Opmars ICT kan tegenstellingen verscherpen

Door Paul Maassen, 04 February 2008

Het grote belang en de vergaande integratie van ICT in het dagelijkse bestaan is niet alleen herkenbaar in de westerse wereld. Ook in de landen waar Hivos werkt is de invloed op vele manieren zichtbaar. In Nairobi wordt er door jongeren intensief ge-smst. In Bangalore zitten de internetcafés vol met mailende jongeren. In Iran zijn weblogs één van de weinige mogelijkheden die resteren om je mening vrijelijk te uiten. Toen de ICT-revolutie van start ging waren de verwachtingen voor ontwikkelingslanden groot en ten dele zijn die al ingevuld. ICT wordt nog vooral gebruikt als communicatie hulpmiddel. Maar steeds meer is het gebruik ook ´strategischer´: om mensen een stem te geven, organisaties beter te laten functioneren en om informatie en kennis te delen.

De overeenkomsten wereldwijd in ICT gebruik laten zien dat spreken van een ‘digital divide’ – tussen noord en zuid, man en vrouw, stad en platteland – steeds minder de lading dekt. De ICT revolutie heeft de wereld tot een dorp gemaakt zoals vaak gesteld wordt. Tegelijkertijd versterkt het bestaande kwetsbaarheden in de samenleving – en creëert het nieuwe – door de intensivering van informatieprocessen.

Wat opvalt, is dat iedereen de effecten voelt van ICT, ongeacht of zij persoonlijk toegang tot deze technologieën hebben of niet. De belangrijkste variabelen hierbij zijn de ongelijkheden die reeds bestaan in de maatschappij, het hebben en gebruiken van ‘checks and balances’, de aanwezigheid van kritische burgers en maatschappelijke organisaties en de mate van kennis (en voorlichting) over hoe ICT wordt gebruikt, door wie, en voor welk doel. De intensieve integratie van ICT in het dagelijkse leven vraagt om formeel beleid (en handhaving) van de zijde van de overheid op het raakvlak van mensenrechten en ICT. Tegelijkertijd vraagt het om een brede discussie over wat een aanvaardbaar offer is in de jacht op nationale veiligheid, verbeterde efficiëntie, optimalere dienstverlening of hogere winsten.

Op een aantal aan die mensenrechten rakende aspecten ga ik iets dieper in:

  • Informatie sporen en ‘data mining’
    Internet geeft gebruikers de kans om intensief informatie te delen en te ruilen. De meeste van hen – vooral jongeren – gebruiken die mogelijkheden vol overgave en zonder kritiek. Wat zij zich niet realiseren – en zeker niet in zuidelijke contexten – zijn de gevaren die dit met zich meebrengt. Het spoor van informatie die zij achterlaten online kan gebruikt en hergebruikt worden door anderen. Gebruikers kunnen zonder het door te hebben informatie onthullen over voorkeuren, routines en meningen die door anderen verzameld en gebruikt worden. Het onderscheid tussen commercieel en niet commerciële informatie wordt steeds vager, aangezien gegevens die onder het ene voorwendsel worden verzameld later kunnen worden doorverkocht of bijvoorbeeld opgeëist worden voor veiligheidsbelangen, censuur of politieke doeleinden. Weten wat er met je informatie gebeurd en recht op privacy is binnen de Nederlandse context misschien nog slechts een intellectuele discussie, maar is zeker in repressieve samenlevingen uiterst relevant.
  • Digitalisering en decontextualisering van persoonlijke gegevens
    Een bijeffect van het digitaal opslaan van gegevens is dat het gemakkelijker is om gegevens te delen en diverse gegevensbronnen te verbinden met elkaar. Deze mogelijkheden kunnen tot vervormde beelden van informatie of mensen leiden, en daarmee tot problemen voor het individu. Een recent Nederlands voorbeeld is het gebruiken van Google en Hyves door personeelsmanagers die meer over sollicitanten willen weten. Een zuidelijk voorbeeld is het op straat komen te liggen van de medische gegevens van mensen die met hiv besmet zijn. Dit creëert vervolgens nieuwe kwetsbaarheden zoals discriminatie bij het vinden van werk of het huren van een huis. Net als in het echte leven gedragen mensen zich ook in de virtuele wereld anders in verschillende contexten. Alleen is het scheiden van die verschillende werelden lastiger.
  • Digitalisering van burgerschap
    De ICT revolutie heeft in bepaalde aspecten de ongelijkheden in de samenleving versterkt. Sommige groepen in de maatschappij zijn uitgesloten van de nieuwe e-maatschappij (`als je digitaal niet bestaat, besta je niet’). De groeiende tendens om burgerschap gelijk te stellen aan (virtuele en papieren) documentatie is problematisch. Het potentieel voor uitsluiting is groot als overheden veranderen in digitale overheden. Een voorbeeld is het plan om digitale identiteitskaarten in India en Indonesië te introduceren. De onderkant van deze samenlevingen bestaan nu – in het papieren tijdperk – al vaak nauwelijks in het bureaucratische web, wat problemen met betrekking tot zorg, onderwijs en andere overheidsdiensten met zich meebrengt. Het digitaliseren van burgerschap brengt voor de armen nog grotere uitsluiting en discriminatie met zich mee.
  • Democratische ‘checks & balances in ICT gebruik
    Het delen en opslaan van al die informatie zou op zich niet riskant zijn, als er effectieve regels en controlemechanismen waren met betrekking tot het gebruik en hergebruik van informatie en de toegang ertoe. Dan gaat het om afspraken over wie data mag gebruiken, over beroepsmechanismen, over de soorten gebruik, over bewaartermijnen. In werkelijkheid, bestaan deze structuren nog niet of zijn ze niet voldoende aangepast aan het digitale tijdperk. Dit is relevant voor rijpere democratieën zoals Nederland, die schijnbaar de verzamelde informatie evenals de rechten van de mens beschermen, maar meer nog voor ontwikkelingslanden. In Europa is de situatie sinds 11 september duidelijk verslechterd. Het intrinsieke internationale karakter van ICT maakt het probleem nog complexer en vergt een internationale benadering, een uitdaging op zich.

Er is een langzame erosie van rechten van de mens gaande, voortvloeiend uit de introductie van ICT, de commercialisering van gegevens en de extreme fixatie op veiligheid. Er is een reëel gevaar dat wanneer angst en onzekerheid het gebruik van technologie bepalen het eindresultaat zal bestaan uit grotere kwetsbaarheden en uitsluiting van de zwakkeren in de samenleving. De mogelijkheden van ICT worden terecht toegejuicht waar het hun bijdrage aan democratisering van informatie en vrijheid van meningsuiting betreft. Maar een inclusieve informatiesamenleving moet gebaseerd zijn op de rechten van de mens. En zelfs dan kan zo´n informatiesamenleving niet gerealiseerd worden zonder kritische betrokkenheid van diezelfde samenleving bij technologie en erkenning van de negatieve effecten die het kan hebben op de rechten en positie van individuen, met name de zwaksten.

Een bijdrage van Paul Maassen

Paul Maassen is Programme manager ICT & Media bij Hivos, Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking.