Met open vizier op internet

Door Dirk Kloosterboer, 19 May 2008

De politie wil dat bezoekers van internetcafés en bibliotheken zich gaan legitimeren, zodat niemand meer anoniem het internet op kan. Het excuus is dit keer eens niet de dreiging van terrorisme, maar Nigeriaanse oplichters die op grote schaal spam versturen.

Min of meer tegelijk met het voorstel om het anoniem surfen aan te pakken werd bekend dat de politie de kentekens gaat registreren van auto’s in de buurt van Zwolle. Dit gaat zelfs Elsevier te ver. Het moet maar eens afgelopen zijn met de inbreuken op onze privacy, zo waarschuwt het blad.
Je zou ook anders kunnen reageren. Denk aan de Amerikaanse kunstenaar Hasan Elahi, die na 9/11 opeens in beeld kwam bij de FBI vanwege zijn Arabisch-klinkende naam.

Om problemen te voorkomen vertelde Elahi de FBI keurig wanneer hij het vliegtuig nam. Maar hij ging nog een stap verder. Hij maakte een website waar je de meest gedetailleerde informatie over hem kan vinden: de lokatie waar hij zich bevindt, telefoonrekeningen, bankafschriften en foto’s van zijn maaltijden.
Anonimiteit bestaat niet meer, en maximale openheid is wat Elahi betreft een zinnige strategie om daarop te reageren. Het is geen passieve strategie: hij gaat ervan uit dat mensen zelf hun digitale identiteit of identiteiten vormgeven.

Elahi laat zien dat het einde van de anonimiteit verschillende vormen aan kan nemen. Aan de ene kant is er het big brother-model: overheid en bedrijven weten van alles over ons, vaak in het geniep en zonder dat we ons ervan bewust zijn.

Het alternatief is de strategie van de totale openheid. Voor Elahi is dat een vrijwillige strategie, maar je zou openheid ook op kunnen leggen. Als de politie bijhoudt wie er op internet actief is, dan zou je die identiteit ook voor iedereen zichtbaar kunnen maken. Een soort internetvariant van het verbod op gezichtsbedekking.

Tegenstanders zullen wellicht aanvoeren dat we het laatste restje digitale anonimiteit juist moeten koesteren, al was het maar om vrijheid van meningsuiting te garanderen voor onderdrukte groepen.

Daar valt iets voor te zeggen, maar er zijn ook weer argumenten tegenin te brengen. Ten eerste is de anonimiteit op internet grotendeels illusoir gezien de mogelijkheden die overheidsinstanties al hebben om je identiteit te achterhalen: als zij die informatie al hebben, waarom dan niet iedereen?

Ten tweede kan je je afvragen wat de waarde is van vrijheid van meningsuiting als meningen anoniem blijven: een standpunt ontleent zijn betekenis gedeeltelijk aan degene die zijn of haar naam eraan wil verbinden.

En ten derde hebben we aan die anonimiteit ook een hoop botte en racistische commentaren te danken van mensen die waarschijnlijk een stuk terughoudender zouden zijn als ze aangesproken zouden kunnen worden op hun uitspraken.

Misschien is dit nog geen waterdichte argumentatie om anonimiteit op internet maar op te heffen. Maar op zijn minst is het zinvol om na te denken over openheid als antwoord op de ongebreidelde nieuwsgierigheid van overheid en bedrijfsleven.

Een bijdrage van Dirk Kloosterboer

Dirk schrijft voor de website Nieuws uit Amsterdam. www.nieuwsuitamsterdam.nl