Decriminaliseer filesharing

Door Karl Sigfrid, 21 January 2008

Dit is een Nederlandse vertaling van een artikel dat ik met zes andere parlementsleden van de gematigde partij in Zweden heb gepubliceerd in Expressen op 3 januari. Het artikel, dat oproept filesharing uit de criminele sfeer te halen, heeft tot een fel debat in de Zweedse media geleid.

De afgelopen herfst publiceerde de door de Zweedse overheid aangestelde auteursrecht-analyst Cecilia Renfors een rapport waarin zij voorstelde, de internetverbinding van filesharers te blokkeren zodat ze zouden worden uitgesloten van de online wereld. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van die blokkade, zou bij de Internet Service Providers komen te liggen. Providers die daar niet aan mee willen werken, zouden worden beboet.

Toen de Zweedse regering het voorstel van Renfors ter consultatie rondstuurde naar agentschappen en andere organisaties, was de kritiek niet van de lucht. Het Zweedse Gerechtshof vroeg zich af of het verbannen van burgers van internet filesharing überhaupt wel zou doen afnemen. Ondanks het feit dat verschillende landen al zulke maatregelen hebben ingevoerd, zijn er geen positieve resultaten bekend.

De Data Inspectie Raad, verantwoordelijk voor de bescherming van de privacy van burgers, vraagt zich af of Renfors’ plan niet in strijd is met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat in artikel 8 eerbiediging van privéleven, waaronder correspondentie, garandeert. EU richtlijnen en nationale wetgeving stellen dat de taak van internetproviders het bieden van een communicatiemiddel is. Niet het controleren van wat individuele burgers bespreken en welke informatie ze uitwisselen. De Mededingingsautoriteit stelt bovendien dat het onredelijk is om private ondernemingen verantwoordelijkheden toe te schuiven die bij de overheid horen te liggen. De beslissing om internetters van internet te verbannen zou een manier van straffen zonder wettig proces zijn. En zo gaan de commentaren maar door. De ene na de andere organisatie maakt korte metten met het plan.

Vertegenwoordigers van de entertainmentindustrie zijn wèl erg enthousiast over de mogelijkheid, burgers hun internetverbinding te ontnemen. Zij voeren Frankrijk aan als goed voorbeeld. In Frankrijk zijn overheidsdiensten, entertainmentindustrie en internetproviders gedwongen samen te werken. General Electric legt uit hoe dat in z’n werk gaat: “In de praktijk komt het er op neer dat internetproviders in de gaten moeten houden wat hun klanten op internet doen, en erover rapporteren.”

Het Antipiracy Bureau beschrijft Zweden als vrijhaven voor filesharers en praat de inbreuk op de rechten van burgers goed, door te zeggen dat andere landen het ook doen. Maar waarom zou Zweden het beleid van Frankrijk op dit gebied moeten overnemen? Zweden is een van ’s werelds meest vooraanstaande naties op het gebied van technologie, en die houding moet ook blijken uit ons nationaal beleid. Als onderdeel van een mondiaal netwerk kunnen wij internetters over de hele wereld de informatievrijheid bieden die ze in hun eigen land ontberen.

De decriminalisering van alle niet-commerciële filesharing en het verplichten van de markt, zich daaraan aan te passen, is niet alleen de beste oplossing. Het is de enige oplossing. Tenzij we terecht willen komen in een wereld van steeds strengere controle over wat burgers op internet doen. Politici die aan de kant van de antipiraterij staan, moeten zich er heel goed van bewust zijn dat ze een verbond hebben gesloten met een groep die nooit tevreden zal zijn en altijd zal eisen dat nog meer stappen moeten worden genomen richting de totale controlestaat. Vandaag willen ze de internetproviders omvormen tot online politiemacht, het Antipiracy Bureau eist bovendien de bevoegdheid om zelf de identiteit van fileshareres te kunnen opvragen. Zodat ze een 15-jarig meisje voor de rechter kunnen slepen omdat ze een liedje van Britney Spears gedownload heeft.

Zal het Antipiracy Bureau daarna tevreden zijn? Waarschijnlijk niet, want de maatregelen die nu zijn voorgesteld, zullen filesharing niet stoppen. Er bestaan allerlei diensten op de markt waarmee internetters hun identiteit kunnen verhullen en die zullen ervoor zorgen dat de maatregelen geen effect sorteren. Daarom zal het Antipiracy Bureau nieuwe eisen stellen die online toezicht en internetbewaking nog verder moeten opvoeren. Terwijl de simpele waarheid is dat vrijwel alle communicatiemiddelen op internet kunnen gebruikt voor het verspreiden van materiaal waar copyright op zit. Als je er een bericht mee kunt verzenden, kun je er ook een mp3 mee versturen. Dat houdt in dat uiteindelijk alle elektronische communicatie tussen burgers zou moeten worden gecontroleerd.

Eind jaren 1970 wilde de entertainmentindustrie ervoor zorgen dat mensen geen tv-programma’s konden opnemen op videorecorders. In 1998 probeerden de platenmaatschappijen de mp3-spelers te verbieden. Wij politici moeten duidelijk maken dat we niet bereid zijn ons land in een technologie-vijandige controlestaat te veranderen om het Antipiracy Bureau en hun kornuiten tevreden te stellen.

Een bijdrage van Karl Sigfrid

Karl Sigfrid is lid van het Zweedse parlement voor de Moderaterna partij.