Bewaarplicht telecommunicatiegegevens

Door Niels Huijbregts, 31 March 2008

Deze week wordt het wetsvoorstel Bewaarplicht Telecommunicatiegegevens plenair behandeld in de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel moet de Europese Richtlijn Dataretentie in het Nederlandse recht worden overgenomen. Kort gezegd komt de wet erop neer dat van alle telecommunicatie tussen alle burgers, gedetailleerde gegevens moeten worden opgeslagen door de telecombedrijven, voor opsporingsdoeleinden.

Dat idee is vanaf het eerste begin zeer omstreden geweest: veel burgers vinden het geen fijn idee dat al hun telefoongesprekken, sms’jes en e-mails worden geregistreerd. Volgens privacy-experts is de bewaarplicht in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Rechtsgeleerden vinden dat het in de gaten houden van miljoenen onschuldige burgers, in strijd is met de Europese rechtsbeginselen. Computerexperts maken zich zorgen over beveiligingsrisico’s van de opslag van zoveel persoonlijke gegevens. En velen vragen zich af of de miljoeneninvesteringen die nodig zijn voor de bewaarplicht, wel iets op zullen leveren.

Ondanks alle bezwaren en protesten werd de Europese richtlijn aangenomen, en moeten de EU-lidstaten die dus overnemen in hun nationale wetten. In onze buurlanden is dat al gebeurd, in Nederland moet de Kamer daar nu dus over beslissen. Om ze te helpen bij die beslissing heeft XS4ALL in een brief aan de kamerleden nog eenmaal zeven belangrijke argumenten op een rij gezet. De gehele brief is hier te downloaden, hieronder zet ik de argumenten kort uiteen:

  1. Ondemocratisch
    In het wetsvoorstel staat dat gegevens moeten worden opgeslagen, maar er staat niet welke gegevens moeten worden opgeslagen. Dat zal later door ambtenaren, buiten de Tweede Kamer om, bepaald worden. De volksvertegenwoordigers mogen dus niks zeggen over welke gegevens worden opgeslagen. Dat is ondemocratisch.
  2. Nut en noodzaak
    Geen enkel onderzoek heeft aangetoond dat de bewaarplicht zal helpen bij het voorkomen van terroristische aanslagen, of op andere wijze nut zal hebben. Daarom zou Nederland zeer terughoudend moeten zijn bij het implementeren van de Europese richtlijn en de gegevens dus zo kort mogelijk op moeten slaan. Maar in plaats van de door Europa bepaalde minimale bewaartermijn van 6 maanden, wil de wetgever de gegevens in Nederland drie keer zo lang bewaren. Dat betekent hogere kosten en risico’s, zonder dat iemand kan vertellen waar dat goed voor is.
  3. Spam
    Van alle e-mails zullen gegevens moeten worden opgeslagen. Aangezien zo’n 95% van al het e-mailverkeer spam is (zie onze spamteller) zal dus de overgrote meerderheid van de opgeslagen gegevens nutteloze troep zijn. Dat maakt de gegevens slecht bruikbaar voor opsporingsdoeleinden omdat zoeken naar nuttige gegevens in al die troep heel lastig zal zijn. Het opslaan van troep is bovendien zonde van het geld.
  4. Harmonisatie
    Een belangrijk doel van de Europese richtlijn is het harmoniseren van de opslag van gegevens door alle lidstaten. Maar de lidstaten hebben bij implementatie van de richtlijn gekozen voor opslag van zeer verschillende gegevens, op zeer verschillende manieren en voor zeer verschillende opslagtermijnen. Die harmonisatie is dus mislukt.
  5. Kosten
    Omdat in het wetsvoorstel niet staat welke gegevens moeten worden opgeslagen (zie punt 1), is niet te voorspellen wat de kosten zullen zijn van de investeringen die moeten worden gedaan om de wet uit te voeren. De Kamer wordt dus gevraagd in te stemmen met een soort carte-blanche wet. Wat wel duidelijk is, is dat de providers die kosten moeten betalen, niet de overheid. En dat is raar, want opsporing is strikt een overheidstaak. De kosten van opsporingsmiddelen zouden dus niet door particuliere partijen moeten worden gedragen.
  6. Oneerlijke concurrentie
    In onze buurlanden betaalt de overheid de kosten die nodig zijn voor de bewaarplicht. Als die kosten in Nederland door de providers moeten worden betaald, onstaat oneerlijke concurrentie met buitenlandse providers. Internet trekt zich immers weinig aan van grenzen, buitenlandse bedrijven kunnen gemakkelijk hun diensten aanbieden op de Nederlandse markt.
  7. Evaluatie
    Omdat volstrekt onduidelijk is of de bewaarplicht wel zin heeft, is het noodzakelijk dat wordt afgesproken dat de wet na een bepaalde tijd wordt geevalueerd. Die afspraak mist in het huidige wetsvoorstel. Wanneer bij evaluatie zal blijken dat de wet niet voldoende bijdraagt aan de bestrijding van criminaliteit, dan moet de wet weer worden afgeschaft.

Het wetsvoorstel staat voor donderdag 3 april op de agenda van de Tweede Kamer.

Een bijdrage van Niels Huijbregts

Niels werkt op de afdeling Public Affairs van XS4ALL als woordvoerder.