De vrijheid van meningsuiting

Door Gijs van Loef, 19 November 2007

De vrijheid van meningsuiting is volgens de Nederlanders het belangrijkste probleem dat de politiek moet aanpakken. Dit stelt het SCP in het rapport De sociale staat van Nederland 2007. Nederlanders vinden de vrijheid van meningsuiting nog belangrijker dan het handhaven van een stabiele economie, het op peil houden van de sociale zekerheid en de bestrijding van de misdaad. In het SCP-rapport staat ook dat de problematiek van minderheden-immigratie-integratie-discriminatie de Nederlanders de meeste zorgen baart.

De vrijheid van meningsuiting is onlosmakelijk verbonden met art. 1, hoofdstuk 1: Grondrechten van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden. Daarin staat: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Mensen zijn godsdienstig of niet, ze hebben een levensovertuiging en ze kiezen voor een bepaalde politieke stroming. Omdat we samenleven, weten we (tot op zekere hoogte) van elkaar wat ons geloof is, hoe we in het leven staan en welke politieke keuzes we maken. Om de samenleving leefbaar te houden, houden we rekening met elkaar, want als we dat niet zouden doen wordt het een chaos (Thomas Hobbes: de Cive, Leviathan). Het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In art. 6 van de Grondwet staat expliciet: “ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn het recht op vrije meningsuiting, de godsdienstvrijheid en het recht op leven als burgerlijk-politieke grondrechten vastgesteld. Deze oude rechten komen voort uit de ontwikkeling van de westerse beschaving.

De vrijheid van meningsuiting zit in ons bloed, het is waar we met zijn allen voor staan. Maar kennelijk is het niet (meer) vanzelfsprekend. We zien de laatste tijd dat homo’s stelselmatig worden bedreigd, we horen tegenwoordig wekelijks over doodsbedreigingen, met het bekladden en bevuilen van begraafplaatsen en gedenkplaatsen waren we al vertrouwd. Maar het wordt allemaal erger. Ondanks de moorden op Fortuyn (2002) en van Gogh (2004). Het is toch eigenlijk verschrikkelijk?!

Politici zouden pal moeten staan voor het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting, maar onze politici weten zich er geen raad mee! De minister van Wonen, Wijken en Integratie spreekt van de ontwikkeling van een joods-christelijk-islamitische traditie, maar slikt haar woorden vervolgens schielijk in. Geert Wilders eist het verbod op de Koran en trekt het politieke debat geheel naar zich toe, er is geen politicus die hem op overtuigende wijze de mond snoert. Van de weeromstuit zegt de minister van Onderwijs dat Mein kampf eigenlijk gewoon in de boekhandel verkrijgbaar moet zijn, maar daar heeft hij dan toch weer spijt van.

Het is zò simpel. Er zijn geschriften, er zijn interpretaties van die geschriften en er is gedrag dat gerechtvaardigd wordt door verwijzing naar een geschrift. Het gedrag moet beschaafd zijn; tussen interpretatie (vrijheid van meningsuiting) en gedrag zit een cruciaal verschil. Als ik binnenskamers mijn opa hoor zeggen dat ze “die rotmoffen allemaal tegen de muur hadden moeten zetten”, dat mag mijn opa dat zeggen. Als hij de daad bij het woord had gevoegd, dan had hij terecht moeten staan.

De vrijheid van meningsuiting is gebaseerd op fundamentele westerse waarden zoals gelijkheid, non-discriminatie, geloofsvrijheid en vrijheid van een eigen manier van leven en heeft absolute geldigheid. Maar als in de openbare ruimte niet tolerabel gedrag wordt vertoond, al dan niet geïnspireerd op welk geschrift dan ook, dan prevaleren altijd onze grondrechten. De Grondwet staat boven de Koran, de Bijbel en de Torah. Er màg niet aan de vrijheid van meningsuiting getornd worden – maar er wordt aan getornd! Welke politicus roept Wilders tot de orde?

Een bijdrage van Gijs van Loef

Gijs van Loef is afgestudeerd socioloog en organisatie adviseur voor de publieke sector. Hij publiceert sinds 1997. De rode draad in zijn artikelen en beschouwingen is een kritische analyse van ontwikkelingen in het openbaar bestuur, zijn drijfveer is het leveren van een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. In 2005 startte hij een website onder zijn eigen naam, www.gijsvanloef.nl. Op deze website staan columns, daarnaast bevat de website het korte essay Synthese: de toekomst van Nederland dat binnenkort in boekvorm verschijnt.