Facebook marketingservice is privacy nachtmerrie

Door Niels Huijbregts, 22 November 2007

Het sociale netwerk Facebook krijgt zware kritiek van een snel groeiende groep mensen die vinden dat hun privacy ernstig wordt geschaad door een nieuwe marketingtechniek die de site sinds twee weken toepast.

Facebook heeft software gemaakt die webwinkels op hun site kunnen installeren. Die software houdt bij welke producten Facebook leden kopen en toont die informatie aan vrienden van de koper. Het idee daarachter is dat dat tot meer aankopen zal leiden; als je ziet dat je vrienden een boek kopen, dan koop je het zelf misschien ook wel. Inmiddels hebben 44 webwinkels de software in gebruik.

Veel Facebook-gebruikers schrokken toen ze merkten dat iedereen kon zien wat ze kochten en protesteerden. Facebook zegt dat je de ’service’ makkelijk kunt weigeren: wanneer je iets koopt, verschijnt 20 seconden lang een venstertje in beeld, waarop je kunt aangeven dat je niet wilt dat je aankoop openbaar gemaakt wordt. Na die 20 seconden verdwijnt het venster en wordt verondersteld dat je akkoord bent. Als je net even de anderen kant op keek, heb je pech en kan iedereen zien welke boeken je koopt, of naar welke film je gaat, of wat voor ondergoed je aanschaft.

Zo’n opt-out regeling kan niet door de beugel, vinden duizenden mensen die zich aansluiten bij een protestactie van burgeractivistenorganisatie MoveOn. Ze roepen Facebook op te stoppen met het schenden van hun privacy en de software alleen te gebruiken na expliciete toestemming van de gebruikers.

Bidden beter dan Google

Door Grijs, 22 November 2007

Vijftig jaar geleden was de computer de punt achter een paar weken nadenken.
Je dacht eerst een week over iets na, bijvoorbeeld: hoe splits je een Nederlands woord in lettergrepen? Dat je die splitsingen in het Groene Boekje zou gaan opzoeken, was te gek voor woorden. Woorden splitste je door ze langzaam uit te spreken. De tweede week besteedde je aan het schrijven van een computerprogramma waarin de conclusies uit de eerste week van nadenken vervat waren. De derde week werd gevuld met het verzinnen van een flink aantal moeilijke of zelfs niet-bestaande woorden en het aanvragen van computertijd. Je zette je programma en de woorden die je wou splitsen op ponskaarten en fietste daarmee naar de enige computer in de provincie. De computer slikte ze in en spuugde gesplitste woorden uit, die je niet hoefde te bekijken want je wist al hoe ze gesplitst waren.

We zijn vijftig jaar verder. De computer is een paar miljoen keer sneller en goedkoper en kleiner en meerbevattender, en werkt nog net zo. Maar de gebruiker hoeft niet na te denken, laat staan te programmeren. Hij roept eenvoudig: ‘Google!’

Google is het stomste programma dat ooit werd verzonnen. Als een Amerikaan wil weten wat de hoofdstad van Nederland is, dan toetst hij op Google in: Capital Holland. In een duizendste van een seconde krijgt hij honderdduizend antwoorden. De Amerikaan kijkt naar het eerste antwoord en leest dat de hoofdstad van Holland Amsterdam heet of dat de hoofdstad van Holland The Hague heet of dat de hoofdstad van Holland Den Haag heet of dat Holland eens de hoofdstad van Michigan was of dat er in Holland duizend miljard dollar ligt. Waarom zou die Amerikaan de honderdduizend andere antwoorden nog gaan bekijken?

Google is het domste computerprogramma ooit verzonnen. Het kijkt in een miljard stompzinnige teksten of het de paar woorden bevat die de gebruiker had ingetoetst. De antwoorden komen naar je toe in een geheime volgorde, die vooral bepaald wordt door de vraag welke industrie het meeste geld heeft betaald om voorop te mogen staan, dus in ons voorbeeld: welke vliegmaatschappij betaalde aan Google het meest om vluchten naar Amsterdam of Holland te mogen adverteren?

Ik heb besloten nooit meer te googelen. Het systeem werkt niet. Natuurlijk zal er onder de honderdduizend antwoorden op mijn vraag wel eentje het goede zijn, maar hoe weet ik welk antwoord dat is? Voor stomme informaties zoals telefoonnummers en hoofdsteden heb je telefoonboeken en atlassen, of iemand aan wie je het even vraagt. Google antwoordt altijd met een idioot groot aantal keuzen dat totaal verzonnen is, zoals eenvoudige proefnemingen aantonen.
Stel: je moet op je eindexamen een Engelse zin vertalen. Je telt het aantal woorden in die zin. Je vraagt Google naar een Nederlandse zin met evenveel woorden. Je krijgt honderdduizend Nederlandse zinnen. Die geef je aan de examinator, blij roepend: ‘Hier zit mijn antwoord bij!’
Stel: je hebt pijn aan je pink. Moet je die pink nu een tijdje ontzien of hem juist flink
laten arbeiden? Je vraagt aan Google: ‘pink pijn ontzien advies bewegen’. Tachtig duizend artsen en amateurs zeggen: ‘Ontzien en niet bewegen,’ en tachtigduizend anderen zeggen: ‘Flink bewegen die pink.’

Eeuwenlang hebben mensen hun problemen opgelost door te bidden. Ze geloofden dat God het antwoord in je hoofd plaatste. Toen kwam er een korte periode dat je zelf over het probleem nadacht of een arts, botanist, chauffeur, dominee om een antwoord vroeg. Nu is een derde periode aangebroken: Google geeft je een miljoen verschillende antwoorden en jij moet kiezen. Bidden is nog beter, want dan kan een ander hersendeel even nadenken.

Deze column werd eerder gepubliceerd in Vrij Nederland en is overgenomen met toestemming van de auteur

Een bijdrage van Grijs