie kun je hier lezen, de Nederlandse vertaling kun je hier vinden. […]

  4. Maurice Beljaars 3 November, 2007 07:25:17

    (conservatieven + geld + macht) + Google = …

  5. […] Dutch translation (Niels Huijbregts) […]

  6. Boing Boing 9 November, 2007 08:28:07

    Scroogled in Dutch…

    Niels Huijbregts from the progressive Dutch ISP XS4ALL has translated Scroogled (my Creative Commons-licensed story from Radar Magazine about the day Google became evil) into Dutch. This translation joins several others made by like-minded fans all ove…

  7. […] | Posted on November 8, 2007 11:28 PM    […]

  8. […] Link […]

  9. […] Link […]

  10. J 9 November, 2007 09:42:25

    Typo: “Het wat te gevaarlijk geworden.”

    Bedankt voor het vertalen!

  11. […] Link […]

  12. […] Link […]

  13. […] Link […]

  14. Zeedruif 9 November, 2007 11:16:40

    Goeie vertaling, leest vlot weg! Was nooit toegekomen aan het origineel te lezen, maar nu alsnog dus. Dankjewel!

  15. […] Link […]

  16. Scroogled — Search engine optimization 10 November, 2007 14:54:10

    […] Greg was om 8 uur s avonds geland op het vliegveld van San Francisco, maar tegen de tijd dat hij aan de beurt was bij de paspoortcontrole, was het al midden in de nacht. Hij was zongebruind, ongeschoren en relaxed uit de eerste klas gestapt na een maand op het strand van Cabo (duiken en Franse meisjes versieren). Toen hij een maand geleden de stad verlaten had, was hij een afgepeigerd wrak met een buikje. Nu was hij een bruingebrande god en hadden de stewardessen de hele reis naar hem gelonkt. source: Scroogled, Opinieweblog […]

  17. YEAH RIGHT » Flink vergoogled 21 November, 2007 11:30:18

    […] Is dit nou echt allemaal reden om de aluminium folie hoed op te doen? Als je het artikel Scroogled, geschreven door Cory Doctorow leest zal je misschien denken van wel. Klik hier voor de Nederlandse versie. […]

  18. Verbal Jam 1 December, 2007 11:55:22

    Maak van ‘vroeten’ ook nog even ‘wroeten’ (2x) ;-)

  19. […] Scroogled is een kortverhaal van Cory Doctorow, waarin de schrijver in de goeie oude traditie van de dystopie een weinig opbeurende toekomst schetst. Daarin wordt alle kennis die google over u en ik verzamelt, nog een beetje doorgetrokken. Het gevolg is een toekomst waarin google de scepter zwaait. Uiteraard om ons beter te kunnen bedienen (want dat is het altijd). Maar met onvoorspelbare resultaten in bange tijden waarin surveillance hoogtij viert en antiterrorismewetten de grenzen van een democratie aftasten (en regelmatig ook overschrijden). […]

  20. […] Een passage uit een spannend verhaal van de journalist en science fiction schrijver Cory Doctorow over de macht van Google. Het is vertaald door Niels Huijbregts. […]