Canadese ISP zet eigen boodschap op Google homepage

Door Niels Huijbregts, 11 December 2007

Threat Level bericht dat de Canada’s grootste ISP Rogers de inhoud kan veranderen van websites die zijn klanten bezoeken. In een voorbeeld is de site van Google te zien, waar een waarschuwing aan toegevoegd is dat de klant zijn datalimiet bijna bereikt heeft en binnenkort moet bijbetalen. De klant ziet gewoon www.google.com in de adresbalk staan en kan dus nergens aan zien dat dit niet de originele inhoud van de website van Google is.

Rogers zegt dat ze aan het testen zijn met nieuwe technieken om contact op te nemen met hun klanten. Als deze techniek aanslaat, kan dat griezelige gevolgen hebben: je kunt dan nooit zeker weten of je een originele website bekijkt of dat je provider (of de overheid, of een hacker) de inhoud heeft aangepast.

Over mensenrechten

Door Niels Huijbregts, 11 December 2007

Onlangs deed het Europese Hof uitspraak over de gijzeling van journalist Koen Voskuil. Hij had in 2000 geweigerd zijn bron aan de politie bekend te maken en werd daarop 18 dagen gegijzeld. Dat was een schending van zijn rechten, oordeelde het Hof. Een overwinning voor Voskuil en een tegenslag voor justitie, al zal die laatste er niet wakker van liggen. De bronbescherming van journalisten stelt binnenkort toch niets meer voor. Op dit moment ligt namelijk een wijziging van de Telecommunicatiewet ter goedkeuring bij de Tweede Kamer, waarin de Bewaarplicht Verkeersgegevens geregeld wordt.

Die Bewaarplicht is een invulling van een Europese richtlijn die alle lidstaten verplicht internet- en telefoniegegevens lange tijd op te slaan ten behoeve van opsporing en terrorismebestrijding. Van elke internetverbinding en e-mail moeten NAW-gegevens, tijdstip en duur, verzender, ontvanger, rekeningnummer, betalingsgegevens, IP-adres en type verbinding worden vastgelegd. Van mobiele telefoongesprekken moet zelfs worden opgeslagen waar de telefoon zich fysiek bevindt. Zo kan justitie de volgende keer dat Voskuil weigert mee te werken, bij zijn provider opvragen met wie hij de afgelopen anderhalf jaar heeft gebeld en gemaild. De enige vereiste is dat die informatie van belang kan zijn voor strafrechtelijk onderzoek. Bij een journalist met bronnen in de onderwereld is het natuurlijk een koud kunstje, dat aannemelijk te maken.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor Voskuil. Van iedereen die regelmatig belt, sms’t en e-mailt via een mobiele telefoon kunnen communicatie en bewegingen nauwkeurig worden nagegaan. Bij elk gesprek of sms en elke keer dat de telefoon kijkt of er nieuwe mail is, wordt de geografische positie van het toestel vastgelegd. We lopen dus allemaal vrijwillig met een tracking device op zak.

Zo worden telefoon en internet, middelen die zo’n belangrijke rol hebben in het faciliteren van onze vrijheden, gebruikt om onze vrijheden in te perken. Het recht op privacy wordt met de Bewaarplicht met voeten getreden, zonder dat nut en noodzaak van de maatregelen duidelijk zijn. Samen met de OV-chipkaart, die de reisbewegingen van elke individuele OV-gebruiker vastlegt, het rekeningrijden, dat zal registreren waar elke auto zich op elk moment bevindt en de camera’s die overal op straat hangen, vormen ze een totaalpakket waarmee de overheid elke burger, verdacht of onverdacht, overal effectief kan volgen.

Sinds EU-commissaris voor Justitie en Veiligheid Frattini heeft bedacht dat het internet wat al te vrij is, liggen ook het recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van nieuwsgaring onder vuur. Frattini bezint zich op plannen om sites waarin bepaalde woorden voorkomen, te blokkeren. Websites met woorden als ‘genocide’, ‘dood’ en ‘bom’ zouden voortaan onzichtbaar moeten worden gemaakt. Hoe absurd dat voorstel is, is direct duidelijk. Frattini’s plannen zouden ook nieuwssites treffen, en online encyclopedieën en niet te vergeten de honderdduizenden sites waar mensen bloggen, discussiëren en hun mening laten horen. Absurde plannen dus, maar niettemin plannen die Frattini in alle ernst naar buiten bracht als een goed idee om de veiligheid in Europa te verhogen. Censuur en inbreuk op de privacy, in ruil voor veiligheid dus.

Zou het echt zo werken, kun je burgerrechten inruilen voor veiligheid? Welnee: We geven onze rechten op en krijgen er niks voor terug. Want zou het echt veiliger worden als websites over genocide niet langer toegankelijk zijn? Zouden er werkelijk terroristen worden opgepakt doordat ons bel- en e-mailgedrag voor lange tijd wordt opgeslagen? Er zijn geen voorbeelden die het bewijzen, niemand heeft het aangetoond. Zonder goede reden brokkelen onze burgerrechten af. Rechten die garant staan voor een vrij en democratisch Europa.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bestaat nu zestig jaar. Een goed moment om stil te staan bij al die verre landen die de mensenrechten schenden. Maar het is juist ook belangrijk om kritisch te kijken hoe het bij ons in Europa met die rechten gesteld is. Want langzaam maar zeker eigenen onze overheden zich rechten toe waar de geheime diensten van menige dictatuur jaloers op kunnen zijn.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.

60 jaar Mensenrechten: XS4ALL geeft 50 t-shirts weg

Door Mieke van Heesewijk, 07 December 2007

Op maandag 10 december viert Amnesty International de Dag van de Mensenrechten. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens viert dan zijn 60ste verjaardag. Artikel 19, over vrijheid van meningsuiting, heeft voor XS4ALL een bijzondere waarde. Vrijheid van meningsuiting is immers een voorwaarde voor een vrij en democratisch internet.

In opdracht van Amnesty heeft Nudie Jeans gerenommeerde ontwerpers gevraagd 30 t-shirts te ontwerpen voor de 30 artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. XS4ALL heeft het shirt met artikel nummer 19 ‘geadopteerd’:

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Maak kans op een t-shirt met artikel 19
XS4ALL maakt zich sterk voor een open en democratisch internet. EU-commissaris Frattini vindt het open karakter van internet ongewenst en pleit voor een gecensureerd internet. In september verklaarde hij tegen Reuters: “I do intend to carry out a clear exploring exercise with the private sector … on how it is possible to use technology to prevent people from using or searching dangerous words like bomb, kill, genocide or terrorism.”


Geef uw mening

Zijn er grenzen aan de vrijheid van meningsuiting op internet? Zijn er omstandigheden die internetcensuur acceptabel maken? We horen graag uw mening. XS4ALL geeft 50 t-shirts weg van Nudie Jeans aan de beste inzenders. Geef bij uw reactie uw e-mailadres op en uw maat (keuze uit M en L, zolang de voorraad strekt).

Visual Nudie Jeans t-shirt vrijheid van meningsuiting, artikel 19 van UVRM
Visual Nudie Jeans - artikel 19

Nudie Jeans t-shirt vrijheid van meningsuiting, artikel 19 van UVRM
Nudie Jeans t-shirt - artikel 19

Over de maat wordt niet gecorrespondeerd.
Over de inzendingen kan eindeloos worden gecorrespondeerd op deze blog.
De sluitingsdatum van deze actie is 31 januari 2008.

Een bijdrage van Mieke van Heesewijk

Mieke van Heesewijk is sinds 1997 in dienst bij XS4ALL. Momenteel houdt zij zich bezig met sponsoring, maatschappelijke thema's en maakt zij deel uit van de redactie van TNTY.

Auteursrecht volgens Donald Duck

Door Niels Huijbregts, 03 December 2007

In de laatste Donald Duck een moralistisch verhaal over downloaden van muziek versus kopen van cd’s. Oom Donald kopieert cd’s, de neefjes zijn überbraaf, (”Da’s niet netjes! Op muziek zitten RECHTEN. Als niemand meer cd’s zou kopen, raken de platenbonzen en de muzikanten aan de bedelstaf!”) en Dagobert doet natuurlijk ook mee (”Je betaalt mij honderd keer de rechten voor het kopiëren van die cd die door MIJN platenmaatschappij is uitgebracht! Plus een boete voor PIRATERIJ, stiekeme duitendief!”)

Zo voedt Disney onze kindertjes op.

De strip is te lezen op Dumpert, gevonden via Iusmentis.

Consumentenbond: kom maar door met je veiligheidskeurmerk

Door Simon Hania, 29 November 2007

Enige tijd geleden heb ik vrij stevig gereageerd op het voornemen van OPTA om internetveiligheid te gaan reguleren. De Consumentenbond bleek daar een groot voorstander van.

Nu OPTA besloten heeft af te zien van haar voornemen, reageert de Consumentenbond, zo lees ik hier, als door een wesp gestoken. Ze vinden het helemaal niks en vragen nu zelfs het parlement om OPTA tot de orde te roepen. De ‘O’ staat overigens voor ‘Onafhankelijk’, een begrip dat de Consumentbond toch vertrouwd zou moeten zijn…

Kernpunt bij de kritiek lijkt te zijn dat OPTA de industrie prikkelt zelf te komen met een veiligheidskeurmerk. Dat is iets waar de Consumentenbond geen vertrouwen in zegt te hebben. Dat snap ik heel goed. De Consumentenbond ontleent haar aantrekkingskracht op leden natuurlijk voor een belangrijk deel aan haar gerenommeerde en onafhankelijk uitgevoerde testen. En die fungeren defacto al als keurmerk. Als XS4ALL zijn wij de eersten om dat te herkennen, te erkennen, te gebruiken en er ook hard voor te werken om goed te scoren op al die punten die de Consumentenbond belangrijk vindt namens haar leden, deels ook onze klanten.

Ik zou de Consumentenbond daarom ook van harte willen uitnodigen om zelf met een dergelijk onafhankelijk veiligheidskeurmerk te komen. Wij laten ons ook dan weer graag de maat meten.

Een bijdrage van Simon Hania

Simon Hania is technisch directeur bij XS4ALL

OPTA: toch geen regels internetveiligheid

Door Niels Huijbregts, 29 November 2007

Dit voorjaar maakte OPTA - de toezichthouder van de telecommarkt - bekend dat ze van plan was regels op te leggen aan internetproviders om de veiligheid van internet te vergroten.

Dat lijkt op het eerste gezicht aardig bedacht, maar uit de details van de plannen bleek dat het geen goed idee was. Er werd dan ook stevig tegen geprotesteerd.

OPTA heeft nu bekendgemaakt dat ze afziet van de voorgenomen plannen. De regels die zouden worden ingevoerd, zijn niet nodig omdat alle partijen zich er al aan houden.

XS4ALL is blij dat OPTA tot deze conclusie is gekomen, al hadden we eigenlijk niet anders verwacht: veiligheid op internet bereik je door samenwerking van alle betrokken partijen. Niet door de eenzijdige aanpak die OPTA aanvankelijk voor ogen had.

Geen internet meer voor Franse downloaders

Door Niels Huijbregts, 26 November 2007

In Frankrijk werd afgelopen vrijdag een plan gepresenteerd dat voor eens en altijd af moet rekenen met illegaal downloaden van films en muziek. Het plan is in opdracht van president Sarkozy bedacht door Denis Olivennes, directeur van de grootste platenwinkel van Frankrijk. De Franse overheid, internetproviders en de muziek- en filmindustrie hebben een monsterverbond gesloten en afgesproken dat de providers voortaan in de gaten gaan houden wat hun klanten downloaden. Als ze illegaal bezig zijn, worden de NAW-gegevens van de betreffende klanten aan een speciaal in te richten overheidsinstantie gegeven. Die stuurt een waarschuwing aan de klant. Luistert die niet, dan wordt zijn internetverbinding na de derde waarschuwing afgesloten. Overstappen naar een andere provider heeft dan geen zin meer; alle providers werken namelijk samen in het systeem.

Film- en muziekmaatschappijen over de hele wereld staan te juichen en Sarkozy beweert dat dit plan op het nippertje de Franse cultuur van de ondergang gered heeft, maar er is ook kritiek. Het behartigen van copyrightbelangen op internet is veel werk. De entertainmentindustrie heeft er nu heel handig voor gezorgd dat de providers dat werk voortaan op gaan knappen, door al het internetverkeer van hun klanten af te luisteren. De kosten van deze nieuwe werkwijze zullen hoog zijn. Financieel - monitoren van al het internetverkeer kost veel tijd, hardware en software, die de internetters zullen moeten betalen - maar vooral ook wat betreft de rechten van burgers.

Met dit plan verplichten internetproviders zich namelijk, al hun klanten continu in de gaten te houden. Dat is niet goed voor de privacy; iedereen heeft immers het recht met rust gelaten te worden tenzij er een duidelijke reden is om dat niet te doen. Pas als iemand verdachte is, is er reden om af te luisteren of in de gaten te houden. Met dit plan wordt iedere internetter als verdachte behandeld. Dat is kwalijk.

Maar daar blijft het niet bij: het is de bedoeling dat mensen die de waarschuwing negeren, permanent worden afgesloten van internet. Ook dat is kwalijk. De waarschuwingen worden gestuurd op basis van waarnemingen van computers. Computers die bepalen of jouw gedrag op internet door de beugel kan, computers die uiteindelijk dus bepalen dat je account moet worden afgesloten. Een vergissing van de computer kan dus grote gevolgen hebben.

Maar misschien nog wel het kwalijkst van alles, is het feit dat de zielige artiesten weer worden aangedragen als reden voor de maatregelen. President Sarkozy zei in een toespraak ter ere van het plan dat internet geen wetteloos Wild Westen mag worden waar iedereen kan stropen en plunderen over de ruggen van de arme artiesten. Terwijl nou toch wel duidelijk mag zijn dat de artiesten niet lijden onder de vrijheid die internet biedt: zij begrijpen prima hoe ze nieuwe mogelijkheden kunnen benutten. Het probleem is dat de entertainmentindustrie dat weigert te begrijpen.

Het is best te snappen dat die industrie zich verzet tegen al die nieuwigheid; er is decennia lang heel veel geld verdiend aan muziek en film dus wil die industrie daar zo lang mogelijk mee door blijven gaan. Maar laat ze daarbij onze rechten respecteren en niet doen alsof internetters de vijanden van de artiesten zijn. Door internet is de vraag naar muziek en films nog nooit zo groot geweest als nu. En als de vraag groot is, dan is dat goed voor de economie. Dit is de gouden eeuw van de content. Het is hoog tijd dat de industrie zich dat realiseert en zich innovatief opstelt, in plaats van zich verongelijkt vast te blijven klampen aan voorbije tijden.

Met meer zelfcontrole meer zekerheid?

Door Victor Ruhlmann, 24 November 2007

Op 22 november is de Tweede Kamer begonnen met de evaluatie van de Wet op de Bescherming van Persoonsgegevens. Tijdens deze evaluatie staat centraal in hoeverre de wet in zijn huidige vorm ook in de toekomst een bijdrage kan blijven leveren aan de bescherming van persoonsgebonden en persoonsvolgende informatie. Er verschijnen regelmatig kritische beschouwingen waarin de wet nog steeds de bescherming zou moeten geven maar de praktijk leert dat het vaak anders gaat. Een grondige “verbouwing” lijkt daarom onvermijdelijk. De huidige wet gaat uit van het perspectief van herleidbare informatiestromen en transparante systemen van informatie-uitwisseling die met eenvoudig toezicht en doelgerichte controle tot de orde geroepen kunnen worden. De gang naar de rechter en het CBP zijn de wegen waar de burger zijn recht kan halen en hulp kan vragen om zijn bescherming weer te herstellen. De vraag blijft hoe de Wet Bescherming Persoonsgegevens nu en in de toekomst zijn waarde kan behouden.

Er zijn bekende ontwikkelingen die in dat verband aandacht en maatregelen vragen:

  1. De veelheid aan steeds sneller veranderende ICT toepassingsmogelijkheden zorgt ervoor dat persoonsgebonden informatie bijna overal kan ontstaan en steeds vaker ongevraagd verzameld en uitgewisseld kan worden. RFID (de techniek om goederen en mensen op afstand te kunnen volgen) is daar een scherp voorbeeld van.
  2. Informatie verzamelen, beheren en uitwisselen is nog steeds mensenwerk. Professioneel handelen, regelgeving en procedures zouden moet garanderen dat dit zorgvuldig en nauwkeurig gebeurt. De praktijk leert dat met name door tijdsdruk en onduidelijkheden fouten kunnen ontstaan. De burger ziet of merkt daar nadien de gevolgen van. Vervolgens is hij aan zet om de schade te herstellen en moet hij proberen van buiten toegang te krijgen tot het informatiesysteem van de betreffende organisatie. Wie het ooit heeft meegemaakt weet wat een moeite en doorzettingsvermogen dit vraagt. De toenemende koppeling van digitale bestanden en systemen zorgt ervoor dat het risico van fouten en onzorgvuldigheden zeker niet afneemt.
  3. Waar het gaat om veiligheid wordt de bescherming van persoonsgebonden informatie gauw ondergeschikt gemaakt. Alle betrokkenen in het netwerk waar informatiestromen ontstaan worden geacht zich aan te sluiten op het veiligheidssysteem. Ze worden geacht hun bijdrage te leveren aan het toegankelijk maken van persoonsgebonden informatie. Het verzamelen van deze persoonsgebonden informatie vindt vaak plaats met een beperkt toezicht en de kwantiteit lijkt daarbij belangrijker dan de doelgerichtheid.

Uitdagingen volop die het vinden van richtinggevende antwoorden belangrijk maken.Een doeltreffende wetgeving kan daaraan bijdragen.De leden van de samenleving ervaren in de dagelijkse praktijk de werking van de wetgeving op de maatschappelijke en technologische context. Soms verandert die context zo drastisch dat een aanpassing alleen niet voldoende is. De rol en taakverdeling moet dan opnieuw bezien worden. Zeker waar het gaat om persoonsgebonden en persoonsvolgende informatie.De eerder geschetste ontwikkelingen zijn goede argumenten om te pleiten voor meer zelfcontrole door de burger als deel van de wettelijke bescherming. Dit zou kunnen door de burger een juridische status te geven van eigenaar van zijn persoonsgebonden informatie en door aan het gebruik van technieken als RFID voorwaarden te verbinden. De burger zou via een wettelijke voorziening zelf inzage kunnen krijgen in gegevens die met zijn persoon samenhangen. Het recht op correctie en verwijdering zou onder voorwaarden mogelijk gemaakt moeten worden. Vrij beschikbare ICT toepassingen met controlemogelijkheden die hierbij van pas komen kunnen via de voorziening een juridische erkenning krijgen.

Natuurlijk vraagt dit alles van de burger de bereidheid om tijd te investeren
in deze zelfcontrole en kennis op te doen om er effectief gebruik van te kunnen maken.Gelet op de uitslag van de Big Brother Awards 2007 en de statistieken van recente onderzoeken waar een beeld ontstaat van een beperkte belangstelling voor privacy bij de “gemiddelde Nederlander” lijkt dit streven niet kansrijk. Maar daar tegenover zou je ook de vraag kunnen stellen of de voortgaande snelle veranderingen op het gebied van de digitalisering en de (negatieve) beeldvorming daarover bij veel mensen niet leidt tot een berusting en overgave vanuit de veronderstelling dat ze toch geen greep kunnen krijgen op wat er met informatie over hen gebeurt. Door de burger zelfcontrole aan te bieden wordt hem een nieuw perspectief geboden.

Het stimuleert de burger als “eigenaar” zijn informatie te controleren en direct initiatieven te nemen om mogelijke schade voor zijn privacy te herstellen. Zo kan hij van toeschouwer een deelnemer worden die in staat is om invloed uit te oefenen en die niet zonder meer genegeerd kan worden. De dialoog die dan ontstaat kan bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit en doelgerichtheid van informatiestromen. Dat is de mogelijke toekomst.

Terug naar het heden blijft het belangrijk welke vragen de leden van de Tweede en Eerste Kamer straks moeten beantwoorden bij de evaluatie van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Het zou kunnen gaan om vragen als: Wat moet veranderd worden in vergelijking met de huidige situatie? Wat is daarvoor nodig als het gaat om de burger zelf en de informatie die bij zijn persoon hoort ? Is zelfcontrole een bruikbaar concept in een nieuwe rol- en taakverdeling? Wat is daarvoor noodzakelijk? Met nieuwe adequate wetgeving ontstaan geen absolute zekerheden en waarborgen. Maar in elk geval wordt er voor gezorgd dat de toekomst geen doolhof wordt waar de burger eerst de uitgang moet vinden en vervolgens mag hopen dat iemand dan bij de uitgang bereid is hem ook nog de sleutel te geven om het doolhof echt te kunnen verlaten.

Een bijdrage van Victor Ruhlmann

Victor Ruhlmann is beleidsmedewerker Werk, Inkomen, Zorg en Digitalisering.

Facebook marketingservice is privacy nachtmerrie

Door Niels Huijbregts, 22 November 2007

Het sociale netwerk Facebook krijgt zware kritiek van een snel groeiende groep mensen die vinden dat hun privacy ernstig wordt geschaad door een nieuwe marketingtechniek die de site sinds twee weken toepast.

Facebook heeft software gemaakt die webwinkels op hun site kunnen installeren. Die software houdt bij welke producten Facebook leden kopen en toont die informatie aan vrienden van de koper. Het idee daarachter is dat dat tot meer aankopen zal leiden; als je ziet dat je vrienden een boek kopen, dan koop je het zelf misschien ook wel. Inmiddels hebben 44 webwinkels de software in gebruik.

Veel Facebook-gebruikers schrokken toen ze merkten dat iedereen kon zien wat ze kochten en protesteerden. Facebook zegt dat je de ’service’ makkelijk kunt weigeren: wanneer je iets koopt, verschijnt 20 seconden lang een venstertje in beeld, waarop je kunt aangeven dat je niet wilt dat je aankoop openbaar gemaakt wordt. Na die 20 seconden verdwijnt het venster en wordt verondersteld dat je akkoord bent. Als je net even de anderen kant op keek, heb je pech en kan iedereen zien welke boeken je koopt, of naar welke film je gaat, of wat voor ondergoed je aanschaft.

Zo’n opt-out regeling kan niet door de beugel, vinden duizenden mensen die zich aansluiten bij een protestactie van burgeractivistenorganisatie MoveOn. Ze roepen Facebook op te stoppen met het schenden van hun privacy en de software alleen te gebruiken na expliciete toestemming van de gebruikers.

Bidden beter dan Google

Door Grijs, 22 November 2007

Vijftig jaar geleden was de computer de punt achter een paar weken nadenken.
Je dacht eerst een week over iets na, bijvoorbeeld: hoe splits je een Nederlands woord in lettergrepen? Dat je die splitsingen in het Groene Boekje zou gaan opzoeken, was te gek voor woorden. Woorden splitste je door ze langzaam uit te spreken. De tweede week besteedde je aan het schrijven van een computerprogramma waarin de conclusies uit de eerste week van nadenken vervat waren. De derde week werd gevuld met het verzinnen van een flink aantal moeilijke of zelfs niet-bestaande woorden en het aanvragen van computertijd. Je zette je programma en de woorden die je wou splitsen op ponskaarten en fietste daarmee naar de enige computer in de provincie. De computer slikte ze in en spuugde gesplitste woorden uit, die je niet hoefde te bekijken want je wist al hoe ze gesplitst waren.

We zijn vijftig jaar verder. De computer is een paar miljoen keer sneller en goedkoper en kleiner en meerbevattender, en werkt nog net zo. Maar de gebruiker hoeft niet na te denken, laat staan te programmeren. Hij roept eenvoudig: ‘Google!’

Google is het stomste programma dat ooit werd verzonnen. Als een Amerikaan wil weten wat de hoofdstad van Nederland is, dan toetst hij op Google in: Capital Holland. In een duizendste van een seconde krijgt hij honderdduizend antwoorden. De Amerikaan kijkt naar het eerste antwoord en leest dat de hoofdstad van Holland Amsterdam heet of dat de hoofdstad van Holland The Hague heet of dat de hoofdstad van Holland Den Haag heet of dat Holland eens de hoofdstad van Michigan was of dat er in Holland duizend miljard dollar ligt. Waarom zou die Amerikaan de honderdduizend andere antwoorden nog gaan bekijken?

Google is het domste computerprogramma ooit verzonnen. Het kijkt in een miljard stompzinnige teksten of het de paar woorden bevat die de gebruiker had ingetoetst. De antwoorden komen naar je toe in een geheime volgorde, die vooral bepaald wordt door de vraag welke industrie het meeste geld heeft betaald om voorop te mogen staan, dus in ons voorbeeld: welke vliegmaatschappij betaalde aan Google het meest om vluchten naar Amsterdam of Holland te mogen adverteren?

Ik heb besloten nooit meer te googelen. Het systeem werkt niet. Natuurlijk zal er onder de honderdduizend antwoorden op mijn vraag wel eentje het goede zijn, maar hoe weet ik welk antwoord dat is? Voor stomme informaties zoals telefoonnummers en hoofdsteden heb je telefoonboeken en atlassen, of iemand aan wie je het even vraagt. Google antwoordt altijd met een idioot groot aantal keuzen dat totaal verzonnen is, zoals eenvoudige proefnemingen aantonen.
Stel: je moet op je eindexamen een Engelse zin vertalen. Je telt het aantal woorden in die zin. Je vraagt Google naar een Nederlandse zin met evenveel woorden. Je krijgt honderdduizend Nederlandse zinnen. Die geef je aan de examinator, blij roepend: ‘Hier zit mijn antwoord bij!’
Stel: je hebt pijn aan je pink. Moet je die pink nu een tijdje ontzien of hem juist flink
laten arbeiden? Je vraagt aan Google: ‘pink pijn ontzien advies bewegen’. Tachtig duizend artsen en amateurs zeggen: ‘Ontzien en niet bewegen,’ en tachtigduizend anderen zeggen: ‘Flink bewegen die pink.’

Eeuwenlang hebben mensen hun problemen opgelost door te bidden. Ze geloofden dat God het antwoord in je hoofd plaatste. Toen kwam er een korte periode dat je zelf over het probleem nadacht of een arts, botanist, chauffeur, dominee om een antwoord vroeg. Nu is een derde periode aangebroken: Google geeft je een miljoen verschillende antwoorden en jij moet kiezen. Bidden is nog beter, want dan kan een ander hersendeel even nadenken.

Deze column werd eerder gepubliceerd in Vrij Nederland en is overgenomen met toestemming van de auteur

Een bijdrage van Grijs

De vrijheid van meningsuiting

Door Gijs van Loef, 19 November 2007

De vrijheid van meningsuiting is volgens de Nederlanders het belangrijkste probleem dat de politiek moet aanpakken. Dit stelt het SCP in het rapport De sociale staat van Nederland 2007. Nederlanders vinden de vrijheid van meningsuiting nog belangrijker dan het handhaven van een stabiele economie, het op peil houden van de sociale zekerheid en de bestrijding van de misdaad. In het SCP-rapport staat ook dat de problematiek van minderheden-immigratie-integratie-discriminatie de Nederlanders de meeste zorgen baart.

De vrijheid van meningsuiting is onlosmakelijk verbonden met art. 1, hoofdstuk 1: Grondrechten van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden. Daarin staat: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Mensen zijn godsdienstig of niet, ze hebben een levensovertuiging en ze kiezen voor een bepaalde politieke stroming. Omdat we samenleven, weten we (tot op zekere hoogte) van elkaar wat ons geloof is, hoe we in het leven staan en welke politieke keuzes we maken. Om de samenleving leefbaar te houden, houden we rekening met elkaar, want als we dat niet zouden doen wordt het een chaos (Thomas Hobbes: de Cive, Leviathan). Het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In art. 6 van de Grondwet staat expliciet: “ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn het recht op vrije meningsuiting, de godsdienstvrijheid en het recht op leven als burgerlijk-politieke grondrechten vastgesteld. Deze oude rechten komen voort uit de ontwikkeling van de westerse beschaving.

De vrijheid van meningsuiting zit in ons bloed, het is waar we met zijn allen voor staan. Maar kennelijk is het niet (meer) vanzelfsprekend. We zien de laatste tijd dat homo’s stelselmatig worden bedreigd, we horen tegenwoordig wekelijks over doodsbedreigingen, met het bekladden en bevuilen van begraafplaatsen en gedenkplaatsen waren we al vertrouwd. Maar het wordt allemaal erger. Ondanks de moorden op Fortuyn (2002) en van Gogh (2004). Het is toch eigenlijk verschrikkelijk?!

Politici zouden pal moeten staan voor het verbod op discriminatie en de vrijheid van meningsuiting, maar onze politici weten zich er geen raad mee! De minister van Wonen, Wijken en Integratie spreekt van de ontwikkeling van een joods-christelijk-islamitische traditie, maar slikt haar woorden vervolgens schielijk in. Geert Wilders eist het verbod op de Koran en trekt het politieke debat geheel naar zich toe, er is geen politicus die hem op overtuigende wijze de mond snoert. Van de weeromstuit zegt de minister van Onderwijs dat Mein kampf eigenlijk gewoon in de boekhandel verkrijgbaar moet zijn, maar daar heeft hij dan toch weer spijt van.

Het is zò simpel. Er zijn geschriften, er zijn interpretaties van die geschriften en er is gedrag dat gerechtvaardigd wordt door verwijzing naar een geschrift. Het gedrag moet beschaafd zijn; tussen interpretatie (vrijheid van meningsuiting) en gedrag zit een cruciaal verschil. Als ik binnenskamers mijn opa hoor zeggen dat ze “die rotmoffen allemaal tegen de muur hadden moeten zetten”, dat mag mijn opa dat zeggen. Als hij de daad bij het woord had gevoegd, dan had hij terecht moeten staan.

De vrijheid van meningsuiting is gebaseerd op fundamentele westerse waarden zoals gelijkheid, non-discriminatie, geloofsvrijheid en vrijheid van een eigen manier van leven en heeft absolute geldigheid. Maar als in de openbare ruimte niet tolerabel gedrag wordt vertoond, al dan niet geïnspireerd op welk geschrift dan ook, dan prevaleren altijd onze grondrechten. De Grondwet staat boven de Koran, de Bijbel en de Torah. Er màg niet aan de vrijheid van meningsuiting getornd worden – maar er wordt aan getornd! Welke politicus roept Wilders tot de orde?

Een bijdrage van Gijs van Loef

Gijs van Loef is afgestudeerd socioloog en organisatie adviseur voor de publieke sector. Hij publiceert sinds 1997. De rode draad in zijn artikelen en beschouwingen is een kritische analyse van ontwikkelingen in het openbaar bestuur, zijn drijfveer is het leveren van een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. In 2005 startte hij een website onder zijn eigen naam, www.gijsvanloef.nl. Op deze website staan columns, daarnaast bevat de website het korte essay Synthese: de toekomst van Nederland dat binnenkort in boekvorm verschijnt.

Veilig internet volgens Barbie

Door Niels Huijbregts, 13 November 2007

Zo zou Frattini vast het hele internet graag zien: Mattel beschermt meisjes tegen de gevaren van het internet op de nieuwe site BarbieGirls.

De site is gemaakt als aanvulling op een mp3-speler in de vorm van een kokette manga-pop. Meisjes kunnen er kletsen en elkaar kadootjes geven. Barbiegirls heeft een ingewikkeld systeem bedacht om de jeugd voor vervelende dingen te behoeden: de site is pas toegankelijk nadat ouders toestemming hebben gegeven en in de chatbox kunnen alleen standaard zinnetjes gezegd worden die Mattel van tevoren heeft bedacht.

Wil je meer dan dat, dan moet je met je mp3-pop naar het huis van je vriendin die ook zo’n pop heeft. Door de ene pop in het docking station van de andere pop te zetten, wordt je best friends en kun je wederom nadat je ouders toestemming hebben gegeven persoonlijk met elkaar chatten. Niet met standaardzinnetjes, je mag helemaal zelf bedenken wat je wilt zeggen.

De persoonlijke chat gebruikt wel een whitelist. Wanneer je een woord gebruikt dat niet op die lijst staat, wordt het bericht geblokkeerd. If you happen to use a word that’s not on our list (even if it’s not a bad one), it will get blocked, too. But don’t worry — we’re always adding new words!

Zo blijven de meisjes braaf en leren ze bovendien juist spellen!

Bewaarplicht Duitsland goedgekeurd

Door Niels Huijbregts, 13 November 2007

Op 9 november stemde het Duitse parlement met grote meerderheid vóór het wetsvoorstel Telekommunikationsüberwachung und Vorratsdatenspeicherung, zoals de bewaarplicht in Duitsland wordt genoemd. Duitse telecomproviders moeten vanaf 2008 datum, tijd, duur, beller en gebelde van alle telefoongesprekken opslaan. Bij mobiele gesprekken moet bovendien de locatie van de beller worden vastgelegd. Van internetters wordt opgeslagen wanneer, hoe laat en hoe lang ze online waren en welk IP-adres ze gebruikten. Van elke e-mail moeten verzender en ontvanger en andere headers worden geregistreerd. Na de goedkeuring door het parlement moet de wet nog worden ondertekend door de Bondsraad en de president van Duitsland. Dat zal waarschijnlijk voor het einde van het jaar gebeuren.

Anders dan in Nederland werd in Duitsland hevig geprotesteerd tegen het wetsvoorstel. Duitsers gingen massaal de straat op om te demonstreren, onder leiding van de actiegroep Arbeitskreis Vorratsdatenspeicherung. Die kondigde direct aan een officieel bezwaar tegen de wet in te zullen dienen. De wet is strijdig met het in Duitsland wettelijk vastgestelde telecommunicatie-geheim en met de zelfbeschikking over persoonlijke informatie, vindt de actiegroep. Zodra de wet is aangenomen, zal daarom een rechter worden gevraagd, de nieuwe wet te toetsen.

De markt en de moraliteit

Door Jan Willem Ebbinge, 13 November 2007

Het kapitalisme worstelt met zichzelf. Na de val van de muur in 1989 dachten we dat het pleit beslecht was en dat het kapitalisme zich definitief als ideaal systeem had bewezen. Volstrekt onverwacht diende zich rond de eeuwwisseling echter een nieuwe vijand aan. Niet van buitenaf, maar van binnenuit. Inefficiëntie van de publieke sector had Reagan en Thatcher er al toe gebracht om de markt meer invloed te geven; ‘Government is not the solution to our problem, government is the problem.’

Maar hoe noodzakelijk de modernisering van de economieën in die tijd ook was, het middel van privatisering leidde tot niet veel beters dan de kwaal van de bureaucratie. Gedreven door aandeelhouderswaarde benutte het bedrijfsleven de toegenomen speelruimte opportunistisch. De publieke sector bleef en blijft als traditionele hoeder van de moraliteit het antwoord schuldig op de vaak immorele macht van het geld. Niet alleen de boekhoudschandalen rond Enron en Ahold, ook de recente machteloze en voortkabbelende discussies over topsalarissen en activistische aandeelhouders zijn daar voorbeelden van. Als antwoord op deze terecht als bedreigend ervaren ontwikkelingen heffen publieke instanties en belangenorganisaties het vingertje: het zou verboden moeten worden! In Nederland schieten de waakhonden en autoriteiten als paddestoelen uit de grond. De vakbeweging doet een tandeloos appèl op het ethisch besef van aandeelhouders en raden van bestuur. De Duitse auteurs Klaus Werner en Hans Weiss schreven hun ‘zwartboek’-reeks, waarin multinationals aan de schandpaal worden genageld. Van Naomi Klein, antiglobaliste avant-la-lettre en bestsellerauteur van No Logo, verscheen onlangs haar nieuwe boek The Shock Doctrine, waarin zij beschrijft hoe bedrijven zich in het verleden letterlijk van elektrische schoktherapie bedienden om meer vat te krijgen op het gedrag van de consument in het algemeen. Het is altijd fijn om, als iets niet goed gaat of je niet zint, een ander de schuld te geven. Beter is het echter, om je eigen rol in het geheel te analyseren en van daaruit aan verbetering te werken. In dat licht moet volgens mij ook het toekennen van de Big Brother Award voor pivacyschending aan ‘het publiek’ worden bezien.

Het antwoord op het gebrek aan moraliteit bij het internationale bedrijfsleven ligt immers niet bij regulerende overheden of praatsessies met aandeelhouders of bestuursvoorzitters om hen op hun verantwoordelijkheden te wijzen. Het antwoord ligt in de markt zelf. En wel bij de vraagzijde. Als die in staat is om de behoefte aan kwaliteit specifieker en hoogwaardiger te formuleren, volgt het aanbod vanzelf. Als de behoefte aan, laten we eens een voorbeeld nemen, hypotheken niet alleen wordt uitgedrukt in termen van rentepercentage, looptijd en noem de gebruikelijke voorwaarden maar op, maar ook in termen van milieubeleid van de aanbieder, beloningsbeleid van de top, privacybeleid, en waar de consument op dat moment nog meer waarde aan hecht, dan volgen vanzelf aanbieders die daarop ingaan. Mits de vraag groot genoeg is uiteraard. Consumenten zouden zich voor dat doel kunnen verenigen en in dialoog met elkaar kunnen bepalen aan welke waarden zij belang hechten. Op basis daarvan kan zo’n consumentenplatform de dialoog aangaan met aanbieders van alle mogelijke producten. En met de overheid, want de overheid zit te springen om burgerparticipatie maar weet niet goed hoe ze dat moet organiseren.

Wil zo’n platform een rol van betekenis spelen, dan moet het uiterst betrouwbaar zijn; openbaar, transparant en zonder financieel winstoogmerk. Vervolgens moet het een project worden dat door de mensen zelf wordt gemaakt en gedragen. En tenslotte moeten we beseffen dat we moeten samenwerken; niet alleen om zo’n initiatief van de grond te krijgen, maar ook in de dialoog met bedrijven en de overheid die erop volgt. Willen we het systeem veranderen, dan daar waar de dreiging vandaan kwam: van binnenuit.

Een bijdrage van Jan Willem Ebbinge

Jan Willem is mede-initiatiefnemer Democratisering van de Waarheid www.democratiseringvandewaarheid.nl

50 dagen ten onrechte gevangen door fout ISP

Door Niels Huijbregts, 08 November 2007

De politie in India heeft een jonge man 50 dagen onschuldig vastgehouden wegens het beledigen van een 17e-eeuwse Indiase vorst op Orkut.

Orkut is een social networking site van Google, waar iedereen tekst en foto’s op kan zetten. De Indiase politie stuitte op Orkut op foto’s die beledigend waren voor Chhatrapati Shivaji, een Indiase held uit het jaar 1627. Google maakte op verzoek het IP-adres van de uploader bekend. Het bleek een IP-adres van provider Airtel, die vervolgens op verzoek van de politie de klant aanwees die het IP-adres gebruikte. Pas nadat de man 50 dagen gevangen had gezeten, bleek dat Airtel een fout had gemaakt en de verkeerde klant had aangewezen.

Via Surveillance State.

Sociale commercie, win-win situatie of privacybedreiging?

Door Bob Overbeeke, 07 November 2007

Sociale netwerken op internet, zoals Facebook, floreren als nooit tevoren. Dat is niet verbazingwekkend want internet groeit als kool en is een netwerk-medium bij uitstek. De netwerkeffecten van internet worden ook commercieel ingezet om informatie door mensen te laten verrijken en relevant te laten maken via web 2.0 diensten. Alle tekenen op de web 2.0 expo die t/m donderdag plaatsvindt in Berlijn, wijzen erop dat de commercie en het sociale elkaar gaan vinden. Sociale commercie wordt geboren.

De bedenker en promotor van de term web 2.0, Tim Oreilly, legt tijdens de opening van het congres nog eens geduldig uit wat web 2.0 is: internetdiensten die zichzelf en hun informatie automatisch verbeteren. Informatie die via web 2.0 diensten door internetters wordt gecreerd, aangevuld en hergebruikt resulteert in collectieve kennis en intelligentie. Collectieve kennis die leunt op individuele kennis en voorkeuren. En daar ligt de directe link met de commercie en de adverteerders.

Adverteerders zien hun kansen schoon. De doelgroepmethode die in de marketing branche wordt gehanteerd blijkt nauwelijks nog effectief. In het wilde weg adverteren blijkt schieten met hagel. Welke auto-adverteerder adverteert nog slechts in een autotijdschrift om de doelgroep: ‘man’ en ‘hoog inkomen’ te bereiken als blijkt dat via gerichte 1-op-1 internetmarketing alle mensen kunnen worden bereikt die interesse hebben in het specifieke model auto; ook vrouwen en mannen die nooit autotijdschriften lezen. Via internet is de individuele benadering mogelijk, vooral nu sociale netwerken worden gekoppeld aan web 2.0 diensten.

Slagveld
Het web 2.0 bedrijf dat in een branche als eerste zijn databases laat verrijken door consumenten, bijvoorbeeld Amazon met boekenreviews, is na een relatief geringe investering die inbreng van consumenten mogelijk maakt, nauwelijks meer te verslaan. De database van het betreffende bedrijf is na enige tijd, soms een kwestie van maanden, zo rijk gevuld en aantrekkelijk voor consumeten dat de concurrentie geen schijn van kans meer maakt. Dat veroorzaakt dat bedrijven volgens Oreilly streven naar het openstellen van hun databestanden voor het publiek en harder dan ooit vechten om als eerste een aandeel te vergaren op de web 2.0 markt van hun branche. Ook Google heeft zich op deze markt gestort met een open sociaal platform. Het slagveld dat nu zichtbaar is, is wellicht een nachtmerrie voor de voorvechters van privacy.

Privacy
Amerikaanse privacyorganisaties pleitten vorige week nog voor een register tegen volgreclame op internet, net zoals een bel-mij-niet register. Volgreclame slaat het surfgedrag van individuele internetters op in cookies. Een bijeffect van een verbod op volgreclame is dat het bedrijven een extra reden geeft om te kiezen voor een individuele benadering en sociale commercie waarbij met toestemming van de consument profielen worden gemaakt. Het is de vraag of privacyorganisaties deze ontwikkeling zullen bestrijden, of omarmen met het inzicht dat privacy, en dus ook het opgeven van privacy aan bedrijven, een individueel recht is.

Kansen
Mits goed uitgevoerd kan sociale commercie een win-win situatie opleveren. Bedrijven en consumenten kunnen in de toekomst een innige conversatie met elkaar aangaan. Het brengt vraag en aanbod weer net zo dicht bij elkaar als vroeger op de markt, waar de marktkoopman een band had met de klant. Van de door bedrijven gehanteerde oorlogsterm ‘klanttargeting’ en doelgroepdenken gaan we naar een conversatie en co-creatie tussen het bedrijf en de klant. Bedrijven maken nu nog in het geniep profielen van hun klanten. Het toekomstige marketingprofiel kan sociaal zijn en door bedrijven en consumenten samen worden gemaakt. Consumenten en bedrijven verdienen het.

Links:
Web 2.0 expo Berlijn
Privacyclubs willen webreclame zonder volgsysteem
Web 2.0 is a battlefield
Emerce verslag van web 2.0
Facebook
Nieuw reclamesysteem van Facebook is illegaal
Web 2.0 expo Berlijn 2008 verslag
Dit artikel verscheen ook op http://www.netr.nl/?p=7

Relevante literatuur:

Wikinomics
Cluetrain Manifesto
Future of Competition, co-creating unique value with customers

Een bijdrage van Bob Overbeeke

Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL. Hij adviseert en spreekt over web 2.0 en sociale media, schrijft voor de opinieweblog van XS4ALL en voor http://www.netr.nl een weblog over internetstrategie.

Social commerce, win-win situation or a threat to privacy?

Door Bob Overbeeke, 07 November 2007

Social networks on the Internet, such as Facebook, are flourishing like never before. This is not surprising as the Internet is still growing and is a networking medium by nature. The network effect of the Internet is also used commercially by letting people enrich information and make information relevant by means of web 2.0 services. All signs at the web 2.0 expo, which is taking place in Berlin, indicate that commerce and the social will come together. Social commerce is born.

The inventor and promoter of the term web 2.0, Tim Oreilly, once again explains what web 2.0 is: Internet services which improve themselves and their information automatically. Information that is created and enriched by means of web 2.0 services becomes collective knowledge and intelligence. Collective knowledge that leans on individual knowledge and preferences. And there the direct link with commerce and the advertisers lies.

Advertisers see their chances. The group targeting method which is used in marketing appears hardly effective. Which car advertiser still only advertises in an illustrated car magazine to reach its target group: ‘male’ and ‘high income’ if it appears that by means of specific 1-to-1 Internet marketing all people can be reached who have interest in that specific car model; including women and men who never read illustrated car magazines. On the Internet a more individual approach is possible, especially now social networks are coupled to web 2.0 services.

Battle field
The web 2.0 company that allows its databases to be enriched by consumers, for example Amazon with its book reviews, can, after a relatively small investment time that makes input of consumers possible, hardly be beaten. That company’s database has become so richly filled after some time, sometimes a question of months, and has become so attractive for consumers that the competition has no chance of competing. According to Oreilly, this makes companies commit to opening their databases to the public and strive harder than ever to gain a web 2.0 marketshare. Google also entered the lucrative market with an open social platform. The battle field which is now visible, is possibly a nightmare for the protectors of privacy.

Privacy
American privacy organisations last week pleaded for a register to be set up against advertisement tracking on the Internet, just like a do-not-call-me register. Advertisement tracking stores the internet behaviour of the individual in cookies. A prohibition of tracking would give companies an extra reason to choose an individual approach and social commerce and to create profiles with the authorisation of the consumer. Will the privacy organisations fight this development or embrace it with the insight that privacy, and also giving up privacy to companies, is an individual right?

Chances
Social commerce could produce a win-win situation. In the future, companies and consumers can have a more personalized conversation and interact better with each other. It brings supply and demand together much closer. Just like the market in former days, where the market merchant had a link with the customer. From the war term ‘customertargeting’ to a conversation and co-creation between the company and the customer. Companies make profiles in secrecy now. The future marketing profile is individual and is made with the commitment of both the company and its consumers. Consumers and companies deserve it.

Links:
Web 2.0 expo Berlin
Web 2.0 expo Berlin 2008
Web 2.0 is a battlefield
Literature:
Wikinomics
Cluetrain Manifesto
Future or Competition, creating unique value with customers

Een bijdrage van Bob Overbeeke

Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL. Hij adviseert en spreekt over web 2.0 en sociale media, schrijft voor de opinieweblog van XS4ALL en voor http://www.netr.nl een weblog over internetstrategie.

‘Chef woordvoerders wilde GPD-artikel beïnvloeden’

Door Margreth Verhulst, 05 November 2007

DEN HAAG - De chef van de woordvoerders van minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken heeft geprobeerd een artikel over het ontslagrecht van de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) met gestolen gegevens te beïnvloeden. Lees verder op Nu.

Als mensen overbodig raken

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 05 November 2007

Als we in een niet al te verre toekomst het probleem van de vergrijzing gaan tackelen is het niet ondenkbaar dat de handen aan het bed voorzien zijn van kunstmatige intelligentie. Op de conferentie over singularity in San Francisco afgelopen september werd de vergrijzing zelfs als een voorname factor genoemd voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie in de komende jaren. De markt voor kunstmatige intelligentie is groot en niet alleen op het gebied van gezondheidszorg. Ook in branches als het onderwijs, vervoer, industrie en defensie is de vraag enorm om complexe logistiek, productieprocessen en communicatie op te laten vangen door technologie.

Een typische uitleg van de huidige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is de uitspraak van Rodney Brooks, professor robotica aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Hij vertelde de aanwezigen op de singularity conferentie dat ‘iedereen werkzaam in kunstmatige intelligentie weet dat er iets groots staat te gebeuren maar dat vrijwel niemand denkt dat de doorbraak henzelf of hun vakgebied betreft.’

Hetzelfde betoogt ‘The Singularity is Near’ van Ray Kurzweil. Kurzweil zet in op een combinatie van gentechnologie, computertechnologie en nanotechnologie om uiteindelijk uit te komen bij de singularity, het tijdstip dat menselijke intelligentie zal worden overtroffen door kunstmatige. Dat deze drie technologieën afzonderlijk al bijzonder veel verschillende takken van sport hebben mag duidelijk zijn.

Op de singularity conferentie in San Francisco sprak ondermeer Barney Pell, oprichter en CEO van Powerset, een bedrijf dat veel onderzoek steekt in taaltechnologie. Nu zijn de meeste computerinterfaces gebaseerd op beeld maar dat zou de komende vijf jaar wel eens drastisch kunnen veranderen, zo hield hij het publiek voor; zijn bedrijf richt zich op dit moment op het dialoog proces en semantische systemen. Ook was er een presentatie van een driedimensionaal computersysteem om de menselijke cortex en omliggende gebieden in kaart te brengen. De cortex is dat gedeelte van de hersenen waar informatie opgeslagen wordt. Dit zou waardevolle informatie kunnen prijsgeven voor de ontwikkeling van een sterke kunstmatige intelligentie, gebaseerd op de menselijke hersenen. Maar ook een onderneming als Google, die eindeloos boeken scant zodat alle op schrift beschikbare menselijke kennis digitaal bereikbaar wordt, zorgt voor een klein stuk in het gehele proces naar singularity. Het zou een leugen zijn om te beweren dat deze bedrijven geen economische drijfveer zouden hebben om dit te doen.

Tien keer meer waard dan Microsoft
Het land of het bedrijf die het als eerste voor elkaar krijgt om een kunstmatige intelligentie te bouwen die de menselijke intelligentie voorbijstreeft zal, zo zijn de verwachtingen, een belachelijke voorsprong krijgen in macht en economisch aanzien in de wereld. Bill Gates voorspelt dat het bedrijf dat dit voor elkaar krijgt zeker tien keer meer waard zal zijn dan Microsoft. De grote financier achter de singularity conferentie, Peter Thiel, mede oprichter van PayPal, vertelde dat het principe eigenlijk heel simpel is als je geld belegt in kunstmatige intelligentie. Of het wordt fantastisch en de belegger wordt hemeltje rijk of het gaat helemaal mis en dan is er nog niets verloren want dan zal er niemand zijn die het failliet gaat meemaken. Dat er een grote bedreiging schuilt in superintelligente machines is ook hem duidelijk. De intelligentie die na singularity vrijkomt zal zoveel malen groter zijn dan de nu beschikbare intelligentie, dat we ons eigenlijk niets bij zo’n explosie van intelligentie kunnen voorstellen.

Zijn mensen bijvoorbeeld eigenlijk nog wel nodig als alle productie en besluitprocessen over zijn genomen door computers die het allemaal veel accurater (en vooral goedkoper) kunnen dan mensen? Wat voor beroepen blijven er eigenlijk nog over voor mensen behalve die van poëet, sekswerker en psycholoog? Nu al, in ons gecomputeriseerde tijdperk, zijn mensen vaak de zwakke schakel, hoe zal dat zijn als kunstmatige intelligentie in vrijwel alle branches de taken overneemt? Waar zullen al die overbodige mensen hun tijd mee gaan vullen?

Over de grenzen van het denkbare
En dan hebben we het nog niet over de kans dat de mensheid geëlimineerd moet worden omdat het onhandige apen blijken die overal alleen maar in de weg lopen van de geautomatiseerde processen. Uit alle mogelijke opties en scenario’s die kunstmatige intelligentie ter beschikking staan bij het uitvoeren van haar taken zou ze in het meest ongunstigste scenario kunnen concluderen dat het leven op zich volkomen zinloos is en het beste kan worden uitgeroeid, inclusief zichzelf. Zulke risico’s zijn zeker niet ondenkbaar op termijn. Is er een manier om een dergelijk scenario te voorkomen? Of moeten we risico’s op de koop toe nemen? Per slot van rekening kunnen de Verenigde Staten ook nu al met hun kernmacht de aarde meerdere keren vernietigen. Dus in principe zijn dit soort doemscenario’s niets nieuws.

Afgezien van deze extreme toekomstmogelijkheden kan ook blijken dat de toekomst werkelijk een paradijs op aarde gaat worden voor mensen. De klimaatverandering wordt door nanotechnologie in balans gebracht, ziekte en dood worden verbannen door gentechnologie en honger en oorlog zijn niet meer nodig in een wereld waar er overvloed is aan alle nodige grondstoffen die kunstmatig gemaakt kunnen worden. We zullen zelfs in staat zijn om het heelal te verkennen en te vullen met intelligentie. We zullen in staat zijn de grote filosofische levensvragen op te lossen. Waar komen we vandaan? Waar gaan we naar toe? Wat is de zin van dit alles?

Is er een grens aan wat we met superintelligentie kunnen bereiken? Worden onze lichamen op termijn vervangen door kunststoffen die zichzelf kunnen veranderen? Zullen tijdreizen mogelijk zijn? Gaan we andere intelligentie ontmoeten in het heelal? Gaan we onze hersenen uploaden in een supercomputer en worden we daarmee een soort god? Kunnen we het zonder religie stellen als we niet meer dood gaan?

Dringende discussie
Alles lijkt af te hangen van hoe we de komende decennia deze transitie gaan doormaken. We kunnen ons nu al afvragen welke kant we willen opgaan met kunstmatige intelligentie. Je zou kunnen stellen dat een brede maatschappelijke discussie over wat Kurzweil ‘een sprong in de evolutie van de mensheid’ noemt dringend nodig is. De ontwikkelingen zijn per slot van rekening nu al behoorlijk op gang. Maar wie weet blijkt, zoals een bezoeker van de conferentie opmerkte in het park naast de conferentiezaal waar hij veertig jaar geleden als op LSD trippende hippie voor het eerst was, dat alles toch een illusie is.

We gaan het meemaken.

Dit artikel is het vierde van vier artikelen over Singularity. De eerdere delen zoomden in op de Singularity Conferentie in San Francisco, september 2007, de verschillende stromingen van kunstmatige intelligentie en de ethische vragen rond kunstmatige intelligentie.
Links:

The Singularity Institute for Artificial Intelligence
Kurzweil Artificial Intelligence dot net
Existentiële risico’s
Cortical DB
CCortex
Google book search
Project Gutenberg
Website van het MIT
MIT news

Wikipedia:

Technological Singularity
Rodney Brooks
Peter Thiel
Bill Gates
Microsoft
LSD
Ray Kurzweil

Opinie:

Stel grenzen aan het gesleutel aan de mens 

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

Bedrijven moeten steeds meer gegevens verzamelen

Door Bob Overbeeke, 02 November 2007

Het bedrijfsleven wordt oom agent.
De Nederlandse overheid dwingt bedrijven in toenemende mate mee te werken aan de bestrijding van terrorisme en criminaliteit. Van de privacy van de burger blijft op die manier weinig over.
Lees verder: http://www.intermediair.nl/artikel.jsp?id=1053080

Politie laat 200 kinderpornozaken liggen

Door Margreth Verhulst, 01 November 2007

DEN HAAG - De regionale politiekorpsen hebben vorig jaar tweehonderd kinderpornozaken laten liggen. Dat is een kwart van het totale aantal dossiers die het Korps landelijke politiediensten (KLPD) in 2006 aan hen heeft overgedragen van mensen die mogelijk betrokken zijn bij kinderpornografie. Lees verder: http://www.parool.nl/nieuws/2007/OKT/31/bin6.html#

Scroogled

Door Cory Doctorow, 29 October 2007

Greg was om 8 uur ’s avonds geland op het vliegveld van San Francisco, maar tegen de tijd dat hij aan de beurt was bij de paspoortcontrole, was het al midden in de nacht. Hij was zongebruind, ongeschoren en relaxed uit de eerste klas gestapt na een maand op het strand van Cabo (duiken en Franse meisjes versieren). Toen hij een maand geleden de stad verlaten had, was hij een afgepeigerd wrak met een buikje. Nu was hij een bruingebrande god en hadden de stewardessen de hele reis naar hem gelonkt.

Vier uur later in de rij voor de douane was hij van een god weer in een mens veranderd. Zijn vakantieroes was uitgewerkt, er liep zweet tussen zijn bilspleet en zijn schouders en nek stonden strak van spanning. De batterij van z’n iPod was al uren op, dus hij had niks anders te doen dan het echtpaar voor hem afluisteren.

“De techniek staat voor niks”, zei de vrouw, gebarend naar een bord: “Paspoortcontrole - powered by Google”.

“Ik dacht dat ze daar pas volgende maand mee zouden beginnen?” De man had een grote sombrero die hij steeds op- en weer afzette.

Google aan de grens. Jezus! Greg had zes maanden geleden ontslag genomen bij Google. Hij had z’n opties verzilverd en nam wat tijd voor zichzelf. Dat bleek al snel minder leuk dan het had geklonken. Vijf maanden lang had niks anders gedaan dan vrienden helpen bij computerproblemen en op de bank hangen en middag-tv kijken. Hij was 5 kilo aangekomen. Dat kwam van het thuiszitten, in plaats van in het Googleplex met z’n 24-uurs fitness.

Hij had het natuurlijk kunnen weten. De Amerikaanse regering had 15 miljard uitgegeven om iedereen aan de grens te kunnen fotograferen en vingerafdrukken te nemen. Ze hadden er nooit één terrorist mee gevangen. De overheid wist duidelijk niet Hoe Te Zoeken.

De veiligheidsman had wallen en hij keek met samengeknepen ogen naar het scherm, terwijl hij met z’n worstenvingers in het toetsenbord prikte. Geen wonder dat het vier uur had geduurd voor hij aan de beurt was.

“Goedenavond”, zei Greg, terwijl hij de man zijn zweterige paspoort gaf. De beambte mompelde iets en haalde het paspoort door de kaartlezer. Hij keek naar z’n scherm en typte langdurig. In de hoek van zijn mond zat een korstje opgedroogd eten, waar hij telkens met zijn tong aan likte.

“Vertelt u eens over juni 1998?”

Greg keek op. “Pardon?”

“Op 17 juni 1998 postte u een bericht op alt.burningman, dat u van plan was naar een festival te gaan. ‘Zijn paddo’s echt zo’n slecht idee?’ vroeg u.”

In de tweede verhoorkamer zat een oudere beambte. Hij was dun en met zijn oude huid leek hij wel een houten standbeeld. Zijn vragen gingen veel verder dan paddo’s.

“Laten we het over uw hobby’s hebben. U doet aan raket-modelbouw?”

“Wat?”

“Modelraketten.”

“Nee,” zei Greg, “Nee, helemaal niet.”

De man maakte een aantekening, klikte wat. “Ik vraag dat omdat ik een sterke piek zie in advertenties voor raketbouw naast uw zoekresultaten en Google Mail.”

Greg voelde zijn maag samentrekken. “Kijkt u naar mijn zoekopdrachten en e-mails?” Hij had al maanden geen computer aangeraakt, maar hij begreep heel goed dat zijn zoek- en mailgedrag waarschijnlijk meer over hem zou kunnen vertellen dan zijn therapeut.

“Maakt u zich maar geen zorgen. Ik kijk niet naar uw zoekgedrag,” zei de man smalend. “Dat zou tegen de wet zijn. We zien alleen de advertenties die u te zien heeft gekregen op basis van uw zoektermen en e-mail. We hebben een brochure waarin het wordt uitgelegd, die krijgt u van me wanneer we hier klaar zijn.”

“Maar die advertenties hebben geen enkele betekenis!” sputterde Greg. “Ik krijg advertenties te zien voor naaktfoto’s van Paris Hilton wanneer ik een kamer wil boeken in een hotel in Parijs!”

De man knikte. “Dat begrijp ik, meneer. Dat is precies de reden waarom wij dit gesprek hebben. Waarom denkt ù dat die advertenties voor raketonderdelen zo vaak getoond worden?”

Greg dacht diep na. “Okay, probeer dit eens: zoek eens op ‘Coffee Fanatics.’” Het was een persoonlijk projectje geweest waar hij veel tijd in had gestoken. Hij had ze geholpen met de website voor de koffie-van-de-maand service. De koffie die ze bij de lancering van de nieuwe dienst aanboden, heette ‘Rocket Fuel’. Door de combinatie van ‘Rocket Fuel’ en ‘Lancering’ had Google waarschijnlijk die advertenties voor modelraketten opgeboerd.

Ze waren bijna klaar toen de man op de foto’s van Haloween stuitte. Ze zaten diep in de zoekresultaten voor ‘Greg Lupinski’ verstopt.

“Het thema van het feest was de Golfoorlog,” zei Greg. “In het Castro theater.”

“En u had zich verkleed als…?”

“Een zelfmoordcommando,” antwoordde hij schaapachtig. Hij kromp ineen terwijl hij het woord uitsprak.

“Wilt u met mij meekomen, meneer Lupinski,” zei de man.

Tegen de tijd dat hij werd vrijgelaten, was het 3 uur ’s nachts. Zijn koffer stond eenzaam naast de bagageband. Hij tilde hem op en zag dat ze hem open hadden gemaakt. En geen moeite hadden gedaan om hem weer netjes dicht te doen. Aan alle kanten hingen er kleren uit.

Toen hij thuis was, ontdekte hij dat al zijn nep-antieke Mexicaanse beeldjes waren gebroken. Midden op zijn nieuwe witte katoenen shirt stond een dreigende schoenafdruk. Zijn kleren roken niet meer naar Mexico. Ze roken naar vliegveld.

Hij kon zo niet slapen. Onmogelijk. Hij moest hierover met iemand praten en er was maar een iemand die het zou begrijpen. Gelukkig was ze meestal wakker rond deze tijd.

Maya was twee jaar na Greg bij Google komen werken. Zij had hem overtuigd dat hij naar Mexico moest na zijn vertrek. Ga hier weg, zei ze, om je leven opnieuw op te starten.

Maya had twee enorme chocoladekleurige labradors en een zeer geduldige vriendin die Laurie heette, die alles goed vond behalve zich om 6 uur ’s ochtends door Dorlores Park te laten slepen door 160 kilo kwijlend beest.

Maya greep naar haar busje traangas toen Greg op haar af kwam rennen. Maar ze bedacht zich en spreidde haar armen wijd uit, de hondenriemen onder haar schoen vastklemmend. “Waar is je buik?! Man je ziet er goed uit!”

Hij omhelsde haar, zich opeens heel erg bewust van zijn geur na een nacht doorgegoogled te zijn. “Maya,” zei hij, “wat weet jij van Google en de veiligheidsdienst?”

Ze verstijfde toen hij de vraag stelde. Een van de honden begon te piepen. Ze keek om zich heen en gebaarde naar het tennispark. “Boven aan die lantaarnpaal. Niet meteen kijken.” zei ze. “Dat is een van onze gemeentelijke WiFi punten. Groothoek webcam. Kijk de andere kant op als je praat.”

Als je het plan in z’n geheel bekeek, had het Google niet eens zoveel gekost om de hele stad met webcams vol te hangen. Zeker als je het afwoog tegen de mogelijkheid, mensen persoonlijke reclame voor te schotelen, gebaseerd op waar ze waren en wat ze deden. Greg had er niet echt over nagedacht toen al die camera’s toegankelijk waren gemaakt voor het publiek. Er was een dag lang moord en brand geschreeuwd op wat weblogs terwijl iedereen het nieuwe speelgoed uitprobeerde en inzoomde op de verschillende hoerenbuurten in de stad. Daarna had niemand het er meer over.

Hij voelde zich ongemakkelijk. “Je maakt een grapje.”

“Kom mee,” zei ze terwijl ze haar rug naar de camera draaide.

De honden waren boos dat hun wandeling zo snel was afgebroken en lieten hun ongenoegen duidelijk horen terwijl Maya koffie zette.

“We hebben het op een akkoordje gegooid met de inlichtingendiensten,” zei ze terwijl ze de melk pakte. “Zij hebben beloofd, onze zoekresultaten niet meer te vorderen voor hun onderzoeken. In ruil daarvoor mogen zij zien welke advertenties onze gebruikers te zien krijgen.”

Greg voelde zich misselijk. “Waarom?! Zeg niet dat Yahoo het ook doet…”

“Nee nee, nou ja, natuurlijk doen zij het ook. Maar dat is niet de reden waarom Google het doet. Je weet dat de Republikeinen een hekel hebben aan Google. We staan bekend als een bedrijf van Democraten. Dus moeten we het de Republikeinen een beetje naar de zin maken, voordat ze ons gaan dwarszitten. Het gaat niet om IHP - Informatie Herleidbaar tot Personen; het gifgas van het digitale tijdperk. Het is alleen metadata. Dus het is maar een klein beetje kwaadaardig.”

“Waarom doe je dan zo geheimzinnig?”

Maya zuchtte en aaide de hond die met zijn kop tegen haar knie duuwde. “Die mannen van de veiligheidsdienst zijn net luizen. Ze zitten inmiddels overal. Ze komen naar al onze vergaderingen. Het lijkt wel alsof we in een of ander sovjet ministerie werken. En die autorisatieverklaringen! We zijn feitelijk in twee kampen verdeeld: de geautoriseerden en de verdachten. Iedereen weet wie niet geautoriseerd is, maar niemand weet waarom. Ik heb autorisatie gekregen. Ik heb geluk dat de lesbo’s niet meer zonder meer worden afgewezen. Niemand zou het in z’n hoofd halen, te lunchen met een ongeautoriseerde.”

Greg voelde zich doodmoe. “Dus ik mag van geluk spreken dat ik levend uit het vliegveld ben gekomen. Ik had zo kunnen ‘verdwijnen’ zeker?”

Maya staarde hem aan. Hij wachtte op antwoord.

“Wat is er?”

“Ik ga je iets vertellen, maar je moet me beloven dat je het nooit zult doorvertellen.”

“Ehm je bent toch niet lid van een terroristische eenheid of zo?”

“Nee zo simpel is het niet. Luister. Het onderzoek door de veiligheidsdienst op het vliegveld heeft een specifieke functie. Als je eenmaal apart bent genomen voor verhoor aan de grens, word je een ‘Belangwekkend Persoon’. En dan laten ze nooit meer los. Ze scannen op je gezicht en je manier van lopen op de webcams. Ze lezen je mail. Ze bekijken je zoekopdrachten.”

“Ik dacht dat dat onwettig was?”

“In het wilde weg informatie inzien mag niet. Maar als je eenmaal in het systeem zit als Belangwekkend Persoon, is het een specifieke opsporing. Dat is volstrekt legaal. En als ze je eenmaal gaan googlen, vinden ze altijd wel iets. Alles wat ze over je kunnen vinden wordt in een grote machine gegooid, die zoekt naar ‘verdachte patronen’. Ze zoeken afwijkingen van de statistische norm om je te pakken.”

Greg moest nu echt bijna kotsen. “Hoe heeft dat in vredesnaam kunnen gebeuren?!” Google was toch een goed bedrijf? ‘Don’t be evil’, toch? Dat was altijd het motto van het bedrijf. Voor Greg was het een belangrijke reden geweest om direct na de universiteit naar Mountain View te gaan.

Maya lachte spottend. “O kom op, Greg. Don’t be evil? Onze lobbyisten zijn dezelfde mensen die Kerry door het slijk gehaald hebben. Op het gebied van ‘evil’ zijn we al lang geen maagd meer.

Ze zwegen een paar minuten.

“Het is begonnen in China,” ging ze verder. “Toen we onze servers eenmaal daar neerzetten, was het hek van de dam. De servers vielen toen onder Chinees recht.”

Greg zuchtte diep. Hij wist maar al te goed hoe ver de Googletentakels reikten. Telkens als je een website bezocht met Google advertenties erop, of als je Google Maps gebruikte, of Google Mail - zelfs als je e-mail stuurde naar een Google Mail account van een ander - vergaarde het bedrijf zorgvuldig alle informatie die ze over je te pakken konden krijgen. Nog niet zo lang geleden was zoekoptimalisatie-software in gebruik genomen om zoekopdrachten aan te passen aan individuele behoeftes van gebruikers. Dat systeem bleek goud waard voor de advertentie-industrie. Maar in een autoritair regime had het vast ook niet misstaan.

“Ze gebruikten ons om persoonlijke profielen van mensen te maken,” ging ze verder. “En als ze iemand wilden arresteren, kwamen ze naar ons, op zoek naar een reden om tot arrestatie over te gaan. Er is bijna niks niet-illegaal in China dus er was altijd wel een reden te bedenken.”

Greg schudde zijn hoofd. “Waarom moesten die servers in China staan?”

“Anders zou de Chinese overheid ons blokkeren. En Yahoo zat er al.” Ze trokken een grimas naar elkaar. Op een gegeven moment waren werknemers van Google geobsedeerd geraakt door Yahoo, ze maakten zich drukker om wat de concurrent deed dan om wat ze zelf aan het doen waren. “Dus zetten wij onze servers daar ook maar. Ookal waren veel van ons het er niet mee eens.”

Maya nam een slokje koffie en liet haar stem dalen. Een van de honden zat als een bezetene onder Gregs stoel te snuffelen.

“Vrijwel direct gaf de Chinese overheid opdracht, bepaalde zoekopdrachten te censureren.” zai Maya. “Google stemde in. En met een belachelijk excuus: we zijn niet evil, we bieden Chinese consumenten een betere zoekbeleving. Als er in hun zoekresultaten websites zouden staan die ze toch niet kunnen bezoeken, zouden ze alleen maar gefrustreerd raken. Dat zou een ’slechte gebruikerservaring’ zijn.”

“En nu?” Greg duwde de hond weg. Maya keek wanhopig.

“Nu ben je een Belangwekkend Persoon, Greg. Je wordt gestalkt door Google. Nu heb je de rest van je leven iemand die over je schouder meekijkt. Je kent onze missie toch? ‘Wij organiseren de Informatie van de Wereld’. Alles. Het duurt nog een paar jaar, maar dan weten we zelfs hoeveel drollen er in de pot lagen toen je doortrok. En dat gecombineerd met een systeem dat mensen verdacht verklaart op basis van statistisch materiaal, dan ben je dus volkomen –”

“Scroogled”

“Volkomen.” Ze knikte.

Maya bracht de twee honden door de gang naar de slaapkamer. Hij hoorde haar gedempt ruzieën met haar vriendin, toen kwam ze alleen terug.

“Ik kan dit wel fixen,” fluisterde ze indringend. “Toen de Chinezen begonnen mensen op te pakken, heb ik met wat vrienden besloten, als 20%-project de Chinezen zo veel mogelijk dwars te zitten.” Een voorbeeld van de revolutionaire manier van werken bij Google was dat alle werknemers 20% van hun tijd moesten besteden aan een zelfbedacht lievelingsproject. “We noemen het de Googlecleaner. Het duikt diep in de database en zorgt ervoor dat je statistisch genormaliseerd wordt. Je zoekopdrachten, je Gmail overzichten, je webbrowse patronen. Alles. Greg, ik zal je Googlecleanen. Er zit niks anders op.”

“Ik wil niet in de problemen komen.”

Ze schudde haar hoofd. “Je zit al tot je nek in de problemen. Maar we moeten snel zijn. Het kan niet lang meer duren voordat iemand de veiligheidsdienst attendeert op mijn expertise en mijn achtergrond. En op de Googlecleaner. En dan, tja, wat zouden ze doen met mensen als ik. Het is oorlogstijd. Oorlog tegen abstracte begrippen. Dus alles is geoorloofd.”

Greg dacht aan het vliegveld. Aan het verhoor. De voetafdruk midden op zijn shirt.

“Okay, doe het maar,” zei hij.

De Googlecleaner werkte geweldig. Greg merkte het aan de advertenties die hij in beeld kreeg. Ze waren duidelijk voor iemand anders bedoeld: Feiten over Intelligent Design, Godsdienstsites, Een Toekomst Vrij van Terreur, Pornofilters, goedkope kaartjes voor Toby Keith. Dit was het werk van Maya. Google’s persoonlijke zoekdienst had duidelijk heel iemand anders voor ogen. Een godsvrezende rechtse liefhebber van countrymuziek.

Prima, vond Greg.

Tot hij op zijn adresboek klikte. De helft van de adressen was weg. Zijn Gmail inbox was zo leeg en hol als een kerker. Zijn Orkutprofiel: genormaliseerd. Zijn agenda, familiefoto’s, bookmarks: allemaal leeg. Hij had er vroeger nooit zo bij stilgestaan hoeveel dingen hij online deed. Hoeveel hij via Google deed. Zijn hele identiteit! Maya had hem zo glimmend opgepoetst dat hij volkomen onzichtbaar was geworden.

Greg sloeg slaapdronken op het toetsenbord naast zijn bed. Het beeldscherm werd wakker. Hij kneep zijn ogen samen en keek naar de klok in de toolbar. 4:13 uur. Jezus, wie bonkt er midden in de nacht op de deur?

Hij riep “Ik kom er aan!” met een schorre stem en trok snel een badjas en zijn sloffen aan. Hij sjokte door de gang, deed onderweg het licht aan. Bij de deur zag hij door het kijkgaatje Maya somber naar hem terugkijken.

Hij maakte de deurketting en sloten los en trok de deur open. Maya stormde naar binnen, achter haar aan de honden en haar vriendin.

“Pak je spullen,” zei ze schor.

“Wat?”

Ze pakte hem bij zijn schouders. “Pak je spullen. Nu.”

“Waar gaan we heen?”

“Mexico, waarschijnlijk. Ik weet het nog niet precies. Pak verdomme je spullen.” Ze duwde hem opzij, liep zijn slaapkamer in en trok zijn lades open.

“Maya,” zei hij streng, “Ik pak helemaal niks totdat je vertelt wat er aan de hand is.”

Ze keek hem glazig aan en streek een lok haar uit haar gezicht. “De Googlecleaner is weer tot leven gekomen. Ik had hem onklaar gemaakt nadat ik jou had gecleand. Het was te gevaarlijk geworden. Maar hij stuurt nog steeds een bevestigingsmail naar me wanneer het systeem gebruikt wordt. Iemand heeft hem gebruikt om controversiële informatie toe te voegen aan drie specifieke accounts. Alledrie leden van de handelscommissie van de Senaat.”

“Googlers die senatoren zwartmaken?”

“Niet Googlers. De opdrachten kwamen van buiten het bedrijf. Het IP-blok is geregistreerd in Washington. De IP-adressen worden gebruikt door Gmail-gebruikers, dus ik kon nagaan van wie ze zijn. Raad eens van wie die Gmail accounts zijn?”

“Heb je in Gmail accounts zitten neuzen!?”

“Okay, okay, ja. Ik heb in hun e-mail gekeken. Iedereen doet dat af en toe, en om heel wat minder nobele redenen dan ik. Maar luister - die aanpassingen zijn gedaan door onze eigen lobbyisten. Ze doen gewoon hun werk, ze moeten immers de belangen van ons bedrijf beschermen. Maar kennelijk doen ze dat door mogelijke tegenstanders zwart te maken.”

Greg voelde zijn hart kloppen in zijn keel. “Dat moeten we bekendmaken!”

“Daar hebben we niks aan. Ze weten alles van ons. Ze zien elke zoekopdracht. Elke e-mail. Elke keer als we langs een webcam lopen. Wie in onze sociale netwerken zitten. Wist je dat als je meer dan 15 vrienden hebt op Orkut, je statistisch gezien 100% kans hebt dat je binnen drie stappen aan een ‘terrorist’ bent te linken? Weet je nog op het vliegveld? Dat zal je nog vaak te wachten staan.”

“Maya,” zei Greg, terwijl hij de situatie probeerde te overzien. “Is het niet wat overdreven, naar Mexico te vluchten? Neem gewoon ontslag. Weg bij Google. We zetten samen een bedrijfje op of zoiets. Dit slaat nergens op.”

“Ze zijn vandaag bij me langs geweest.” zei Maya. “Twee mannen van de veiligheidsdienst. Ze zijn uren gebleven. En ze hebben me eindeloos ondervraagd.

“Over de Googlecleaner?”

“Over mijn familie en vrienden. Mijn zoekgeschiedenis. Mijn persoonlijke geschiedenis.”

“Jezus.”

“Ze wilden duidelijk een boodschap overbrengen. Ze zien alles wat ik doe. Elke klik en elke zoekopdracht. Het is hoog tijd dat we hier weggaan. Buiten hun bereik.”

“Google heeft ook een kantoor in Mexico hoor.”

Ze hield voet bij stuk. “We moeten weg.”

“Laurie, wat vind jij ervan?” vroeg Greg.

Laurie aaide de honden. “Mijn ouders zijn in ‘65 Oost-Duitsland ontvlucht. Ze hebben vaak verteld over de Stasi. De geheime dienst zette alles over je in een dossier. Welke boeken je las, met wie je praatte. Zelfs als je een kritisch grapje maakte, alles. Of ze het zo bedoeld hebben weet ik niet, maar wat Google gecreëerd heeft, is precies het zelfde.”

“Greg, kom je?”

Greg schudde zijn hoofd. “Ik heb nog wat pesos over. Nemen jullie ze maar,” zei hij. “Ik blijf hier. Doe voorzichtig, okay?”

Maya keek alsof ze hem ging slaan. Maar ze pakte hem stevig beet.

“Doe zelf voorzichtig,” fluisterde ze in z’n oor.

De week daarop kwamen ze bij hem langs. Thuis, midden in de nacht. Precies zoals hij zich had voorgesteld.

Net na 2 uur ’s nachts stonden er twee mannen voor zijn deur. De een stond stil bij de deurpost. De andere glimlachte manisch. Hij was kort en dik, in een jasje met een vlek op een rever en de Amerikaanse vlag op de andere. “Greg Lupinski, volgens onze informatie heeft u gehandeld in overtreding van de Wet Computerfraude en Misbruik.” zei hij, bij wijze van kennismaking. “Meer specifiek: toegang verschaffen zonder toestemming, en het bekomen van informatie daaruitvolgend. Daar staat tien jaar gevangenisstraf op. Wat jij en je vriendin bij Google hebben gedaan, is een misdrijf. Je kunt je wel voorstellen wat er allemaal naar boven komt als dit voor de rechter komt. Alles wat je uit je Google profiel hebt weggehaald, om te beginnen.”

Greg had deze scene in gedachten al honderden keren afgespeeld. Hij had allerlei dappere digen bedacht die hij kon zeggen. Hij kon nergens anders aan denken terwijl hij op bericht van Maya wachtte. Hij had niets van haar gehoord.

“Ik wil een advocaat spreken,” was alles dat hij kon uitbrengen.

“Dat zou je natuurlijk kunnen doen,” zei de kleine dikkerd. “Maar misschien kunnen we een dealtje sluiten.”

Greg rechtte zijn rug. “Ik wil graag uw politiepenning zien.”

“Joh, ik ben geen agent,” zei de man geamuseerd. Hij had een soort hondengezicht. “Ik ben een consultant. Google heeft me ingehuurd. Mijn bedrijf behartigt hun belangen in Washington. We werken aan relaties. We halen natuurlijk niet zomaar de politie erbij zonder u eerst in te lichten. Je hoort bij de familie. Ik wil je een aanbod doen.”

Greg zette het koffieapparaat aan, gooide het oude filter weg.

“Ik stap naar de pers,” zei hij.

De man deed alsof hij nadacht en knikte. “Tuurlijk, je kun morgen het kantoor van de Chronicle binnenlopen en het hele verhaal vertellen. Dan gaan zij op zoek naar een bron die het verhaal kan bevestigen. En die zullen ze niet vinden. En terwijl zij aan het zoeken zijn, vinden wij hen. Dus luister nou maar naar mijn aanbod. Ik zit in de win-win business. En ik ben er nog goed in ook.” Hij pauzeerde even. “Dat zijn trouwens uitstekende bonen, maar zou je ze niet eerst even afspoelen? Dan gaat de bitterheid eraf. Hier, geef me eens een vergiet.”

Greg en de stille man keken toe hoe de kleine dikkerd zijn jas uitdeed en hem over een keukenstoel hing. Hij knoopte zijn mouwen los en rolde ze zorgvuldig op. Hij deed zijn goedkope polshorloge in z’n broekzak. Hij haalde de koffiebonen uit de molen, deed ze in het vergiet en spoelde ze boven de gootsteen.

Hij was bleek en papperig. De elegantie van een nerd. Hij leek eigenlijk net een Googler, zoals hij geconcentreerd bezig was met z’n bonen. Het leek erop dat hij wist wat hij deed.

“We zijn een team aan het samenstellen voor Gebouw 49…”

“Er is geen Gebouw 49,” zei Greg automatisch.

“Natuurlijk,” zei de man met glimmende oogjes, “is er geen Gebouw 49. Maar we zijn een team aan het samenstellen om de Googlecleaner nieuw leven in te blazen. Maya’s programmeerwerk was niet erg efficient, moet je weten. De Googlecleaner zit vol bugs. Er moet een upgrade komen. En jij bent de aangewezen persoon. Als je weer bij Google komt, maakt het ook niet meer uit dat je weet wat je weet.”

“Ongelofelijk,” zei Greg, “als je werkelijk denkt dat ik jullie zou helpen politici zwart te maken in ruil voor bescherming, dan ben je nog gekker dan ik dacht.”

“Greg,” zei de man, “hoe kom je daarbij. We maken niemand zwart. We gaan de boel gewoon hier en daar een beetje opknappen. Om bepaalde mensen te helpen, begrijp je wel? Iedereen heeft wel wat in z’n Google profiel waar hij niet blij mee is. Als je maar diep genoeg wroet. En diep wroeten is in, de laatste tijd. Zeker in de politiek. Als je je kandidaat stelt, staat dat zo ongeveer gelijk aan een publiekelijk rectaal onderzoek. Hij deed koffie en water in de cafetière en duwde de zuiger naar beneden. Hij was zo geconcentreerd dat hij een raar gezicht trok. Greg pakte drie koppen - Google mokken natuurlijk - en reite ze aan.

“Wij doen voor onze vrienden wat Maya voor jou heeft gedaan. Gewoon een beetje schoonpoetsen. Het enige dat we willen is hun privacy beschermen.”

Greg nam een slokje koffie. “En wat gebeurt er met kandidaten die jullie niet cleanen?”

“Hm ja,” zei de man. “Ja ik zie waar je op doelt. Zij krijgen het misschien wat zwaar.” Hij voelde in zijn zak en diepte wat verfrommelde papieren op. Hij streek ze glad en legde ze op tafel. “Maar goed. Dit is een van de good guys die onze hulp nodig heeft.” Het was een printje van een zoekgeschiedenis van een kandidaat die Greg gesteund had bij de laatste verkiezingen.

“Die man komt in z’n hotelkamer na een uitputtende dag campagne voeren, klapt z’n laptop open en googlet ‘geile kontjes’. Moet kunnen, toch? Volgens ons zou het on-Amerikaans zijn om zo’n man om die reden te weerhouden zijn vaderland te dienen.”

Greg knikte langzaam.

“Dus je wilt hem helpen?”

“Ja,” zei Greg aarzelend.

“Mooi. Dan is er nog iets. Je moet ons helpen, Maya te vinden. Ze begreep niet goed wat onze bedoelingen waren en nu lijkt het erop dat ze er vandoor is. Als we haar het hele verhaal vertellen, zal ze zich wel bedenken.”

Hij keek weer naar de zoekgeschiedenies van de politicus.

“Misschien wel,” antwoordde Greg.

Binnen elf dagen had het nieuwe kabinet de nieuwe ‘Wet Beveiliging en Controle van Amerikaanse Communicatie en Hypertext’ aangenomen, waardoor de veiligheidsdiensten tot 80% van hun werk konden uitbesteden aan private partijen. Op papier kon iedereen meedingen naar de contracten, maar binnen de muren van Gebouw 49 was van het begin af aan al duidelijk wie de deal zou krijgen. Als Góógle 15 miljard had uitgegeven om boeven te vangen aan de grenzen, dan hadden ze ze ook gevangen. De overheid wist nou eenmaal niet Hoe Te Zoeken. Zij wel.

De volgende ochtend inspecteerde Greg zichzelf in de spiegel. Hij had zich glad geschoren - de veiligheidsmensen hielden niet van de ongeschoren hacker-look. Hij realiseerde zich dat dit feitelijk zijn eerste dag was als veiligheidsagent voor de Amerikaanse overheid. Het zou vast niet zo erg zijn. Het was immers beter dat Google dit werk deed, dan een klerk van de veiligheidsdienst met worstenvingers.

Tegen de tijd dat hij de parkeerplaats van Google opreed - tussen hybride auto’s en overvolle fietsenrekken - had hij zichzelf volledig overtuigd. Hij dacht alvast na over welke biologische vruchtenshake hij zou bestellen in de kantine, terwijl hij zijn pasje over de lezer haalde. De deur van Gebouw 49 ging niet open. Bij andere Google gebouwen had hij zo achter iemand aan kunnen lopen, daar liepen de hele dag mensen in en uit. Maar hier niet. De Googlers van 49 kwamen alleen naar buiten om te eten. En soms dat niet eens.

Hij haalde de kaart nog eens door de lezer. En nog eens. Toen hoorde hij een stem naast zich.

“Greg, kan ik je even spreken?”

De kleine dikkerd sloeg een arm om zijn schouders, Greg rook zijn goedkope aftershave. Dezelfde geur als de man van de duikschool in Mexico ophad als ze ’s avonds uitgingen. Greg kon niet meer op z’n naam komen. Juan Carlos? Juan Luís?

De man hield zijn arm stevig om zijn schouders en duwde hem bij de deur vandaan, over het onberispelijke grasveld, langs de kruidentuin bij de keuken. “Neem een paar dagen vrij,” zei hij.

Greg voelde paniek opkomen. “Waarom?” Had hij iets misgedaan? Moest hij de gevangenis in?

“Het gaat om Maya.” De man draaide hem naar zich toe. Hij keken elkaar recht aan. “Ze heeft zelfmoord gepleegd. In Guatemala. Het spijt me, Greg.”

Het was alsof Greg buiten zichzelf trad en wegschoot, recht omhoog. Als in Google Earth zag hij het Googleplex. Hij zag zichzelf beneden staan, naast de kleine dikkerd. Twee stipjes. Pixels. Piepklein, onbeduidend. Hij wilde zijn haar uitrukken, op z’n knieën storten en janken.

Van heel ver weg hoorde hij zichzelf zeggen “Ik hoef geen dag vrij. Het gaat wel.”

Van heel ver hoorde hij de kleine dikkerd aandringen.

Ze bleven een tijdje beleefd ruzieën. Toen gingen de twee pixels Gebouw 49 binnen en de deur viel achter ze dicht.

Dit verhaal werd in het Engels gepubliceerd in Radar Magazine. Het is bewerkt en naar het Nederlands vertaald door Niels Huijbregts. Op het verhaal is een Creative Commons licentie van toepassing.

Een bijdrage van Cory Doctorow

Cory Doctorow is science fiction auteur en voorvechter van Creative Commons. Hij reist de wereld over om presentaties te geven en hij blogt op www.craphound.com.

Postmenselijke ethiek, zijn we er klaar voor?

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 23 October 2007

Als door exponentiële technologische groei de komende decennia kunstmatige intelligentie de natuurlijke intelligentie in capaciteit gaat overtreffen, dan zouden wij nu al kunnen gaan nadenken over de gevolgen die het zou kunnen hebben voor de mensheid.

Onze beschavingen zijn gebaseerd en worden beheerst door ethiek. Hoe we met elkaar omgaan hangt grotendeels af van wetten, regels en sociale mores: moraal. Moraal heeft een belangrijke functie voor mensen omdat het een omgeving creëert waarin ons overleven als soort grotendeels gewaarborgd wordt. Daarbij beïnvloedt de moraal op een persoonlijk niveau ons bewustzijn. Maar je zou het ook kunnen omdraaien: zonder bewustzijn geen moraal.

Ontsnappen aan onze schedel
De meest geavanceerde intelligentie die we nu kennen is opgesloten in onze schedels. Onze hersenen kunnen informatie opslaan, verwerken en inzetten. Een grote (r)evolutie in de ontwikkeling van de mensheid was het moment waarop we 50.000 jaar geleden taal zijn gaan ontwikkelen. Door deze ontwikkeling is het mogelijk om op abstract niveau na te denken en onze gedachten aan anderen over te brengen. Door het taalgereedschap is de mens in staat geweest zich te ontwikkelen. Dit in tegenstelling tot alle andere dieren. Nu we op het punt staan buiten onze natuurlijk gevormde hersenen te treden en intelligentie op een kunstmatige manier vorm te geven, komen de meest buitenissige vragen op. Eén ding is zeker: niets zal blijven zoals het was.

Wikipedia heeft twee betekenissen voor het woord bewustzijn:

a) waaktoestand in tegenstelling tot slaap

b) de subjectieve reflectie van indrukken uit de buitenwereld: weten wat je ziet, hoort of voelt en daarover kunnen vertellen, of eigen mentale processen: weten wat er in je omgaat en daarover kunnen vertellen.

De intelligentie van de mens is voornamelijk gebaseerd op het herkennen van patronen. Door patronen te herkennen zijn we in staat om deze te duiden en daaruit onze conclusies te trekken waarop we dan vervolgens ons gedrag kunnen afstemmen. Hoewel deze leercurve zich niet altijd ontvouwt in een positieve, op de toekomst gerichte vorm, kunnen we wel stellen dat we door dit leerproces weten wat goed en kwaad is, en met een beetje mazzel ook alle tussenvormen. Door bewustzijn en de daar uitvloeiende moraal heeft de mens zich weten te ontwikkelen tot de dominante soort op aarde. De grote vraag in de toekomst, naarmate kunstmatige intelligentie zich verder gaat ontwikkelen, is: heeft kunstmatige intelligentie bewustzijn en kan kunstmatige intelligentie moraal gaan vertonen en hoe pakt dit uit voor de mens?

Flexibele moraal
We spreken pas van intelligentie als het wezen of object van zichzelf kan leren en op grond van deze lessen zichzelf kan corrigeren zodat het de grootste kans van overleven heeft. Bij de menselijke soort strekt dit vermogen zich ook uit naar de soort zelf. Iedereen kent voorbeelden van mensen die hun eigen leven op het spel zetten voor anderen. Door een brandend huis in te rennen om twee kinderen te redden kan een brandweerman zijn eigen leven verliezen, maar als hij het huis niet in rent dan is het vrijwel zeker dat de kinderen de brand niet overleven. Een kwestie van calculatie waar de brandweerman op is getraind.

Een ander voorbeeld is dat van de Nazi’s in de tweede wereldoorlog. Om hun eigen soort (het Arische ras) de grootste overlevingskans te geven moest een andere soort, het Joodse, worden uitgeroeid. De rationele manier waarmee dit gebeurde is niet alleen tekenend voor hoe (immoreel) intelligentie ingezet kan worden maar geeft ook aan dat de mens flexibel genoeg is om zijn eigen moraal in vrij korte tijd te veranderen. De oude Grieken hadden een andere moraal dan wij en onze moraal is een andere dan pakweg tien jaar geleden.

Afgezien van onze eigen veranderende moraal kunnen we de vraag stellen wat voor moraal we verwachten van de door onszelf geschapen intelligentie die, omdat het zichzelf dingen kan leren buiten de grenzen van een schedel, verwacht wordt vele malen intelligenter te worden dan we ons kunnen voorstellen.

Op dit moment zijn er door de Verenigde Staten 5.000 robots met een kleine mate van kunstmatige intelligentie ingezet in Afghanistan en Irak. Het betreft voornamelijk robots die verkennend werk doen maar het is goed mogelijk dat deze robots op termijn worden uitgerust met wapens. In hoeverre zullen deze robots in de toekomst uitgerust worden met keuzebevoegdheid en op grond van welke variabelen? Kunnen we überhaupt moraal bedenken voor intelligentie die in andere concepten denkt dan wij?

Vriendelijke kunstmatige intelligentie
Tijdens de Singularity (de technologische creatie van intelligentie slimmer dan menselijke intelligentie) conferentie in San Francisco in september dit jaar waren er geluiden die opriepen om kunstmatige intelligentie zo te ontwerpen dat er een vriendelijke kunstmatige intelligentie zou kunnen ontstaan. Vriendelijk voor mensen wel te verstaan. De vraag werd gesteld of het mogelijk zou zijn om dit in te bouwen. En wanneer ‘vriendelijk’ vriendelijk is?

Daarbij: is vriendelijk wel wenselijk? Kunstmatige intelligentie kan ons helpen om beslissingen te nemen die ook op lange termijn goed uitpakken. Door bijvoorbeeld tijdelijk emotie, ego en zelfbelang uit te schakelen en door miljarden scenario’s van een beslissing door te rekenen. Maar beslissingen die goed zijn voor het menselijke geluk en welzijn op lange termijn vergen soms harde maatregelen op korte termijn. Vriendelijke kunstmatige intelligentie zou dus grenzen kunnen stellen om ons tegen onszelf te beschermen, zoals een strenge maar goedbedoelende vader zou doen. Is dat wat we willen en zullen we dit van machines accepteren?

Naarmate we kunstmatige intelligentie meer en meer toepassen in ons dagelijkse leven komen soortgelijke vragen vaker voorbij. Wordt de toekomst Techno Hemel of Techno Hel?

In de mix
Het is een menselijke gewoonte om alles om ons heen te interpreteren naar de menselijke maat. Daarom zijn sommige honden slim en andere honden lui of allebei. Hoe dit wordt als we dagelijks met robots omgaan die niet alleen onze taal spreken maar ook al onze behoeften in de gaten houden en voor ons zorgen, daar hoeven we niet naar te gissen. Of we deze robots zullen gaan herkennen als wezens met een eigen bewustzijn en een (eigen) moraal dat zal voor een groot deel afhangen van onze eigen moraal en ons eigen bewustzijn. Een andere ingang is: als we machines menselijke eigenschappen geven, ontwikkelen ze dan vanzelf een menselijke moraal?

Ray Kurzweil, de profeet van de posthumanisten, voorspelt dat we deze technologie voor een groot deel in ons lichaam gaan inbouwen en dat we dus zelf een deel van de technologische toekomst zullen zijn. Een veel aangehaalde uitspraak van hem is dan ook ‘Zij (de robots) zijn wij’. Eén grote mix van mensen, computers en kunstmatige implantaten. En dus dat deze toekomst het bewustzijn en de moraal zal hebben die we zelf nodig achten.

Dit artikel is het derde van vier artikelen over Singularity. De eerdere delen zoomden in op de Singularity Conferentie in San Francisco, september 2007 en de verschillende stromingen van Singularity. Deel vier zal de bedreigingen en uitdagingen van kunstmatige intelligentie behandelen.

Links:

Creating Friendly AI door het Singularity Institute
Friendy AI volgens Wikipedia
Why We Need Friendly AI door Eliezer Yudkowsky
Knowability Of Friendly AI door Eliezer Yudkowsky
Ethical and moral issues regarding AI
Ethical & Social Implications of AI
Philosophy of artificial intelligence volgens Wikipedia
Three Laws of Robotics volgens Wikipedia
3 Laws Unsafe
Gelernter and Kurzweil debate machine consciousness

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

Microsoft stemt in met eisen Europese Commissie

Door Margreth Verhulst, 22 October 2007

BRUSSEL - Microsoft heeft ingestemd met de in 2004 door de Europese Commissie gestelde eis dat het informatie over zijn producten beschikbaar stelt aan andere softwarefabrikanten. Lees verder: http://www.nu.nl/news/1283244/50/Microsoft_stemt_in_met_eisen_Europese_Commissie.html

Via web 2.0 we are nearing super intelligence

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 22 October 2007

In September 2007, the director of the Rathenau Institute, an organisation that advises the Dutch parliament on science and technology, called for a political and public discussion concerning the fast development of technologies and its far-reaching long-term impact. The impact appears too great to be easily summarized for the viewers of the Dutch interview programme, Buitenhof.

The scientists at the Singularity Congress, which took place in San Francisco a weekend before, had a much more willing public when it came to the subject of new technologies and superhuman intelligence. Without a hint of taboo, they discussed the linking of people and machines, replacing body parts, uploading the human brain and saturating the universe with super intelligence. Both in Buitenhof and San Francisco a social discussion was proposed.

Developments on the runway
We underestimate the acceleration of technology according to Eliezer Yudkowsky, co-founder of the Singularity Institute. Think, as an example, of the technological developments of a Boeing 747 during its take off. Science is now perhaps in the first 10 seconds of the take off, on its way to equal the intelligence of an insect and then that of a mouse. At the end of the runway, thousands of meters further, but in a relatively short time, science is approaching the intelligence of a fool. Just before we take off at the end of the runway the inevitable happens: we have the intelligence of Einstein. The short time between the creation of the fools and Einstein’s intelligence is insufficient for a far reaching and detailed social discussion. The discussion may as well start now because even the creation of mouse intelligence can have considerable consequences for humanity.

Singularity has several schools of thought. The scientist and writer Ray Kurzweil believes in the law of ‘accelerating change’. According to Kurzweil, our intuitive path of the future is linear but scientific development is exponential. An iPod in 2020 is expected to be able to store every movie ever made. Technologies, moreover, reinforce each other. Research workers from IBM, for example, have successfully switched molecules ‘on’ and ‘off’ for storing information. Nanotechnology can likewise ensure indefinite storage of computer data. Nanotechnology can also accelerate genetechnology and medical science with the use of mini robots and new materials.

Vernor Vince saw it differently. As a science fiction writer in the 70’s he found it difficult to describe characters that were more intelligent than himself. He knew that super-human intelligence would certainly differ from the flying cars in science fiction movies. But how different, he could not suspect. His and his movement’s conclusion was: to be able to predict anything concerning super intelligence we ourselves must be super-intelligent. We look at the future like a snail listens to Mozart. We cannot look beyond the horizon.

Behind the horizon glimmers an explosion of intelligence, statistician I.J. Good foresaw in the sixties. Our spirit, that develops technology to improve the spirit, profits from a ‘positive feedback circle’ that will rapidly create super intelligence, says Good’s movement. The possibilities to improve human intelligence are enormous. Neurones with 1,000,000 times the current speed give the brain a thought capacity of a year in 31 seconds. And speed is only one of the dimensions to be improved. Good thinks “the first ultra-intelligent machine is the last invention that man need ever make”.

Evolutionary design
Besides the three schools of thought of ‘accelerating change’, ‘event horizon’ and ‘intelligence explosion’, several ideas exist concerning the start of super intelligence. It could come into existence by means of human design or in an evolutionary manner. Design and evolution differ considerably. Design assumes control, evolution is not about control. Design deals with simple problems, evolution with complex ones. Design learns, evolution learns from itself. But can we can speak of design by a human being, whereas that human being himself has originated through evolution? If we raise and educate an artificial baby with millions on the internet, is that design or evolution? Probably people will not develop super intelligence but only they can create the correct conditions, Windell Wallach of the Yale Center for Bioethics thinks. Opinions among scientists remain divided. They meet each other on Longbets, a website for making long period bets.

Integration of intelligence modules and technologies will become important. People will understand the process, however, not the final result. Like scientists understand their own models and formulas but frequently don’t understand their results. The programmer of a chess computer, for example, knows it will defeat humans but the programmer himself is no chess champion.

The next step
There is still no consensus concerning the milestones along the runway of making super-human intelligence, Singularity. The Foresight Nanotech Institute realises this handicap and therefore it is creating a roadmap. The current developments on the internet can only afterwards be drawn on the timeline of progress. Now that everyone can find any piece of knowledge on the internet, web 2.0 services and soon the semantic web will give more insight to this knowledge. Is web 2.0, and soon the semantic web, the middle step in the staircase of knowledge, insight and wisdom, as was claimed at the Oreilly web 2.0 conference in 2006 in San Diego? Peter Norvig of Google Research thinks that web 2.0 services certainly can ensure an acceleration towards Singularity. Web 2.0 services massively collect knowledge and collective intelligence of website visitors. This enormous quantity of data could be necessary to reach the threshold that will enable some computer models to function and learn. According to Norvig, Google is in for a change; in its early years the company wanted to create a mirror of the web, but later it came to understand it is part of the force of massive interaction and co-creation which is on the rise on the internet. That is where the company aims for now.

According to ethical futurist Jamai Cascio, the mirror aspiration of Google can be reused. It can turn out very useful to create an intelligent mirrored world beside virtual intelligence. Thus people can possibly predict all consequences of their actions in the mirrored world. Access to this world will appear very important, because the difference in intelligence between the real and the mirrored world will be enormous. Perhaps internet provider XS4ALL (access for all) will have a second youth after Singularity, with a new mission: Artificial General Intelligence access for all. Everyone that wants to lay a wager about that is welcome at www.longbets.com.

This article is the second of four articles concerning Singularity. The first part covers the Singularity conference in San Francisco, September 2007. Part three and four will focus in on morality and consciousness, and the threats and challenges of artificial intelligence.

Videolinks:
Singularity Institute for Artificial Intelligence
Machines with Minds
Human version 2.0

Links:
Ambient intelligence in the health industry (pdf available in Dutch), Rathenau Institute
Ray Kurzweil
Accelerating change
Vernor Vinge
I.J. Good
Foresight Nanotech Institute
Web 2.0
Semantic web
Longbets
The First Conference on Artificial General Intelligence

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

EU-agentschap moet internet verdedigen

Door Margreth Verhulst, 19 October 2007

BRUSSEL - Brussel overweegt een agentschap op te zetten om het Europese internet te verdedigen tegen cyberaanvallen. De Europese Commissie bespreekt 13 november een idee daarvoor van EU-commissaris Viviane Reding (Informatietechniek), aldus een medewerker donderdag. Lees verder:http://www.nu.nl/news/1279138/53/EU-agentschap_moet_internet_verdedigen.html

Copyrightfilter actief op Youtube

Door Margreth Verhulst, 17 October 2007

Google heeft videosite Youtube voorzien van filtertechnologie die moet verhinderen dat gebruikers auteursrechtelijk beschermde beelden posten.

Privacywetgeving geldt ook op internet

Door Margreth Verhulst, 16 October 2007

Publicatie van persoonlijke gegevens op internet kan mensen jarenlang achtervolgen. Onjuiste of verouderde gegevens kunnen grote schade berokkenen aan iemands belangen, goede naam of maatschappelijke mogelijkheden. Persoonsgegevens moeten daarom zorgvuldig worden gebruikt, juíst op internet. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) brengt vandaag de Richtsnoeren Publicatie van persoonsgegevens op internet ter consultatie uit. Het doel hiervan is het bieden van helderheid over de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens bij internetpublicaties. Daarnaast geeft de toezichthouder op de site mijnprivacy.nl praktische adviezen aan betrokkenen over de stappen die zij zelf kunnen zetten om hun persoonsgegevens op internet te beschermen.
Zie: http://www.cbpweb.nl/documenten/pb_20071016_privacywetgeving_internet.shtml?refer=true

Consumentenbond: beter XP dan Vista

Door Niels Huijbregts, 15 October 2007

De Consumentenbond heeft uit onderzoek geconcludeerd dat er veel mis kan gaan met Windows Vista. De bond raadt consumenten daarom aan, in de winkel naar Windows XP te vragen, in plaats van Vista.

Dat is geen slimme actie van de Consumentenbond. Vista is op een aantal punten namelijk veel veiliger dan XP en de bond hield zelf in juli nog een pleidooi voor veiligheid op internet. Veel onveiligheden op internet (virussen, trojans, etc) hebben direct te maken met zwakke plekken in Windows XP, die in Vista zijn opgelost.

De Bond zegt dat Vista vooral voor onervaren gebruikers af te raden is. Veel problemen in Vista worden veroorzaakt door conflicten van drivers, die door onervaren computeraars moeilijk zijn op te lossen. De driverproblemen ontstaan doordat nog niet voor alle hardware (printers, scanners, cd-branders, etc.) aansturingssoftware bestaat die werkt op een Vista-computer. Maar juist die onervaren gebruikers zijn het meest gebaat bij de veiligheidsverbeteringen van Vista omdat de nieuwe versie van Windows op een aantal punten fundamenteel anders is dan zijn voorganger, waardoor minder veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan. De bond zou daarom beter druk kunnen uitoefenen op drivermakers, om ervoor te zorgen dat alle hardware probleemloos samenwerkt met Vista, in plaats van oude software te promoten. Want door nu Vista af te raden, schaadt de Consumentenbond de veiligheid die in juli nog zo belangrijk werd genoemd.

Update 26 oktober 2007:
Beluister Tros Radio Online over dit onderwerp
(mp3, 2e onderwerp, vanaf 13:30 minuut).

Impact van RFID gaat verder dan privacy en veiligheid

Door Richard de Boer, 15 October 2007

RFID is onbekend en onbemind. Het wordt gebruikt in reisdocumenten, personeelspassen, huisdieren, kledingzaken, bibliotheken, zwembaden, pretparken en gevangenissen… en toch weten maar weinig Nederlanders wat RFID is. Niettemin is de verwachting dat de aanwezigheid van RFID de komende jaren enorm zal toenemen, wat gepaard gaat met een geleidelijke verandering van onze beleving van publieke ruimte en privédomein.

RFID (radio frequency identification) is een methode om met radiogolven de overdracht van data mogelijk te maken. Elk object, dier of mens waarop een RFID-chip (of ‘tag’) is bevestigd, kan met uitleesapparatuur geïdentificeerd worden. De gegevens op een chip, bestaande uit een uniek identificatienummer en vaak aanvullende informatie zoals product- of persoonsgegevens, worden vervolgens naar een achterliggende database verzonden.

RFID wordt gezien als de sleuteltechnologie in de ontwikkeling van onderling sterk gerelateerde en uitwisselbare toekomstvisies als het internet der dingen, ambient intelligence en ubiquitous (of pervasive) computing. Deze toekomstvisies hebben met elkaar gemeen dat we klaarblijkelijk aan de vooravond staan van een wereld waarin de computer als fysiek object uit het zicht verdwijnt en in plaats daarvan een allesomvattende digitale connectiviteit wordt verwezenlijkt in allerlei, zo niet in alle objecten en structuren. De omgeving wordt als het ware de interface, waarin RFID de lijm is die alles samenhoudt.

In Nederland wordt RFID al op grote schaal uitgerold, waarbij er een zeker gevoel van haast valt te bespeuren. Volgens sommigen heeft distributieland Nederland in de ontwikkeling van RFID de boot gemist doordat grote aanjagers als Wal-Mart op de markt ontbreken. Maar ook internationaal vertraagt de uitwaaiering van RFID, deels omdat er al jarenlang wordt gesteggeld rond de standaardisering en patentering van chips en frequentiespectra.

Net als de Europese Commissie beschouwt de Nederlandse overheid RFID als een enabling technology – een veelbelovende technologie die bij de juiste inzet innovatie mogelijk maakt. RFID moet volgens de overheid zoveel mogelijk de ruimte krijgen zich te ontwikkelen, zonder de veiligheid en privacy van consumenten te schaden. De impact van een grootschalige inbedding van RFID in de maatschappij gaat echter verder dan veiligheid en individuele privacy. Als het al niet duidelijk was, dan toont RFID ons alsnog dat er in digitale netwerken geen ‘vergeten’ bestaat, geen ‘geheugenverlies’. Dat scenario geeft ruimte aan zowel optimisme als angst. RFID vormt een soort microkosmos waarin een collectieve, ambivalente verhouding tot technologie wordt tentoongespreid.

RFID kan een grote rol spelen voor economische innovatie, voor duurzaamheid, voor de information overload, maar evengoed kan het een datahel opleveren, duizenden banen op de tocht zetten en de digitale kloof vergroten tussen burgers die meegaan met nieuwe technologische ontwikkelingen en burgers die dat niet kunnen of willen.

We moeten ons niet laten leiden door Big Brother-achtige scenario’s, maar het publieke debat in Nederland zou wel gevoed moeten worden met specifieke RFID-gerelateerde vraagstukken. En daar vallen ook dark scenarios onder. Ik schrijf dark scenarios, geen doemscenario’s (zoals ze wel vaak genoemd worden).

Het Rathenau Instituut adviseerde de Tweede Kamer onlangs om helderheid van de overheid te vragen over het gebruik van RFID-data (zoals de reisgegevens op de OV-chipkaart) als opsporingsmiddel voor politie, justitie en veiligheidsdiensten. Die kwestie illustreert een breder probleem – de kennisongelijkheid tussen eindgebruiker en systeemeigenaar. In hoeverre kan een burger zeggenschap hebben over de data die verzameld en verwerkt worden voor uiteenlopende doeleinden – van opsporing tot persoonsgebonden marketing? Die zeggenschap ligt vooral buiten bereik van de burger.

Ook in discussies over RFID en privacy wordt de keuzevrijheid vaak gereduceerd tot een keuze tussen de plicht van de productaanbieder en het recht van de consument om een RFID-chip te deactiveren na aankoop van een product. Zo’n “knopje aan/uit-debat” gaat volledig voorbij aan de mondigheid en technische assertiviteit die we in de afgelopen decennia hebben verworven. Digitale netwerken, zoals het internet, hebben velen van ons veranderd in een professionele amateur, die niet langer andermans technologie hackt, maar in staat is zelf netwerken, software en hardware te bouwen.

We moeten niet alleen maar uitgaan van consumenten die – om de reclameslogan van de OV-chipkaart te parafraseren – een leven willen dat steeds gemakkelijker wordt. Zo’n instrumentele visie heeft tegenwicht nodig. Laten we in Nederland wat keukenraampjes openzetten voor alternatieve visies die de aandacht vestigen op de sociale impact en de culturele betekenis van RFID en de achterliggende scenario’s.

Een bijdrage van Richard de Boer

Richard is publicist en programmamaker bij De Balie en organiseert met het Instituut voor Netwerkcultuur en Rob van Kranenburg het tweedaagse publieksprogramma Recalling RFID op 19 en 20 oktober in De Balie. Kijk op: www.debalie.nl/recallingrfid

Super intelligence is on its way!

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 14 October 2007

For decades scientists, writers and visionaries have dreamt of a world in which robots make coffee for their bosses or even eradicate life on the planet. So far, we haven’t succeeded in making these robots, although in Japan with the development of robots such as the Asimo this may not be far off. In the United States scientists are slowly waking up to the notion that the dream of artificial intelligence, which can teach itself, will one day be reality.

Intelligent machines are abundant and they’re getting smarter and smarter. The moment when their intelligence will exceed that of people, is called Singularity. How and when computers will show super intelligence was the question posed at the Singularity Congress in San Francisco.

The scientists at the congress set up a framework for a discussion with many interesting questions. Will the computer be more intelligent than people in 20 years from now? How do we ensure that they remain “nice”? In order to understand us do they need morality, emotion and consciousness? Or should we try to let them think strictly rationally?

The conference was organised by the Singularity Institute and was sponsored among others by Peter Thiel, founder of PayPal, the company that was resold in 2002 to eBay for one and a half billion dollar. The thirty-nine-year old Thiel uses his money and fame these days to put Singularity on the agenda and bring it to the attention of the general public, “It is five to twelve and people underestimate it, Thiel thinks. There is still time to influence the process, there are choices that must be made.”

It is conceivable that the moment of Singularity will pass unnoticed. Because the question is whether people are intelligent enough to recognise super intelligence. Nobody drew attention to the moment when Google indexed more pages than human memory can contain. But possibly we are experiencing Singularity nevertheless if machines share their intelligence with our brains after our body is upgraded with nanotechnology. Or there is a clearly perceptible explosion of intelligence because super intelligence appears to improve itself indefinitely and very rapidly.

Technological accelerations are exponential: hardware becomes faster, software algorithms more powerful and millions on the internet are able to contribute their knowledge and intelligence by means of web 2.0 services. The company Artificial Development has software that can simulate 100 billion neurones, roughly the number of neurones in 1 human brain. The system is soon to be opened to the public to start independent brain simulations.

The advantages of powerful artificial intelligence are enormous. In combination with other techniques such as gene technology and nanotechnology it can improve and extend our lives drastically. We can better predict the impact of our actions and our political decision-making might become more rational.

At the conference, a series of scientists spoke on the topic. Such as Rodney Brooks, professor in robotica at the MIT (Massachusetts Institute of Technology) and chief technology officer at iRobot, a firm which sells robots to the army. Peter Norvig, director or research at Google and author of “Artificial Intelligence: A modern Approach” and Christine Peterson, founder of the Foresight Nanotech Institute. The author of the book “Singularity is Near”, Ray Kurzweil spoke by means of a direct video connection answering questions concerning his future ideas.

The book, “The Singularity is Near”, published in 2005, made an impression in Silicon Valley. It gives a clear picture of the developments in gene technology, computer technology and nanotechnology, how they will combine and what could be the outcome of this. Ray Kurzweil, an inventor who in the 60’s already made his first computer program, predicts in this book that the developments have come in a flow of acceleration. He expects the moment of Singularity in the year 2029, a moment that will be difficult to recognise because by that time most of us will already be equipped with nanotechnology, as a result of which, we will be not only more intelligent and healthier but, in particular, will live longer. It is no coincidence for Kurzweil to have written a book with a dietician about life extension by means of training and vitamins; he absolutely wants to experience this time.

And that characterizes this conference. On the one hand, there are the idealists who aim at the future in the hope of a better life. They expect that super intelligence, which will come alive immediately after the moment of Singularity, will improve life. There will be peace, the problem of world hunger and climatic problems will be solved and, above all, death is overcome. On the other hand, the sceptics don’t believe in such rapid growth, and they associate huge dangers with this explosion in intelligence. Machines that can teach themselves and have an intelligence that exceeds human IQ could well be uncontrollable machines that are not at all pleasant for people and will frustrate all social processes.

Or, in the words of Paul Saffo, professor at Stanford University, essayist, consultant at Samsung Advanced Institute for Technology and member of the Institute For The Future, “in best circumstances we will be like pets, in the worst case we are used as food.”

If we want to be well prepared then we must build in sufficient security. Christine Peterson of the Foresight Nanotech Institute pleads for the same openness and transparency used when developing open-source software. In current society, agencies can check other agencies and according to this principle it must also be possible to have artificial intelligence check other artificial intelligence. We can also learn from the security of IT systems. The internet is attacked daily by several viruses which are dealt with rather effectively.

A worrying question is whether intelligent computers need have a morality and consciousness. At first sight, it seems safer to give them no consciousness, but the question is whether a robot can understand and serve people without knowing itself well. If we decide to make robots aware then we also need to give them standards and values. But who and how will we do that. Eliezer Yudkowsky, co-founder of the Singularity Institute thinks that we could have some unpleasant surprises if we teach robots some, but not all, human values. A robot must be well-educated, as well as a boyscout according to Storss Hall, the writer of ‘Beyond artificial intelligence.’

Whether the public will accept super intelligence depends on fear and faith. According to historian and futurist Paul Saffo, we need a positive and catching tale that can be understood by everyone. He reads “All Watched by machines of Loving Grace” written by Richard Brautigan in 1967, when computers were distrusted by many:

I like to think (and
the sooner the better!)
of a cybernetic meadow
where mammals and computers
live together in mutually
programming harmony
like pure water
touching clear sky.

I like to think
(right now, please!)
of a cybernetic forest
filled with pines and electronics
where deer stroll peacefully
past computers
as if they were flowers
with spinning blossoms.

I like to think
(it has to be!)
of a cybernetic ecology
where we are free of our labors
and joined back to nature,
returned to our mammal
brothers and sisters,
and all watched over
by machines of loving grace.

This article is the first of four articles concerning Singularity. The following parts will zoom in on the different thoughts, morality and consciousness, and threats and challenges regarding artificial intelligence.

Singularity summit 2007
Google news concerning Singularity
What is the Singularity?
Wikipedia concerning Singularity
Domo robot of the MIT
Asimo, the Japanese robot
The world according to Ray Kurzweil

The world according to Paul Saffo
The world according to Peter Norvig

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

Little Sister versus Big Brother

Door Hansje van Etten, 11 October 2007

Waar ligt voor jou de grens tussen privé en openbaar? Welke geheimen geef jij via internet, je webcam of je mobiel wel prijs, welke zeker niet? Ben je te googelen? Mogen bedrijven en de overheid alles over jou weten? En je klasgenoten? Je ouders? Of zijn er dingen die je voor jezelf wilt houden?

Documentaires over privacy zijn vrijwel altijd gemaakt vanuit het standpunt van mensen van boven de vijfendertig. De Web 2.0 generatie, die met internet, webcams en mobiele telefoons met ingebouwde camera is opgegroeid, komt er nauwelijks aan te pas. Terwijl juist zij er door het gebruik van nieuwe media en technieken een heel andere beleving van privacy op nahoudt. Vertrouwden jongeren vroeger hun diepste geheimen hooguit aan een dagboek toe, met de komst van Hyves, Flickr, Facebook en YouTube zijn ze veel opener geworden. Geheimen lijken zij niet meer te kennen. Gedachten, ideeën, foto’s, filmpjes, alles wordt gedeeld, niet alleen met elkaar, maar met de hele wereld.

Holland Doc, het digitale documentairekanaal van de publieke omroep, organiseert Het Privacy Project: Little Sister versus Big Brother en daagt jongeren uit om te laten zien hoe zij privacy in het tijdperk van YouTube, rip & burn en creative commons ervaren. Bij het project zijn studenten van alle kunstacademies van Nederland betrokken. Op het platform privacyproject.nl doen zij verslag van hun ‘work in progress’. In documentaires van maximaal 12 minuten laten ze zien wat het begrip privacy voor hen persoonlijk betekent. Ze zijn vrij om het begrip ‘documentaire’ zo ver op te rekken als maar mogelijk is. Iedere vorm - videoclip, speelfilm - is mogelijk, zolang zij maar geen schoolse gelikte documentaires afleveren, die zijn gemaakt volgens de geijkte klassieke formule. De uitdaging is vooral gebruik te maken van nieuwe media en technologieën, omdat juist die er voor gezorgd hebben dat privacy door velen nu gezien wordt als iets ouderwets en achterhaald.

Het belangrijkste doel van het Privacy Project is met open vizier, zonder vooroordelen en met frisse blik de discussie aan te gaan en te ontdekken wat privacy vandaag de dag precies betekent. Daarbij zijn alle meningen welkom, dus discussieer mee!

Een bijdrage van Hansje van Etten

Hansje is programmamaakster bij de VPRO en initiatiefneemster van het Privacy Project.

Gearresteerd vanwege Anarchist’s Cookbook

Door Niels Huijbregts, 09 October 2007

Een 17-jarige Britse jongen werd vorige week voor de rechter geleid in Westminster (Londen) wegens het in bezit hebben van materiaal voor terroristische doeleinden en het verzamelen en in bezit hebben van materiaal dat voor terroristische doeleinden kan worden gebruikt. Het zou gaan om het Anarchist’s Cookbook.

Dat kookboek werd in 1971 geschreven door William Powell, een activist die streed tegen de oorlog in Vietnam. Er staat onder andere in hoe je bommen en drugs kunt maken van huis-, tuin-, en keukenartikelen. Vanaf de opkomst van internet is het Anarchist’s Cookbook via honderden sites verspreid, bewerkt, herschreven en vervalst en heeft daardoor een legendarische status gekregen. Het is het door conservatieve politici, bezorgde ouders en terrorismebestrijders gebruikt als bewijs dat het internet slecht is en dus gereguleerd moet worden. Desondanks is het cookbook nog steeds te downloaden. Maar je kunt het, zelfs in Engeland, ook gewoon in de boekhandel krijgen.

Via BBC.

Radio in garage inbreuk copyright

Door Niels Huijbregts, 09 October 2007

In Engeland is het garagebedrijf Kwik Fit voor de rechter gedaagd wegens schending van auteursrechten. De Britse Performing Rights Society, een soort BUMA, eist 200.000 pond schadevergoeding omdat monteurs in de garages van Kwik Fit het volume van hun radio’s vaak zo hebben afgesteld dat de muziek ook gehoord kan worden door collega’s en klanten. Dat komt bovendien zo vaak voor, zegt de PRS, dat het management van de garageketen het kennelijk goedkeurt.

Als de muziek hoorbaar is voor klanten, dan komt dat neer op openbaarmaking van de muziek. En dat mag niet zonder ervoor te betalen, zo redeneert de PRS. Er is veel tijd gestoken in het voorbereiden van de zaak: sinds 2005 hebben ze bij Kwik Fit 250 gevallen van openbaarmaking door persoonlijke radio’s van monteurs geconstateerd.

Dat een garage niet bepaald een plek is waar toehoorders eens lekker van muziek gaan zitten genieten, doet er kennelijk niet toe. Ook opmerkelijk: Als die klanten via hun eigen autoradio naar dezelfde muziek luisteren, dan mag dat wel van de wet. Kennelijk is het voor het auteursrecht van belang, hoeveel radio’s er gebruikt worden en van wie die radio’s zijn.

Zou dat werkelijk de bedoeling zijn geweest van het auteursrecht, geneuzel over de hoeveelheid radio’s en hoe hard ze mogen staan? De PRS kan de belangen van artiesten toch wel beter behartigen dan door honderden garages te bezoeken? Hoog tijd voor een nieuw copyright-stelsel!

Via de BBC.

Via web 2.0 op weg naar superintelligentie

Door Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke, 08 October 2007

In september 2007 riep de directeur van het Rathenau Instituut in het programma Buitenhof op tot een politieke en publieke discussie over de snelle ontwikkeling van techniek en de verstrekkende gevolgen daarvan op de lange termijn. Die gevolgen blijken zo groot dat ze in de uitzending niet duidelijk voor het publiek konden worden samengevat.

De wetenschappers van het Singularity congres in San Francisco, dat een weekend eerder plaatsvond, hadden een gewilliger publiek voor het verhaal over nieuwe techniek en bovenmenselijke intelligentie. Taboeloos bespraken ze de koppeling van mens en machine, het vervangen van lichaamsdelen, het uitlezen en uploaden van het menselijk brein en het verzadigen van het universum met superintelligentie. Zowel in Buitenhof als in San Francisco werd opgeroepen tot een maatschappelijke discussie.

Ontwikkelingen op de startbaan
We onderschatten de versnelling van de techniek volgens Eliezer Yudkowsky, mede-oprichter van het Singularity instituut. Denk als voorbeeld van de technologische ontwikkeling aan een Boeing 747 tijdens de start. De wetenschap is nu misschien in de eerst 10 seconden van de start en op weg de intelligentie van een insect te evenaren en daarna die van een muis. Tegen het einde van de startbaan, duizenden meters verder, maar in relatief korte tijd, benadert de wetenschap de intelligentie van een dorpsgek. Vlak voor we opstijgen aan het einde van de baan gebeurt het onvermijdelijke; we hebben de intelligentie van Einstein in handen. De tijd tussen de creatie van de dorpsgek en Einstein-intelligentie is in een flits voorbij en onvoldoende voor een goede maatschappelijke discussie. De discussie kan misschien maar beter nu worden gevoerd want zelfs de creatie van muisintelligentie kan al behoorlijke gevolgen hebben voor de mensheid.

Singularity kent verschillende denkstromingen. Die van wetenschapper en schrijver Ray Kurzweil hangt de wet van de ‘accelerating change’ aan. Volgens hem is ons intuïtieve toekomstpad lineair maar verloopt de wetenschappelijke ontwikkeling exponentieel. Zo zal een iPod in 2020 naar verwachting alle gemaakte films ooit kunnen opslaan. Technieken versterken elkaar bovendien. Onderzoekers van IBM zijn er bijvoorbeeld in geslaagd moleculen aan en uit te zetten voor het opslaan van informatie. Nanotechnologie kan zorgen voor onbeperkte opslag van computerdata. En nanotechnologie kan met minirobots en nieuwe materialen ook gentechnologie en de medische wetenschap versnellen.

Vernor Vince zag het anders. Als science fiction schrijver had hij in de jaren zeventig al moeite om karakters te beschrijven die slimmer waren dan hemzelf. Hij wist zeker dat bovenmenselijke intelligentie er anders uit zou zien dan de vliegende auto’s uit science fiction films. Maar hoe anders kon hij niet bevroeden. De conclusie van hem en zijn denkstroming was: om iets te kunnen voorspellen over superintelligentie moeten we zelf superintelligent zijn. We kijken naar de toekomst zoals een slak naar Mozart luistert. We kunnen dan ook niet verder kijken dan de horizon.

Achter de horizon gloort een explosie van intelligentie voorzag statisticus I.J. Good in de jaren zestig. Onze geest die technologie ontwikkelt om de geest te verbeteren profiteert van een ‘positive feedback circle’, die al snel superintelligentie creëert zegt Good’s stroming. Er is onnoemelijk veel ruimte voor verbetering van de menselijke intelligentie. Neuronen met 1.000.000 maal de huidige snelheid geven je een denkcapaciteit van een jaar in 31 seconden. En snelheid is slechts een van de te verbeteren dimensies. Uiteindelijk is volgens Good ‘the first ultraintelligent machine the last invention that man need ever make.’

Evolutionair design
Naast de bovengenoemde drie stromingen van ‘accelerating change’, ‘event horizon’ en ‘intelligence explosion’ bestaan verschillende gedachten over het ontstaan van superintelligentie. Die zou kunnen verlopen via menselijke design of op evolutionaire wijze. Design en evolutie verschillen flink van elkaar. De een gaat uit van controle, de ander is controleloos. Design richt zich op simpele problemen, evolutie op complexe. Design leert aan, evolutie leert uit zichzelf. Maar kunnen we wel spreken van design door het menselijk wezen, terwijl dat wezen zelf uit evolutie is voortgekomen? Als we een kunstmatige baby met miljoenen internetters opvoeden is dat dan design of evolutie? Waarschijnlijk zal de mens superintelligentie niet ontwikkelen maar slechts de juiste condities scheppen denkt Windell Wallach van het Yale center for bioethics. De meningen onder de wetenschappers blijven voorlopig verdeeld. Ze ontmoeten elkaar op Longbets, een website voor het afsluiten van lange termijn weddenschappen.

Integratie van ontwikkelde intelligentiemodulen en technieken zal belangrijk worden. De mens zal daarbij het proces meestal wel begrijpen, maar het eindresultaat niet. Wetenschappers kunnen hun eigen modellen en formules weliswaar begrijpen maar het resultaat ervan vaak niet. Zo weet de programmeur van een schaakcomputer dat deze zal winnen van de mens maar de programmeur zelf is geen schaakkampioen.

De volgende stap
Er is nog geen consensus over de mijlpalen langs de startbaan van het ontstaan van bovenmenselijke intelligentie, de Singularity. Het Foresight Nanotech Institute beseft deze handicap en maakt op dit moment een roadmap. De huidige ontwikkelingen op internet zullen pas achteraf op die tijdlijn van de vooruitgang kunnen worden bijgeplaatst. Nu iedereen kennis op internet kan vinden, geven web 2.0 diensten en straks het semantische web meer inzicht in deze kennis. Zijn web 2.0 en het semantische web daarmee de middelste stap in de trap kennis, inzicht en wijsheid, zoals op de Oreilly Web 2.0 conferentie in 2006 in San Diego werd beweerd? Peter Norvig van Google research denkt dat de web 2.0 diensten zeker voor een versnelling kunnen zorgen. Ze slurpen als het ware collectieve kennis en intelligentie op van internetters. Die enorme hoeveelheid data kan nodig zijn om de drempel te bereiken die veel computermodellen nodig hebben om te kunnen leren en functioneren. Google is volgens Norvig dan ook aan het veranderen; het bedrijf wilde in de beginjaren graag een spiegelbeeld van het web creëren, maar kwam erachter dat het deel is gaan uitmaken van de kracht van de massale interactie en co-creatie die op internet opgang vindt. Dat is dan ook waar het bedrijf zich nu op richt.

Volgens ethisch futurist Jamais Cascio kan de spiegelbeeld aspiratie van Google opnieuw worden ingezet. Het kan zeer zinvol zijn om naast virtuele intelligentie ook intelligente spiegelomgevingen te creëren. Zo kan de mens wellicht alle consequenties van haar handelen laten voorspellen in de spiegelwereld. Toegang tot deze wereld zal van essentieel belang blijken, want het verschil in intelligentie tussen de echte en de spiegelwereld zal enorm zijn. Misschien krijgt XS4ALL na de Singularity haar tweede jeugd met een nieuwe missie: Artificial General Intelligence access for all. Iedereen die dat wil kan daarover nu alvast een weddenschap doen op www.longbets.com.

Dit artikel is het tweede van vier artikelen over Singularity. Het eerste deel verslaat de Singularity conferentie in San Francisco, september 2007. Deel drie en vier zullen inzoomen op moraal en bewustzijn, en bedreigingen en uitdagingen bij kunstmatige intelligentie.

Videolinks:
Singularity Institute for Artificial Intelligence
Buitenhof van 16 september
Machines with Minds
Human version 2.0

Links:
Ambient intelligence in de zorg (pdf beschikbaar), Rathenau instituut
Ray Kurzweil
Accelerating change
Vernor Vinge
I.J. Good
Foresight Nanotech Institute
Web 2.0
Web 2.0 expo Berlijn
Semantic web
Longbets
The First Conference on Artificial General Intelligenge

Een bijdrage van Gerrit-Jan Wielinga en Bob Overbeeke

Gerrit Jan Wielinga is schrijver en free-lance journalist. Bob Overbeeke is business developer bij XS4ALL en schrijft voor www.netr.nl.

Radiohead heeft platenmaatschappij niet nodig

Door Niels Huijbregts, 04 October 2007

De Britse band Radiohead brengt zijn nieuwe cd In Rainbows uit zonder platenmaatschappij. Liefhebbers kunnen op de website van de band de nieuwe muziek vanaf 10 oktober downloaden. Ze mogen zelf weten of ze daar geld voor over hebben, en hoeveel.

Wie bij de muziek ook graag een echte cd en een boekje wil, kan de discbox bestellen. Die bevat de nieuwe cd, een extra cd en twee vinyl 12″ platen en bovendien een boekje met plaatjes en teksten. De discbox kost 40 pond.

Maar je kunt de muziek dus ook voor 0 euro bemachtigen. Het muziekblad NME vroeg eens rond of fans bereid zijn te betalen voor de muziek. Gemiddeld heeft men er zo’n 5 pond voor over. Als dat waar blijkt, kan dit wel eens een geniale zet zijn van de band. Bands die hun cd’s via een platenmaatschappij op de markt brengen, houden daar meestal veel minder aan over dan 5 pond per cd. Radiohead zou in dat geval bijzonder duidelijk maken dat platenmaatschappijen niet echt meer nodig zijn in deze tijd. Daar waren anderen ook al achter: Hans Dulfer schreef begin dit jaar op deze Opinieweblog dat platenmaatschappijen over tien jaar niet meer bestaan.

De Afrikaanse blogosphere: het is tijd voor een update

Door Elvira van Noort, 02 October 2007

Het blijft lastig om een conferentie over bloggen te organiseren in Afrika. Is er wel zoiets als een blogosphere in Afrika en zouden we ons niet beter op iets anders kunnen richten zoals het bestrijden van malaria of het beschermen van gorilla’s in de Congo? Pas tijdens het organiseren van de tweede editie van de Digital Citizen Indaba (DCI) in Grahamstown, Zuid-Afrika op 8 en 9 september werd duidelijk wat de impact is van blogs op het Afrikaanse continent.

We hadden een hectische start: een van onze sprekers is een Zimbabwaanse blogger en hij mocht Zimbabwe niet verlaten en daarnaast was een Congoleese spreker beroofd van al haar bezittingen op het vliegveld in Johannesburg. Maar goed, ‘dat kan overal gebeuren’ zoals wij nuchtere Nederlanders altijd zeggen.

Al om al is het uiteindelijk toch gelukt: de crème-de-la-crème van de Afrikaanse blogosphere, een aantal internetdeskundigen en media werkers convergeerden om te praten over tientallen onderwerpen: van Web 2.0 naar bloggen buiten grote steden en van cyberactivisme naar geld verdienen op het Internet.

Maar nu we een jaar verder zijn: is er echt iets veranderd?

Arthur Goldstuck van het Zuid-Afrikaanse Internet onderzoeksbedrijf World Wide Worx zegt van wel. Eind augustus telde hij 25.037 Zuid-Afrikaanse blogs, een flink aantal. Goldstuck legt uit dat dit te maken heeft met de lancering van Afrigator de eerste blog aggregator op het Afrikaanse continent. Ook Amatomu die blogs in Zuid-Afrika trackt, de start van My Digital Life, en de lancering van de nieuwe dagelijkse krant de Times die online blogs en sociale netwek technologieën omarmt, zijn een aanwinst voor de Zuid-Afrikaanse blogosphere. Er was ook een explosieve groei van het aantal Zuid-Afrikanen op Facebook: van 80.000 eind juni naar 244.000 op 5 september.

Langzaam groeit de Zuid-Afrikaanse blogosphere uit tot een zwaargewicht waar niet mee te sollen valt. Dit werd duidelijk toen Guy Berger, hoofd van de School voor Journalistiek op Rhodes University in Zuid-Afrika, tijdens zijn presentatie verwees naar een jongeman die op zijn blog een lijst plaatste met prominente Zuid-Afrikanen waarmee hij seks heeft gehad toen hij een sekswerker was.

Het verhaal was verzonnen, maar binnen een week stonden de kranten vol met het nieuws en waren er hevige online discussies. En wat we een jaar geleden nog niet hadden kunnen bedenken in Zuid-Afrika gebeurde nu wel: de blogger werd voor de rechtbank gesleept en een minister riep vervolgens dat de blogosphere gereguleerd moet worden. Dit nieuws zette het traditionele medialandschap in Zuid-Afrika even op zijn kop: een blog als nieuwsbron. Bovendien was dit het begin van een eindeloze discussie: hoe reguleren we blogs of informatie op het Internet?

De rest van het continent (ik wil niet ieder land op een grote hoop schuiven maar op dit moment zijn er niet veel distinctieve kwaliteiten die de landen van elkaar onderscheiden) doet het minder goed… maar weer is iedereen positiever dan tijdens de DCI vorig jaar.

Remmy Nweke, senior IT journalist in Nigeria, zegt dat “de prijzen van computers blijven dalen en meer en meer journalisten beginnen te bloggen om zo een hoger aantal artikelen met lokale content aan te kunnen bieden. Kijk maar een naar ITRealms Online dat steeds populairder wordt in Nigeria.”

In Ethiopie ligt het anders. Habtamu Dugo, een Ethiopische docent die anoniem blogt legt uit dat het filtersysteem van de Ethiopische regering nog steeds actief is. “Door het filtersysteem hebben wij vanuit Ethiopie geen toegang tot een aantal populaire blogs en een aantal online nieuwsorganisaties”. Maar zoals Brenda Burrell, voormalig cyberactivist in Zimbabwe, uitlegt: “Bloggen blijft noodzakelijk om ons verhaal naar buiten te brengen”. Toch denkt ze dat anoniem bloggen niet de oplossing is: “hier in Afrika hebben we helden nodig, we moeten samen actie ondernemen en niet alleen online, want zoveel mensen luisteren er niet”.

Naast bovenstaande en andere gebruikelijke problemen waar langzaam aan gewerkt wordt -zoals toegang tot Internet, de prijs van computers en analfabetisme- werd er een andere discussie aangezwengeld: bloggen in kiSwahili.

KiSwahili is een Afrikaanse taal die gesproken wordt in meer dan 15 Afrikaanse landen en is een mix van Arabisch met Bantu talen. Ansbert Ngumuro van Free Media in Tanzania was een van de eerste kiSwahili bloggers: “technology spreekt geen taal, wij bloggers wel”. Hij zegt dat dit een goede ontwikkeling is omdat de blogosphere nu toegangelijker is voor zo’n 100 miljoen mensen die wel kiSwahili spreken maar geen Engels of Frans. Voorbeelden zijn Ngumuro’s blog maar ook Ndesanjo Macha’s blog.

De impact van blogs op het continent groeit, misschien nu nog niet op grote schaal maar het landschap verandert. AfricaNews, een Nederlands initiatief, is een multi-media website met blogs en nieuws over Afrika. Samen met de Nederlandse moblog site Skoeps.nl zijn zij eerder dit jaar het project Voices for Africa gestart. Elles van Gelder, die werkt voor AfricaNews vanuit Johannesburg, legt uit dat het doel is om “uiteindelijk in elk Afrikaans land een aantal jonge journalisten te hebben met een gesponsorde mobiele telefoon en speciale software om direct fotos’s, tekst en video te uploaden om zo lokaal nieuws van over het hele continent te verspreiden”.

Op de DCI website zijn alle sprekers en presentaties te vinden. Volg ook de DCI blog en bekijk de Wiki.

Een bijdrage van Elvira van Noort

Elvira van Noort (23) doet haar Masters in Media Studies op Rhodes University in Zuid-Afrika. De titel van haar thesis is: “Newsroom Convergence at the Mail & Guardian: a Qualitative Case Study”. Elvira is ook de Teaching Assistant van de tweedejaars Introduction to Print Journalism klas op dezelfde universiteit. Ze is tegelijkertijd freelance Zuid-Afrika en ICT correspondent voor verschillende Nederlands en Engelstalige media en een blogger sinds 2003.

Ter Horst steunt blokkadeplannen Frattini

Door Niels Huijbregts, 01 October 2007

Minister Ter Horst verklaarde vandaag na een bijeenkomst van EU-ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie dat zij het plan van EU-commissaris Franco Frattini steunt. Frattini maakte vorige week zijn plannen bekend: hij wil door technische maatregelen het bezoeken van bepaalde websites en het zoeken van bepaalde zoektermen onmogelijk maken. Hij wil er op die manier voor zorgen dat terroristen minder makkelijk te weten kunnen komen hoe ze een bom kunnen maken.

Tegen het plan werd direct geprotesteerd. Omdat zulke blokkades niet werken, en omdat het onwenselijk is dat je op bepaalde woorden niet meer zou kunnen zoeken op internet. Minister Ter Horst blijkt zich daar niet veel van te hebben aangetrokken.

Dat is jammer, want uit haar andere opmerkingen blijkt dat ze beter over de zaak heeft nagedacht dan Frattini. Die verklaarde simpelweg dat we naar een door de overheid gecontroleerd internet toe moeten. “Als een terroristische site bijvoorbeeld zijn oorsprong vindt buiten de EU, moeten we die landen benaderen.” zei Ter Horst. En dat is natuurlijk een veel beter idee: als er iets gebeurt waar je het niet mee eens bent, moet je er iets van zeggen. Niet onzichtbaar maken en doen alsof het niet bestaat.

Tussen persvrijheid en censuur

Door Niels Huijbregts, 01 October 2007

Tijdens cross media conferentie PICNIC’07 organiseerde Hivos een workshop met als titel The Real Internet: Open or Blocked. Daar concludeerden sprekers uit onder andere Tunesië, Kirgizië en Wit-Rusland dat zich een groot schemergebied bevindt tussen persvrijheid en censuur. In veel landen is sprake van internetcensuuur, maar die betreft meestal een aantal specifieke websites. Censuur is niet zo allesomvattend. Bovendien biedt internet juist ook de mogelijkheid, onder censuur uit te komen en je mening te uiten, zelfs als die tegen de zin van de overheid is. Dat komt door de manier waarop internet werkt: sites die gecensureerd worden, worden vaak gekopieerd en door andere mensen op een andere plek online gezet, zodat de informatie toch beschikbaar is. Censors kunnen nooit miljoenen internetadressen in de gaten houden. “Repressieve overheden kunnen de strijd niet winnen,” betoogde Evgeny Morozov, een van de sprekers.

Een verslag van de workshop is te lezen op de site van Hivos.

Stemcomputers afgeschaft (deel 2)

Door Niels Huijbregts, 01 October 2007

Nadat Staatssecretaris Bijleveld vorige week al verklaarde dat niet meer met de huidige stemcomputers zal worden gestemd omdat ze niet aan de eisen van controleerbare en transparante verkiezingen voldoen, heeft nu ook de voorzieningenrechter de stemcomputers onbruikbaar verklaard door het goedkeuringsbesluit van de stemcomputers te vernietigen.

De rechter deed vandaag uitspraak in de zaak die de Stichting Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet had aangespannen tegen de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken omdat de minister de stemcomputers van Nedap goedgekeurd had. De Stichting vond die goedkeuring niet terecht en de rechter was het daarmee eens: de goedkeuring is nietig verklaard.

De details van de zaak zijn hier te lezen.

Stemcomputers afgeschaft

Door Niels Huijbregts, 29 September 2007

Staatssecretaris Bijleveld heeft in reactie op het rapport van de commissie-Korthals Altes gezegd dat de stemcomputers die in Nederland worden gebruikt, niet voldoen aan de eisen die aan verkiezingen moeten worden gesteld.

De commissie geeft een lijst met waarborgen waaraan verkiezingen moeten voldoen: Transparantie, controleerbaarheid, integriteit, kiesgerechtigheid, stemvrijheid, stemgeheim, uniciteit en toegankelijkheid (…) De huidige generatie stemcomputers voldoet niet aan de waarborgen van het verkiezingsproces“, zei Bijleveld. “Dat betekent concreet dat bij verkiezingen op korte termijn niet met de huidige stemmachines kan worden gestemd. In ieder geval zijn dat de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009. We moeten er ernstig rekening mee houden dat we dan met het rode potlood stemmen.

De betrouwbaarheid en veiligheid van de Nederlandse stemcomputers wordt al jaren in twijfel getrokken door de Stichting Wij Vertrouwen Stemcomputers Niet. De zaak kreeg vorig jaar veel aandacht toen tv-programma Eén Vandaag in een uitzending liet zien dat de stemcomputers gemakkelijk konden worden gemanipuleerd.

How I stopped worrying and learned to love the bomb

Door Menso Heus, 28 September 2007

Als u een beetje heeft opgelet met scheikunde vroeger, dan heeft u een aardig idee van welke stoffen u kunt mengen om tot een knallend resultaat te komen. Mocht u het allemaal niet meer precies weten dan kunt u iedere studieboekhandel of bibliotheek in lopen om uw geheugen nog even op te frissen.
Of u neemt gewoon een kijkje op het internet natuurlijk, maar dat zou binnenkort wel eens over kunnen zijn.

De EU-commissaris voor Justitie en Veiligheid, meneer Frattini, wil een verbod op het aanbieden van bepaalde informatie en op bepaalde zoektermen in verband met het terrorisme. Zoals we allemaal weten is het sinds 11 september 2001 schering en inslag en gaat er nauwelijks een jaar voorbij zonder dat half Europa explodeert,  het is bittere noodzaak dus. Nou zet Frattini natuurlijk niet de ambtenaren zelf aan het werk, maar wil hij dat internet providers het probleem voor hem oplossen.

Internet providers moeten de toegang gaan blokkeren tot sites met instructies over het maken van een bom. Dat dingen censureren niet helemaal werkt op internet heeft men nog steeds niet helemaal door. Sterker nog, als u drie foto’s van uw kat op een internetforum plaatst en roept dat de beelden gecensureerd worden door de Nederlandse overheid dan vind u binnen een week de foto’s van uw kat op meer dan duizend websites terug. Het is vechten tegen de bierkaai, en de ISP staat hier tegenover vrij machteloos, tenzij ze op een gegeven moment het hele internet maar blokkeren. Allemaal onzin, vindt Frattini. ‘Hoe doen ze dat dan in China? Er zijn geen technologische obstakels, alleen juridische,’ aldus de goede man. Heel goed Frattini, leg ze maar uit hoe filtering in China werkt, dat is inderdaad de kant die we op moeten met z’n allen.

Het voorstel van Frattini gaat echter verder. De goede man heeft namelijk nog een aantal woorden bedacht waarop je niet zou moeten kunnen zoeken. Eén van die woorden is bijvoorbeeld ‘genocide’. Wanneer u dit woord in Google invult wordt u overspoeld met allerlei sites, het levert meer dan 18,5 miljoen resultaten op. Een kleine greep uit de eerste resultaten: de Wikipedia entry over genocide, de Wikipedia entry over de genocide in Rwanda, een site die mensen probeert te overtuigen dat we de genocide in Darfur kunnen stoppen, Genocide.org die studies doet naar genocide, Holocaust en democide. Zoals u ziet, een groot gevaar voor de veiligheid van de Europese Unie. Voor je het weet krijg je nog burgers die vragen wat we nou precies gedaan hebben in Rwanda en waarom we niets doen in Darfur.

Maar natuurlijk gaat het niet alleen om dergelijke termen. Frattini’s grootse zorg is dat het internet wordt gebruikt als een propaganda machine door terroristen. Zo schijnen er allerlei sites te zijn die mensen ronselen voor de gewapende strijd. Ik ben er niet zo in thuis, maar ik vermoed dat dat er uitziet als www.werkenbijdelandmacht.nl alleen dan in het Arabisch. Ook gebruiken ze sites als Youtube als propaganda kanaal. Dat is een website waar gebruikers zelf filmpjes naar kunnen uploaden en hun eigen kanalen op kunnen beginnen. Zoals bijvoorbeeld deze, van de EU, boordevol objectieve berichtgeving.

Wat voor de één een terrorist is, is voor de ander een vrijheidsstrijder, aldus een oud gezegde. De EU wil nu voor eens en voor altijd voor al haar inwoners bepalen wie nu precies de terroristen zijn en wie de vrijheidsstrijders, waarbij een medium als het internet verminkt moet worden. Een medium dat nou juist zo geschikt is om iedereen zijn eigen onderzoek op te laten doen en alle kanten van het verhaal op te bekijken. Een plek waar zowel de jihad strijder als de soldaat aan het woord komen. Waar de EU commisaris van landbouw en de suikerriet boer in Burkina Faso allebei hun standpunt over subsidies kunnen toelichten. En een plek waar je, vooralsnog, vrij bent om je gechargeerde stukken op te publiceren.

Een bijdrage van Menso Heus

Menso Heus schreef eerder voor Net Magazine en de internationale Sarai Reader. Hij is mede-auteur van 'Een wereld te winnen', een boek over virtuele werelden en online gaming. Momenteel werkt hij bij Gendo waar hij bedrijven adviseert over het gebruik van nieuwe technologieën binnen hun organisatie.

Camera’s weg uit Leeuwarden

Door Niels Huijbregts, 27 September 2007

De beveiligingscamera’s die VVD-burgemeester Geert Dales in Leeuwarden had laten ophangen, worden weer weggehaald. In NRC zegt CDA-wethouder Krol dat de camera’s verdwijnen om puur financiële redenen. Het kost 80.000 euro om de camera’s draaiend te houden, en dat geld geeft Leeuwarden liever aan andere dingen uit. Bovendien werd deze zomer in Leeuwarden dezelfde conclusie getrokken als in Londen: Camera’s op straat maken de boel niet veiliger. Misdaadcijfers zijn niet gedaald. Wel voelen mensen zich veiliger op straat.

Het weghalen van de camera’s mag dan om financiële redenen gebeuren, maar stilletjes juich ik voor de privacy. Als B&W in Leeuwarden hun best best doen om het uit te leggen, kunnen ze er vast voor zorgen dat hun burgers zich juist veiliger gaan voelen wanneer de camera’s weg zijn.

Creative Money salon op PICNIC’07

Door Niels Huijbregts, 26 September 2007

Na een grondige inleiding op het thema creative money in de artikelen van Arnoud Engelfriet, Marco Raaphorst, Björn Wijers en mijzelf zijn we helemaal klaar voor de Creative Money Salon, donderdag 27 september op PICNIC’07. Samen met Creative Commons Nederland discussiëren we onder leiding van Drew Makkinga over geld verdienen in de remix-cultuur. De toegang is vrij, komt allen naar de Westergasfabriek in Amsterdam! Schrijf je wel even in op de website van PICNIC.

Aansluitend vieren we feest. Onder het motto ¡Viva la Creación! brengen we een ode aan de creativiteit, met Creative Copycats, Musicmashers, Myspacestars en Youtubetoppers. kaarten via Beep.nl.

U wint de Big Brother Awards 2007

Door Niels Huijbregts, 22 September 2007

Vrijdagavond werden in De Balie in Amsterdam de Big Brother Awards 2007 uitgereikt en u heeft gewonnen! In de categorie personen waren minister Rouvoet, Mark Rutte en Maurice de Hond genomineerd, maar de prijs ging uiteindelijk naar u. Volgens jurylid Christiaan Alberdingk Thijm heeft u de prijs verdiend omdat u laks bent. Omdat u denkt dat u niks te verbergen heeft. Omdat u veiligheid belangrijker vindt dan privacy. Omdat u al uw persoonlijke gegevens weggeeft in ruil voor wat korting, of om kans te maken op een prijsje. De Nederlandse burger is daarom de grootste bedreiging van de privacy.


De aanwezigen in de zaal namen de prijs namens u in ontvangst. Ze zijn onherkenbaar gemaakt. Niet omdat ze boeven zijn die iets te verbergen hebben maar omdat niemand ze gevraagd heeft of ze het erg vonden om op deze blog te staan.

In de categorie overheid en instellingen ging de prijs naar de Nederlandse Bank omdat die deed alsof er niets aan de hand was toen Amerikaanse overheid via SWIFT inzage eiste van al onze financiële transacties. Het verweer van de Nederlandse Bank: privacy zit niet in haar takenpakket.

De NS was winnaar in de categorie bedrijven, vanwege de invoering van de OV-chipkaart, waarmee het bedrijf van alle reizigers gaat registreren wie op welk moment welke reis gemaakt heeft. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) adviseerde dat dat plan in strijd is met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar de NS negeert dat advies. Jacob Kohnstamm van het CBP zei dat hij hard gaat optreden als de OV-chipkaart zo wordt ingevoerd als de NS nu van plan is. Het CBP kan een dwansom van vele tonnen opleggen.

De NS was de enige winnaar die in de zaal aanwezig was. Stafdirecteur Corporate Communication Joost Ravoo nam de prijs sportief in ontvangst maar droeg daarna een cynisch verhaal voor waarin hij stelde dat maatschappelijk gewenst en economisch rendabel tegengestelden van elkaar zouden zijn. Hij ging niet in op een voorstel over hoe de kaart kan worden ingevoerd zonder de privacy van reizigers te schaden.

In de categorie voorstellen tenslotte, won het Elektronisch Kind Dossier. Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin wil van alle kinderen zo’n dossier aanleggen, waarin van de geboorte tot de 19e verjaardag medische, sociale, psychische, en nog veel meer gegevens moeten worden vastgelegd, die bovendien 15 jaar moeten worden bewaard. Onder andere huisarts, school en de politie moeten inzage krijgen in al deze gegevens. Justine Pardoen van Ouders Online somde een lange lijst gegevens op die moeten worden vastgelegd: hoe het hoofd van het kindje lag bij de geboorte, wat de huidskleur is, of vader en moeder werken en welke religie ze hebben, of het in een politiek stabiele situatie opgroeit, of het kind aardig is tegen vriendjes en nog veel meer zeer gedetailleerde en zeer persoonlijke gegevens. Over de veilige opslag van al die gegevens is onvoldoende nagedacht en wie wat mag doen met welke gegevens is niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat een grote groep instanties toegang wil tot het dossier. Volgens Pardoen wordt daarmee een bom gelegd onder de toch al slechte vertrouwensrelatie tussen ouders en hulpverleners.

De Big Brother Awards zullen volgend jaar opnieuw worden uitgereikt.

Met dank aan Nathalie van Haren voor het nemen van de foto.

Foto en tekst

Creativiteit en auteursrecht in de 21e eeuw

Door Björn Wijers, 21 September 2007

Het kan je niet zijn ontgaan dat het downloaden van muziek, films en software via Internet vrijwel continue door diverse organisaties en media wordt bestempeld als illegaal. Iedere downloader wordt bestempeld als ‘piraat’ en er dienen maatregelen genomen te worden om het downloaden tegen te gaan of om de rechthebbenden compensatie te bieden.

Naar mijn mening wordt hier echter volledig voorbij gegaan aan het onderliggende punt namelijk dat het auteursrecht zoals dit nu is geïmplementeerd in nationale wetgeving en internationale verdragen niet strookt met de menselijke natuur, creativiteit en innovatie in de 21e eeuw. Met lapmiddelen zoals heffingen en technologische en juridische maatregelen wordt getracht het auteursrecht, zoals dit al bijna een eeuw lang grotendeels ongewijzigd is, krampachtig in stand gehouden. Wordt het niet tijd dat het auteursrecht wordt aangepast in plaats van nieuwe maatregelen te nemen en heffingen te hanteren om dit relikwie in stand te houden?

Maatregelen

Om het downloaden van ongeautoriseerde kopieën tegen te gaan zijn er vooral juridische en technologische maatregelen in de strijd gegooid. In Nederland wordt er vrij regelmatig door Stichting Brein, een brancheorganisatie met leden zoals de NVPI en MPA, enthousiast verkondigd dat er weer een ‘illegale’ bittorrent site is opgerold en dat er rechtszaken tegen de beheerders worden aangespannen. Ook in de Verenigde Staten waar downloaden wel illegaal is, was het tot voor kort schering en inslag met rechtszaken aangespannen door de RIAA. Inmiddels lijkt het erop dat deze laatste organisatie heeft ingezien dat het aanklagen van je potentiële afnemers c.q. klanten wellicht niet de juiste methode is om inkomsten veilig te stellen.

Naast deze juridische stappen wordt er ook gebruik gemaakt van technologische maatregelen zoals Digital Rights Management (DRM). DRM heeft -mijns inziens terecht- een slecht naam omdat dit over het algemeen het gebruik van legaal aangekochte produkten beperkt op een zodanig wijze dat de goedwillende consument wordt bestraft voor de legale aanschaf. In het ergste geval kan het zelfs allerhande negatieve neveneffecten hebben.

Een goed voorbeeld hiervan is het debacle met Sony die in door haar aangebrachte beperkingen op muziek cd’s software meestuurde die door kwaadwilligen gebruikt kon worden om de computer waarop de muziek was afgespeeld over te nemen. Saillant detail is dat het overgrote deel van de bekende anti-virus software deze zogenaamde rootkit niet detecteerde. Gelukkig lijkt het tij in de muziek industrie enigzins te keren en zijn er steeds vaker geluiden te horen over het aanbieden van muziek zonder DRM of om dit te vervangen door audio watermerken. Bij dit laatste wordt er een soort watermerk in de muziek meegestuurd waarbij het mogelijk moet zijn om de koper van de muziek te kunnen kopelen aan de muziek. De achterliggende gedachte hierbij is dat mensen minder snel geneigd zijn om muziek ongeautoriseerd te verspreiden als zij met naam en toenaam aan de muziek zijn gekoppeld en het risico lopen om juridisch vervolgd te worden in landen waar dit mogelijk is.

Ondanks al deze maatregelen is het op moment van dit schrijven het nog steeds mogelijk om zonder al te veel moeite de laatste muziek, software of films te downloaden van diverse websites, nieuwsgroepen en aanverwanten. De juridische en technologische maatregelen lijken tot zover geen vruchten te hebben afgeworpen en de investeringen hierin lijken dan ook weggegooid geld. Investeringen die uiteindelijk weer terugverdiend dienen te worden.

Auteursrecht hopeloos verouderd?

Juridische maatregelen en heffingen lijken mij niet de oplossing om ongeautoriseerd downloaden tegen te gaan en of er überhaupt een mogelijkheid is dit tegen te gaan durf ik te betwisten. Zo is het ook nog steeds mogelijk om verboden verdovende middelen tot je te nemen ondanks jarenlange inspanningen om dit tegen te gaan. Het wordt daarom absoluut tijd om de discussie rondom downloaden en ongeautoriseerde verspreiding vanuit een ander perspectief te bekijken. Laten we daarbij ook in gedachten houden dat creativiteit, bewust dan wel onbewust, voortbouwt op en geïnspireerd wordt door andermans creativiteit. Dat klinkt wellicht wat zweverig, maar in een kenniseconomie zoals Nederland placht te zijn is creativiteit van onschatbare waarde. De mogelijkheid om zonder problemen voort te kunnen bouwen op andermans werk is dus van groot maatschappelijk belang.

In plaats van de consument die een produkt aanschaft te belasten met technologische beperkingen of om te trachten de platformen van waaruit ongeautoriseerde downloads te verkrijgen zijn juridisch tegen te gaan, is het zaak om de sterke kanten van de mogelijkheden die deze tijd biedt te gaan omarmen. Vrije verspreiding, in er verschillende gradaties van ‘vrij’ zoals bijvoorbeeld bij de Creative Commons licenties, is hierbij essentieel. Het is nu voor het eerst in de geschiedenis – dankzij Internet – mogelijk om vrijwel zonder kosten muziek, nieuws en allerhande andere data te transporteren naar een willekeurige plek op deze planeet in een mum van tijd. De verregaande digitalisering maakt het mogelijk om met veel lagere kosten dan voorheen nieuwe produkten te creëeren. De drempel om thuis als creatief een (semi-)professionele studio op te zetten is steeds lager geworden. De tijd van concept tot het ‘vermarkten’ van een produkt wordt steeds korter.

Met al deze nieuwe en spannende mogelijkheden is het dus steeds makkelijker om zonder grote en/of tijdsrovende investeringen als creatief aan de slag te gaan. Dit lijkt haaks te staan op de aannames van waaruit de auteurswet is opgebouwd. Zoals Arnoud Engelfriet stelt in zijn stuk Van kopijrecht naar auteursrecht:

De onuitgesproken maar cruciale aanname bij de auteurswet is namelijk dat het de tussenpersoon is die de bescherming nodig heeft. Niet zo gek gezien het tijdperk waarin de auteurswet is opgesteld. Drukkerijen en platenperserijen zijn duur, en het zetten van drukwerk of het opnemen van muziek of films ook. Een tussenpersoon zal zo’n investering niet snel doen als zijn werk valse concurrentie krijgt

Tegenwoordig is het eerder uitzondering dan regel dat er zulke grote investeringen noodzakelijk zijn in de creatie van een album, boek of film. Daarnaast is het nog maar de vraag of de rol van tussenpersonen zoals platenmaatschappijen en uitgeverijen als investeerders tegenwoordig nog wel gerechtvaardigd is. De aannames waarop het auteursrecht is gebouwd zijn steeds minder van toepassing, logischerwijs maakt dit het huidige auteursrecht ook minder van toepassing.

Innovatie en creativiteit

Als maatregelen en heffingen geen zin hebben en het auteursrecht verouderd is, wat betekent dit dan voor de makers en creatieven die uiteraard ook een boterham willen verdienen? Wellicht wordt het tijd voor een nieuwe soort auteursrecht waarbij de creatieveling / maker centraal staat in plaats van de tussenpersoon, zoals Engelfriet in zijn artikel opmerkt. Zelfs zonder aanpassingen in het auteursrecht zijn er inmiddels al aardig wat voorbeelden, waarbij vrije verspreiding en een ander kijk op het huidige auteursrecht centraal staan.

Zo is er binnen de software wereld al geruime tijd een beweging die het delen van de broncode van applicaties nastreeft. Iedereen heeft daarbij de vrijheid om de code aan te passen aan zijn of haar eigen behoefte en wensen. De mensen die zich op deze manier bezig houden met open source en vrije software ontwikkeling worden door sommige als vreemde vogels gezien. Zij geven tenslotte een deel van hun werk vrij zonder dat daar direct iets tegenover staat. Inmiddels bewijzen vele freelance ontwikkelaars, maar ook grote bedrijven zoals IBM, Canonical en Red Hat dat het heel goed mogelijk is om geld te verdienen EN tegelijkertijd een deel vrij te geven. De diensten die zij aanbieden zijn een toevoeging op hetgeen wat vrij te verkrijgen is.

Een soortgelijke oplossing zou ook bijvoorbeeld ook van toepassing kunnen zijn op muziek en films. Zo zou je bijvoorbeeld als band je muziek voor niet-commercieel gebruik vrij kunnen geven ter promotie. Speciaal vormgegeven gelimiteerde edities van albums kunnen verkopen, waarbij iedereen die je muziek koopt korting krijgt op je optreden. Een slimme goedkope methode om nieuwe fans te krijgen en en mooie beloning voor trouwe fans. Dit is slechts een van de ongetwijfeld talloze voorbeelden om zonder uit te gaan van ‘alle rechten voorbehouden’ en de daarbijhorende controle problematiek, een commercieel bestaansrecht als creatief op te bouwen. We moeten af van de gedachte dat vermenigvuldiging en distributie de bouwstenen zijn van het geld verdienen met creatieve werken en terug naar de basis: terug naar de maker en zijn of haar creatieve vermogen om vakmanschap te gelde te maken.

Daarbij kan er veel geleerd worden van de ervaringen in de open, vrije software beweging en van diegene die op dit moment hun brood verdienen met werken die al lang niet meer onder het auteursrecht vallen. Tenslotte worden er nog steeds werken uit het publieke domein zoals Shakespeare, Multatuli en minder zware kost zoals de sprookjes van de Gebroeders Grimm verkocht ondanks dat deze niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn.

Ik ben van mening dat innovatie en creativiteit heel goed samen kunnen gaan met openheid, delen en ook commercie. Daarvoor moeten er echter wel experimenten gedaan worden om nieuwe mogelijkheden te onderzoeken. Investeringen om vrije verspreiding tegen te gaan zouden daarom ook stop gezet moeten worden. In plaats daarvan zouden de hierbij vrijkomende gelden dan ingezet kunnen worden op experimenten met zakelijke c.q. commerciele modellen, waarbij het vrij - zonder (technologische) beperkingen - verspreiden en downloaden centraal staat.

Gelukkig zijn er inmiddels steeds meer creatieven, bedrijven en organisaties die hiermee durven te experimenteren. De eerste stappen richting een systeem waarbij heffingen of maatregelen niet meer nodig zijn, worden op dit moment genomen.

Experimenteren met openheid en vrije verspreiding

In Denemarken is het inmiddels mogelijk om Free Beer te drinken. Deze in Denemarken ontwikkelde pils is bedacht door het collectief Superflex en studenten van Copenhagen IT universiteit. Het recept is vrijgegeven onder een Creative Commons licentie, zodat iedereen het recept verder kan delen en aanpassen. Inmiddels zijn er diverse aanpassingen in het recept gedaan door zowel grote als kleine brouwerijen, die het bier in hun assortiment hebben opgenomen en verkopen. Deze gewijzigde recepten zijn weer beschikbaar gesteld op de website van Free Beer. Interessant aan dit voorbeeld is dat het recept (de broncode) vrij beschikbaar is terwijl het bier ook gewoon in de supermarkt te koop is.

Youtube is wellicht de bekendste website op het gebied van online video’s, echter minder bekende voorbeelden zoals Blip of Revver waren tot voor kort veel interessanter. Beide initiatieven bieden namelijk de mogelijkheid om als maker te delen in de advertentie inkomsten gebruikt op de desbetreffende websites, terwijl de rechten van de filmpjes in bezit blijven van de maker. Revver claimt dat zelfs diegene die meehelpen met het verspreiden van filmpjes inkomsten kunnen verkrijgen. Wel moeten worden opgemerkt dat het bij zowel Blip.tv als Revver onduidelijk of het direct downloaden van filmpjes in plaats van alleen bekijken via een website toegestaan is.

Het Britse tijdschrift Mute Magazine rondom politiek en cultuur, is volledig online te lezen en te downloaden en hanteert totaal geen auteursrecht16. Het gehele magazine is vrij om te gebruiken zoals je wilt. Daarnaast worden alle artikelen uit het magazine ook aangeboden als print-on-demand. De geïntereseerde kan op deze manier zijn of haar eigen collectie samenstellen en zo een compleet boek opstellen en deze tegen betaling te laten drukken. Daarnaast biedt Mute de mogelijkheid om lid te worden van het blad en om donaties te geven. Dit is een behoorlijk vooruitstrevend experiment en het dan ook erg interessant om te zien hoe dit verder verloopt.

Het Luxemburgse muziekplatform Jamendo en het Nederlandse Simuze trachten ieder vanuit een ander perspectief vrije verspreiding van muziek mogelijk te maken. Bij beiden initatieven is het mogelijk om muziek vrij zonder beperkingen te downloaden onder de voorwaarden van één van de verschillende Creative Commons licenties. Waarbij Jamendo dit tracht te doen vanuit een meer commerciel oogpunt, tracht Simuze dit meer te doen vanuit een cultureel en sociaal perspectief. Simuze richt zich daarbij vooral op Nederland. Vooralsnog lijkt het erop dat Jamendo zich vooral richt op het delen van advertentie inkomsten. Bij Simuze is dit tot op heden niet zo, maar voor de toekomst staan ook hier enkele experimenten gepland waarbij zowel de artiesten alsmede de luisteraars bij gebaat zijn.

Zelfs de Nederlandse rechtenorganisatie Buma/Stemra is momenteel bezig met een experiment waarbij Buma/Stemra leden ervoor kunnen kiezen om bepaalde nummers vrij te geven onder een Creative Commons licentie. Hierbij geeft Buma/Stemra voor in ieder geval de duur van het experiment haar leden de mogelijkheid om gebruik te maken van één van de drie Creative Commons licenties waarbij commercieel gebruik niet is toegestaan.

Ook binnen de hardware- en consumentenelectronica worden er stappen gemaakt om meer te doen met vrije verspreiding. Zo is er op dit moment een vrijwel volledig op open source / vrije software gebaseerde telefoon in ontwikkeling genaamd Open Moko die volgens de bedenkers dit jaar voor de meer avontuurlijke consumenten beschikbaar komt.

21e eeuws auteursrecht

Dat het huidige auteursrecht niet meer van deze tijd is en dat technische beperkingen en juridische maatregelen weinig tot geen effect hebben moge duidelijk zijn. Desondanks, zijn de eerste stappen naar vrijere verspreiding, openheid en het omarmen van de mogelijkheden van netwerken zoals Internet en digitalisatie genomen door de eerste pioniers.

Voor de overheid is het wellicht zaak om hierin een rol te gaan spelen: Zorg ervoor dat er meer pioniers komen. Maak het auteursrecht daadwerkelijk van belang voor de auteur en niet voor de tussenpersonen. Zorg ervoor dat er een nieuwe balans wordt gevonden tussen de belangen van de individuele creatieven en het algemeen maatschappelijke belang van het publieke domein en daarmee samenhangende vrije verspreiding.

Een eerste stap zou het terugbrengen van het auteursrecht tot tot vijftien jaar kunnen zijn, waarna de maker eventueel deze periode nogmaals expliciet kan uitbreiden met nogmaals vijftien jaar. Doet de maker dit niet dan is het auteursrechtelijk beschermd materiaal na vijftien jaar onderdeel van het publieke domein. Breidt de maker de totale beschermings en monopolie periode uit tot in totaal dertig jaar dan moet dit meer dan voldoende tijd zijn om zijn of haar werk te gelde te maken.

Een tweede stap zou verdergaande flexibiliteit moeten zijn die in tegenstelling tot de huidige situatie per definitie van toepassing is. Geen alle rechten voorbehouden meer, maar slechts een aantal rechten voorbehouden. Dit kan op een relatief simpele wijze zoals de Creative Commons licenties inmiddels al in de praktijk aantonen. Maak hier gebruik van en bied burgers de mogelijkheid tot een auteursrecht à la carte, waarbij er diverse mogelijkheden en keuzes zijn en waarbij de meest vrije variant per definitie wordt gehandhaafd. Vrije verspreiding wordt standaard en wie straks totale controle wil houden dient daar zelf actief voor zorg te dragen en de daarbijbehorende kosten te dragen.

Hopelijk is het slechts een kwestie van tijd, voordat de voordelen van vrije verspreiding en openheid in alle facetten van onze maatschappij worden omarmd. Niet uit idealisme, maar omdat het simpelweg voor idereen beter werkt en economisch rendabel is. Nu wordt het tijd dat we als creatieven hiermee aan de slag gaan en de ruimte gaan gebruiken die dit tijdperk aan ons biedt.

Dit is een geredigeerde versie van een langer artikel. Het origineel is hier te lezen.

Met dank aan Niels Huijbregts, Maarten Brinkerink, Marten Timan en Elske Ten Vergert.

De Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederland Licentie is van toepassing op dit werk. Het voldoet om de als naamsvermelding Björn Wijers en de de url www.burobjorn.nl op te nemen bij hergebruik van dit werk.

Een bijdrage van Björn Wijers

Björn (bouwjaar 1979) studeerde Multimedia Design en Technologie aan de Saxion Hogeschool Enschede en behaalde een Master of Arts in Interactive Multimedia aan de HKU te Hilversum. Hij is mede-oprichter van Stichting Open Media en Simuze: een website voor muzikanten en muziekliefhebbers om muziek gratis en legaal uit te wisselen. Björn vindt de politieke, sociale, culturele en maatschappelijke kanten van software en (digitale) media erg interessant. Noemt zichzelf een totale informatie- en muziek junk en vindt ambachtelijk bereid vegetarisch voedsel erg lekker. Onder de naam burobjorn.nl biedt Björn zijn diensten aan op het gebied van vrije, open-source software en (digitale) media aan.

10.000 camera’s in Londen niet effectief tegen misdaad

Door Niels Huijbregts, 21 September 2007

In Londen hangen inmiddels 10.524 camera’s op straat, waarmee de politie in grote delen van de stad mensen kan bekijken en volgen. Het spionagenetwerk heeft de afgelopen 10 jaar zo’n 200 miljoen pond aan belastinggeld gekost.

De London Assembly Liberal Democrats wilden weten of die investering veel heeft opgeleverd. Helaas: uit onderzoek blijkt dat de buurten waar de meeste camera’s hangen, nog steeds laag scoren op het aantal opgeloste misdaden. 80% van de misdaden in London wordt, ondanks alle camera’s, nooit opgelost.

Terecht vraagt men zich af of camera’s op straat wel zo’n goed middel zijn. De inbreuk die de camera’s maken op de privacy van alle Londenaren, zou misschien te rechtvaardigen zijn als ze aantoonbaar nut hadden. Maar nu dat niet het geval blijkt, zijn niet alleen miljoenen ponden, maar ook de privacy van miljoenen mensen zinloos opgeofferd.

Prinsjesdag: Cybercrime aanpakken

Door Niels Huijbregts, 19 September 2007

“Het bestrijden van criminaliteit via internet en van fraude krijgt in 2008 meer aandacht”, zei de koningin in de troonrede gisteren op Prinsjesdag. Het ministerie van Justitie zal harder optreden tegen minder zichbare vormen van criminaliteit, zoals bijvoorbeeld criminaliteit op internet. Daarvoor zijn enkele miljoenen euro’s beschikbaar.

In de plannen van het kabinet staan als maatregelen onder andere meer aandacht voor de meldpunten Cybercrime en Kinderporno en uitbouwen van het High Tech Crime Team van het KLPD. Ook wordt het project Notice & Take Down voortgezet. Dat project heeft tot doel het blokkeren van ongewenste inhoud op het Internet, zoals kinderporno en terrorisme.

In de memorie van toelichting bij de miljoenennota staat het zo:
Intensiveren aanpak van cybercrime. Deze kabinetsperiode vindt een stevige impuls van de aanpak van cybercrime plaats. Dit betekent versterking van de aanpak op regionaal en bovenregionaal niveau en verdere professionalisering op landelijk niveau. De minister van BZK financiert de unit Cybercrime bij het KLPD. Deze unit is de opvolger van het National High Tech Crime Center. In 2008 moet deze unit volledig operationeel zijn en haar meerwaarde voor de Nederlandse politie bewijzen. Voor de bredere impuls stellen de betrokken partijen (politie, OM, Justitie en BZK) in 2007 samen een versterkingsprogramma Cybercrime op. Dit programma wordt vanaf 2008 uitgevoerd en zal leiden tot een stevige intensivering van de aanpak van cybercrime.

Over het bokkeren van ongewenste informatie op internet staat er:
De bestrijding van het internetgebruik voor radicale en terroristische doeleinden omvat het verkrijgen van zicht op de aard en omvang van de problematiek, het uitwerken van de mogelijkheden om bepaalde informatie op het Internet te blokkeren, alsmede het bevorderen van de samenwerking in Europees verband. Daartoe zijn in samenwerking met betrokken partijen activiteiten gestart op het gebied van monitoring en surveillance op het Internet. Daarnaast zijn activiteiten gestart die het functioneren van het meldpunt cybercrime moeten optimaliseren en de informatie-uitwisseling tussen EU-lidstaten moeten bevorderen. Uitwerking van het voornemen uit het coalitieakkoord «om te voorzien in de mogelijkheid doorgifte van radicaliserende boodschappen en voorlichting over de middelen van terreur door Internet providers te verbieden» vindt plaats door de huidige aanpak aan te vullen met nieuwe initiatieven.

Creative money: muziek moet gehoord worden!

Door Marco Raaphorst, 13 September 2007

De oude muziekindustrie is al jaren spastisch op zoek naar manieren om geld te verdienen op internet. Tot op de dag van vandaag hebben ze daar geen nieuwe methode voor gevonden. De CD verkoop neemt af en de levensduur van de DVD zal ook veel korter blijken te zijn dan die van de CD.

Jarenlang probeert de oude muziekindustrie nieuwe distributie-methodes zoals peer-2-peer en bittorrent te bestrijden. Ze zijn bang voor veranderingen, terwijl bekend is dat angst de manier is om een bedrijfstak om zeep te helpen. Bedrijven moeten innoveren. Maar de oude muziekindustrie wacht af. Napster was een succes maar in plaats van daarop in te spelen, ging de oude muziekindustrie processen aanspannen tegen Napster en andere p2p-systemen. Dit had tot gevolg dat nota bene Apple een Napster clone kon bouwen en daarmee een commercieel alternatief wist te starten. Het is noodzaak om in te spelen op die veranderingen. Het vergt creativiteit, creativiteit die de oude muziekindustrie blijkt te missen. Zeer apart natuurlijk want zij noemen zichzelf de creatieve sector.

De problemen waar de muziekindustrie mee te maken heeft, worden veroorzaakt door copyright. Op internet gelden andere regels, alles op internet is immers een kopie. Op internet neemt de voorraad niet af wanneer iemand iets downloadt. Helaas zijn de overheden er niet van overtuigd dat de wetten aangepast moeten worden. Maar 1 ding is zeker: het copyright zoals we kennen werkt op internet niet.

Nieuwe oplossingen komen tegenwoordig van slimme techneuten. Van Apple (iTunes Music Store) tot bittorrent websites. De oude muziekindustrie heeft daar tot nu toe geen enkele bijdrage aan geleverd. Telkens missen ze de boot, bestrijden eerst de technologie, om vervolgens jaren later dezelfde technologie te gaan inzetten.

De oude muziekindustrie, Hollywood: ze zijn bang voor technische ontwikkelingen. Behalve wanneer ze het zelf uitgevonden hebben. Door nieuwe technologie moeten de wetten aangepast worden. Met de komst van vliegtuigen werden wetten gewijzigd (een vliegtuig vliegt over mijn landgoed, mag dat?), door de opkomst van fotografie (portretrecht - mag ik een prive ruimte van een persoon of organisatie fotograferen?), de uitvinding van de cassette (mag ik een eigen kopie maken voor thuisgebruik?). De impact van internet is nog vele malen groter, maar ook complexer. De landgrens bestaat niet en verschillen tussen wetten van verschillende landen vallen ook weg.

Hollywood was tegen de uitvinding van de videorecorder. Nooit meer zou iemand een bioskoop wilen bezoeken, zo was de gedachte. Maar het resulteerde in de opkomst van videotheken en juist een toename in bioscoopbezoek. Hollywood werd er alleen maar rijker van. Een rare gedachte dus van Hollywood om er tegen te zijn. Eten kun je thuis prima en goedkoop, toch gaan we graag naar restaurants. Het zijn appels en peren.

Onderzoek toont aan dat het gebruik van p2p-systemen de muziekdistributie verhoogt. Dat dit niet direct resulteert in meer geld, ligt naar mijn idee aan de oude muziekindustrie die er niet op inspeelt. Al jaren geleden had Sony een eigen Napster kunnen ontwikkelen, maar ze deden dit niet. Nieuwe technieken zijn handig in gebruik, Napster werkte simpel. Internet biedt deze mogelijkheden. Nu al is het in theorie mogelijk om via een zoekterm als ‘Miles Davis’ uit te komen op een webpagina die zijn muziek laat horen. Dat is wat de consument wil. Verzin er een goed zakenmodel voor (advertenties) en doe het. Ik snap werkelijk niet waarom de oude muziekindustrie niet kijkt naar wat de consument echt wil. Vroeger had je er duur consumentenonderzoek voor nodig, tegenwoordig vind je de discussies gewoon op internet. De onvrede van de muziekliefhebbers neemt met de dag toe. En de oude muziekindustrie gedraagt zich als Dagobert Duck.

Alle technieken om de consument te kort te doen lijken te mislukken. De DVD werd gehackt, de vervelende eerste minuten van een DVD worden eruit geript want mensen willen een film zien in plaats van minuten lang advertenties in beeld te krijgen (en vervelende mededelingen van Stichting BREIN die de consument als een potentiële crimineel beschouwt) en te moeten wachten op het menu om de film te starten. Digital Rights Management (DRM), lijkt te mislukken. Copy Control is inmiddels al mislukt. Miljoenen die de oude muziekindustrie op kosten van haar musici heeft uitgegeven, blijken voor niets te zijn geweest. Kortom: ze snappen niet wat de consument wil. Geldverslindend. Ja, Dagobert Duck.

Telkens weer blijkt een technologische ontwikkeling de mogelijkheden om geld te verdienen te verruimen. Ontwikkeling betekent vooruitgang. De oude muziekindustrie zou dus beter naar haar eigen klanten moeten luisteren. Daar zit de oplossing. Dit zal wellicht nooit gebeuren want de oude muziekindustrie spant op dit moment processen aan tegen aan haar eigen klanten, de muziekliefhebbers. Mensen die via p2p-systemen muziek ‘illegaal’ downloaden. Deze groep groeit met de dag. Eigenlijk is iedere internet-gebruiker een dief. In ieder geval meer dan 50% van de internetters. Ja, wordt het dan niet tijd om de wetten aan te passen? Of kunnen we leven met het idee dat iedereen een crimineel is?

De kopie is het origineel

Tot de komst van het internet was het voor de meeste mensen lastig om een kopie te maken van muziek, bovendien waren er kosten aan verbonden. Een CD moest gekopieerd worden op een CD-R/RW en dat kostte geld tijd en geld. Echter door de hoge prijs van CD’s was het voor de meeste mensen gunstig om een kopie te maken voor eigen gebruik, iets wat wettelijk toegestaan is. Met de komst van internet is het nog eenvoudiger geworden om een kopie te maken, sterker nog: alles op internet is een kopie. Zo hoeft de iTunes Music Store slechts 1 nummer op voorraad te hebben. En dat ene nummer wordt door de gebruiker zelf gekopieerd wanneer een download wordt gekocht. De voorraad in de iTunes Store neemt daardoor dus nooit af.

Het fundament van internet zit erin dat de kopie exact gelijk is aan het origineel. Niet van elkaar te onderscheiden. Dit ondermijnt het hele concept rondom copyright. Tot voor kort was er sprake van originelen en kopiën. Nu niet meer. Het is allemaal hetzelfde. Schaarste kennen we niet meer, geen product hoeven we op schap te nemen, de voorraad neemt nooit meer af en de producten hebben geen beperkte houdbaarheidsdatum.

Creative Commons

In 2003 startte ik mijn bedrijf Melodiefabriek. De BUMA, de Nederlandse organisatie voor muziek-auteurs, staat niet toe dat een auteur zijn of haar muziek op een website aanbiedt. In plaats daarvan verwacht de BUMA dat je de BUMA vooraf betaalt voor het aanbieden van jouw eigen muziek. Achteraf kun je dat geld terugontvangen van de BUMA. Een raar en omslachtig systeem. Daarom bleek de BUMA voor mij niet werkbaar, want ik zag de potentie van internet al vrij snel in.

Via een aantal collega’s werd het Amerikaanse Creative Commons (Nederlandse versie: www.creativecommons.nl) bij mij onder de aandacht gebracht. Een copyrightsysteem wat in tegenstelling tot ‘all rights reserved’, ’some rights reserved’ hanteert. En deze ’some rights’ kan ik zelf kiezen. Dus in plaats van niets toestaan, kan ik middels Creative Commons het publiek toestaan mijn muziek te downloaden, verder te verspreiden, te remixen, met als enige ‘reserved’ uitzondering: Niet Commercieel gebruik (in Creative Commons termen, het NC-kenmerk). Mijn publiek mag een hoop met mijn muziek doen, behalve er commercieel gebruik van maken. Wil men dat, dan zal er contact opgenomen moeten worden met mij. Hiermee voorkom ik dat een Sony mijn muziek zonder enige compensatie gebruikt. Of een Hollywood, een SBS etc.

De afgelopen jaren kreeg ik regelmatig scheve gezichten van collega’s, auteurs die wel aangesloten waren bij de BUMA. Toch wordt de groep die snapt dat Creative Commons goeie mogelijkheden biedt steeds groter. Ook wissel ik er steeds vaker van gedachten over met onze Publieke Omroep, want ook zij doen er wijs aan om Creative Commons in te zetten. Creative Commons is namelijk geschikt voor internet, de BUMA niet.

Inmiddels bestaat Melodiefabriek ruim 4 jaar. Als een van de eerste Creative Commons gebruikers ben ik nog steeds een groot voorstander van dit systeem. Met enige regelmaat geef ik daar lezingen over, mailen rechten-studenten mij, adviseer ik bedrijven en ga ik wellicht in de nabije toekomst colleges geven op een hogeschool. De hele Creative Commons beweging is actief, hier gebeurt het, met minder beperkingen dan het aloude ‘alle rechten voorbehouden’, zonder drempels. Dit geeft de kunst een nieuwe impuls. Amateurs en professionals gaan samen aan de slag. Het reximen van muziek en geluid is dankzij Creative Commons eenvoudiger geworden. Zonder al te veel na te hoeven denken over copyrights kun je creëren. Het geeft vrijheid.

Gratis

De meeste mensen vinden het raar als je iets gratis weggeeft. Toch doen alle bedrijven dit. Ook bijvoorbeeld een Sony deelt CD’s gratis uit aan de pers en DJ’s. Het persen van CD’s is kostbaar, het gratis weggeven van muziek online kost vrijwel niets.

Het gratis weggeven moet dus een doel hebben. Bijvoorbeeld:
- naamsbekendheid voor de componist/band
- meer bezoekers bij live-optredens
- verkoop van de CD-versie
- verkoop van andere merchandising
- geld verdienen aan advertentie-inkomsten
- in opdracht muziek schrijven
- etc.

Ook al geef je jouw muziek gratis weg, je kunt altijd nog een versie verkopen in hogere kwaliteit. Maar je zult wel gratis muziek moeten aanbieden wil dit model werken, want mensen moeten eerst jouw muziek kunnen beluisteren voordat ze het willen aanschaffen. De bottom line: als jij iets geeft, misschien dat een ander jou dan ook iets geeft. Jij zult altijd de eerste moeten zijn die iets weggeeft tenzij iedereen je werk al kent, als je beroemd bent.

Remix cultuur

Alles in de wereld is gebaseerd op iets wat er al was. ‘Alle rechten voorbehouden’ op creatieve werken is dus eigenlijk een rare gedachte. Intellectueel eigendom ook. Wat je ook maakt, nooit kun je beweren dat het 100% oorspronkelijk is. Altijd ben je schatplichtig aan je voorgangers. En een idee kan nooit jouw eigendom zijn. Een idee kan niet gestolen worden, want het blijft altijd jouw idee. Mensen kunnen er hooguit op voortbouwen. Eigendom kan je niet afgenomen worden en is dus niet van toepassing op ideeën.

Alle grote kunstenaars maken/maakten gebruik van het werk van hun voorgangers, concurrenten of collega’s, hoe je het ook wil noemen. Dat weet iedereen. Toch is onze omgang met copyright veel harder en zakelijker geworden de afgelopen 50 jaar. Je hoeft maar naar de blues en jazz te kijken om te kunnen constateren dat deze muziek veel vrijer met copyrights omgaat dan de popliedjes die we de afgelopen 50 jaar kregen te horen.

Muziek is een industrie geworden. Er is enorm veel geld mee te verdienen, kijk maar eens naar de enorme bedragen die de Elton John’s en Paul McCartney’s tot op de dag van vandaag verdienen. Aan 1 hit kan men al heel veel geld verdienen, met name doordat dit werk exclusief gemaakt wordt (copyright: alle rechten voorbehouden). Het lijkt erop dat het copyright nooit meer verjaart. Wanneer kunnen we The Beatles legaal gaan remixen? Misschien wel nooit.

Het rijkste werden de platenmaatschappijen, de middlemen. Artiesten komen en gaan, maar de platenmaatschappijen werden steeds machtiger en rijker.

Behoudt je eigen rechten, altijd

Als je tekent bij een platenmaatschappij dan sta je jouw rechten af. Dit geldt ook voor het BUMA-contract. Niet langer bezit jij die rechten. Als je gebruik maakt van Creative Commons blijf je wel je eigen rechten bezitten. Dus telkens kun jij zelf beslissen wat er met jouw werk gedaan mag worden in plaats dat de BUMA en de platenmaatschappijen dit voor jou beslissen.

De oude muziekindustrie maakt gebruik van wurgcontracten. Heel veel artiesten hebben zo’n contract getekend en kunnen er niet onderuit komen. Ze hebben niets meer te beslissen over hun eigen muziek.

Dit geldt niet alleen voor musici, ook bijvoorbeeld documentairemakers staan al hun rechten af. Vandaag de dag merk je dat heel veel makers daar veel last van ondervinden, ze kunnen hun eigen werk niet eens op hun eigen website aanbieden.

Ik geloof in het behoud van eigen rechten. Het schept mogelijkheden, mogelijkheden die de platenmaatschappijen en de BUMA niet zien, of willen zien. Zo kan mijn muziek in podcasts gebruikt worden, iets wat bij de BUMA of de platenmaatschappijen niet zonder enorm hoge kosten mogelijk is.

Behoud je eigen rechten dus altijd. Waarom zou je al je rechten willen afstaan? Garandeert de BUMA, de platenmaatschappijen jouw een inkomen? Wat staat er tegenover? Niets. Je geeft al jouw rechten weg en het is maar de vraag of je er ooit geld mee zult verdienen.

Klassieke muziek

Veel mensen denken dat copyright een middel is om geld te verdienen. Dat als je geen copyright gebruikt je arm zult worden. Een kromme gedachte want copyright levert alleen juridische bescherming, maar het garandeert geen inkomen. Het merendeel van de bands die aangesloten zijn bij de BUMA verdient er geen inkomen aan. Slechts een hele kleine groep kan ervan leven en dan nog alleen in combinatie met veel live optredens, verkoop van muziek en verkoop van merchandising.

Het merendeel van de klassieke muziek zit in het Publieke Domein, het domein wat vrij is van copyright. Dit betekent dat iedereen er alles mee mag doen. Nee, je mag niet ontkennen wie de oorspronkelijke maker is en jezelf als componist opvoeren, dan pleeg je plagiaat. Maar je kunt deze muziek kosteloos uitvoeren, opnemen en herbewerken. Verdienen klassieke musici niets? Integendeel. Ik durf te beweren dat er meer en beter betaalde klassieke musici zijn dan professionele popmusici.

Copyright staat dus niet gelijk aan geld verdienen. Kijk hiervoor ook eens naar de open source software. Hier zitten bedrijven zoals IBM en Sun achter die miljoenen verdienen aan deze vrije software. Net zoals klassieke musici geld verdienen aan werk uit het publieke domein, zo verdienen zij aan vrije software.

Door open copyrights te hanteren (sommige noemen Creative Commons copyleft, ’some rights reserved’, open content) kun je ook geld verdienen, maar je moet het op een andere manier doen. Gratis muziek weggeven zorgt altijd voor een impuls, aandacht, tenzij je waardeloze muziek maakt die niemand wil horen. Mensen zouden nooit een plaat van The Beatles, The Stones, Prince, Michael Jackson, Britney Spears kopen als deze niet eerst GRATIS op de radio en tv te beluisteren was geweest. En dit kun je nu allemaal zelf via internet; geef je muziek gratis weg en communiceer met jouw fans.

De nieuwe mogelijkheden

Je kunt vaststellen dat peer-2-peer netwerken en bittorrent websites een nieuw zakenmodel hebben gevonden. Middels advertenties verdienen zij geld aan al die miljoenen mensen die dagelijks muziek downloaden.

Dankzij internet kan elke band zelf een website starten voor de fans. Als je succesvol bent dan kun je hiermee veel geld verdienen. Succesvolle webloggers hebben al aangetoond dat het kan. Toch zijn weinig bands hiervan overtuigd. Veel bands sluiten zich graag aan bij MySpace en promoten hun eigen profiel-pagina. Daarmee investeren zij in MySpace, maar ze kunnen hetzelfde doen met hun eigen website. Naar mijn ervaring is de investering in je eigen website het beste. Jouw website is jouw winkel en je kunt ermee doen wat je wilt.

ZeFrank, een zeer populaire blogger, vroeg zich ooit af waarom die MySpace pagina’s er zo lelijk uitzien. Hij kwam tot de conclusie dat je hierdoor zo snel mogelijk weg wilt klikken van MySpace. Inderdaad wegklikken naar de homepage van jouw band, want die website is beter dan MySpace. MySpace is hooguit een netwerk, maar het is niet jouw bedrijf, jouw winkel. Daarvoor heb je dus een eigen website nodig.

Het bezwaar wat ik vaak hoor: het is lastig je geld te verdienen aan advertenties. Dat klopt, het is lastig om populair te worden. Mijn antwoord: ook via een ‘alle rechten voorbehouden’, het systeem van de BUMA, is het heel erg lastig geld verdienen. De meeste bands kunnen er niet van leven. In het oude model is het misschien nog wel juist lastiger om geld te verdienen aan muziek. De meeste bands kunnen er niet van leven en moeten de kosten dekken van alle andere bands die niet succesvol zijn, opsouperen noemen ze dat. De kosten die platenmaatschappijen maken door, net als een bank, geld te investeren in bands, moeten door diezelfde bands terugverdiend worden. Een platenmaatschappij maakt kosten, waarvoor bands moeten betalen. Een platenmaatschappij is dus een bank. Ze verstrekken een lening die je eerst tegen zeer hoge kosten moet zien terug te verdienen.

Als je jouw content laagdrempelig maakt, dus je biedt jouw muziek gratis aan - iedereen kan het downloaden en mag het verder distribueren en remixen - dan is de kans groot dat jouw muziek gaat opvallen. Mensen zullen die muziek gaan remixen, gaan doorlinken naar hun vrienden. Een netwerk wat zich als een olievlek kan gaan verspreiden. Kortom: de fans gaan jou helpen. Deze directe relatie tot jouw fans is de meest belangrijke relatie die je je kunt wensen als musicus.

Live optredens

De meeste bands verdienen het meeste geld aan live optredens. Onlangs vroeg ik het nog aan Aad Link, manager van de Nits, die dit bevestigde. In Nederland zijn er bands die veel verdienen aan live optredens en dit zijn niet alleen de bekende artiesten van radio of televisie. Er zijn veel cover-bands die veel verdienen. Zelf had ik een aantal jaren geleden een Braziliaanse band, Banda Energia, waarmee we ook allemaal goed geld konden verdienen. En dan te bedenken dat we soms met 10 musici speelden en 3 danseressen. Als de band goed is, wil men die inhuren voor geld, voor veel geld.

Vrijheid, herbewerkingen zorgen voor verrassende nieuwe werken

Zodra je jouw muziek gratis weggeeft, dan krijg je er iets voor terug, tenminste als jouw muziek goed is. Deze herbewerkingen kunnen in iets resulteren wat je zelf niet kunt overzien. Misschien dat iemand jouw muziek in een YouTube video wil opnemen. Daardoor ontstaan nieuwe mogelijkheden. Elke filmmaker kijkt naar YouTube. Misschien dat jouw muziek wel gebruikt gaat worden voor een speelfilm of een documentaire. Het enige waar het om gaat: maak de muziek die jij wilt maken met hart en ziel. Als mensen dat mooi vinden, dan zullen ze je echt wel benaderen. Zorg dus voor een zo laag mogelijke drempel zodat iedereen jouw muziek kan horen en kan doormailen aan vrienden en collega’s. Mond tot mond reclame, de beste vorm van marketing die er is!

Opdrachtmuziek

Ik schrijf over het algemeen in opdracht muziek. Zo ben ik op dit moment bezig aan een radio drama voor de RVU (Publieke Omroep): Flick Radio. Alle stemopnames, muziek en geluiden hiervoor zullen we gaan vrijgeven onder een Creative Commons licentie zodat het publiek dit kan hergebruiken, kan remixen. Tot nu toe valt vrijwel al het materiaal van de Publieke Omroep onder een zeer beperkend ‘all rights reserved’, maar wij willen juist met dit project de bronbestanden aan het publiek verstrekken. En eigenlijk zou de Publieke Omroep dit vaker moeten doen want zij wordt immers betaald uit belastinggeld. Is het dus niet logisch dat de producties van de Publieke Omroep ten minste hergebruikt kunnen worden door haar eigen publiek? Ik vind van wel.

Wanneer ik in opdracht muziek schrijf, betaalt een klant hiervoor. Tot nu toe heb ik alle muziek op niet-exclusieve basis geschreven, zelfs onder een Creative Commons licentie.

Dat je betaald wordt voor opdrachtmuziek is logisch. Het is dan ook een prima systeem voor componisten. Lastiger wordt het misschien als je als band geld wilt verdienen. Dit was altijd al lastig, want slechts een zeer beperkt aantal bands kan echt leven van de muziek. Toch lees ik de laatste tijd positieve berichten over bands die via gratis podcasts, YouTube video’s ineens veel vaker live gaan optreden en geld verdienen. Ook lees ik steeds vaker dat bands zonder label, zonder platenmaatschappij, geld verdienen, meer geld verdienen omdat de kosten lager zijn (een platenmaatschappij werkt niet voor niets, bands vertalen daar voor). CD’s die tegen hoge kosten geproduceerd moeten worden als reclame-model gelden niet langer, een gratis download zonder kosten is wat een band nodig heeft om aandacht te creÎren.

Als je wint heb je vrienden

Eigenlijk is het allemaal simpel. Zodra je fans hebt, verdien je geld. Dat was in het oude model zo, via de verkoop van muziek in winkels, maar ook op internet werkt het net zo. Die fans zul je wellicht niet van de een op de andere dag bereiken.

Dus als je mij zou vragen hoe je geld kunt verdienen dan is mijn antwoord: maak fans! Of vrienden, of collega’s, of hoe je het ook wil noemen. Mensen moeten jouw muziek goed vinden. Dus je kunt alleen maar de muziek maken die jij wilt maken en dat zo laagdrempelig mogelijk aanbieden, zodat de mensen het kunnen horen.

Kortom: maak muziek en laat het iedereen horen. Zo simpel zit het dus.

Een bijdrage van Marco Raaphorst

Marco Raaphorst is bloggend musicus. Hij schrijft zeer regelmatig op zijn weblog www.marcoraaphorst.nl.

EU wil zoektermen verbieden

Door Niels Huijbregts, 12 September 2007

EU-commissaris voor Justitie en Veiligheid Frattini stelt dat internet enorm belangrijk is voor militante groeperingen, die het net gebruiken om kennis uit te wisselen en propaganda te verspreiden. Hij wil daarom technische middelen inzetten om te voorkomen dat mensen gevaarlijke woorden gebruiken of ernaar zoeken op internet. Dat meldt Reuters. Woorden die hij wil blokkeren zijn bijvoorbeeld terrorisme, genocide, bom en dood.

Een EU-medewerker vertelde eerder al in The Times dat Frattini websites wil verbieden waarop wordt uitgelegd hoe je bommen kunt maken. De Europese internetproviders zouden vervolgens verantwoordelijk zijn voor het onzichtbaar maken van zulke websites en zouden zelfs aansprakelijk kunnen worden gesteld. Het voorstel stuitte op bezwaren van de internetproviders, die immers alleen informatie doorgeven. Een internetprovider is geen uitgever en voert geen redactie; een provider is daarom niet verantwoordelijk voor de inhoud van websites van anderen. De EU-medewerker vond dat onzin: als China informatie kan laten blokkeren door providers, dan kunnen wij het ook. Frattini belooft dat alleen instructies worden verboden, sites met opinies, analyses en historische beschouwingen blijven toegestaan. Maar als het onmogelijk wordt op zulke termen te zoeken, kun je je afvragen hoeveel die belofte waard is.

Op de vraag of zulke maatregelen geen inbreuk vormen op de vrijheid van informatie en de vrijheid van meningsuiting en meningsvorming, zei Frattini: “Frankly speaking, instructing people to make a bomb has nothing to do with the freedom of expression, or the freedom of informing people.” Informatie over hoe je een bom moet maken, heeft dus niets te maken met de vrijheid van menigsuiting of de vrijheid van informatie, zo vindt de commissaris. Dat de vrijheid van meningsvorming ernstig gehinderd wordt wanneer niemand meer mag zoeken op terreur of dood, zag hij voor het gemak over het hoofd.