Vrijheidsbeperking met nieuwe middelen

Door Laurens Mommers, 30 June 2008

Controleneurose overheid schept virtuele dwangbuizen

Een greep uit de thema’s waarover dezer dagen wetgevingsinitiatieven in de Tweede Kamer aan de orde zijn: het elektronisch patiëntendossier, gokken op internet, doorverkoop van concertkaarten, en het vastleggen van gegevens over internet- en telefoongebruik. Ze hebben gemeen dat ze te maken hebben met ons ‘digitale leven’, en dat de overheid er meer greep op probeert te krijgen. Dat laatste is natuurlijk niet uniek te noemen, maar brengt wel grote risico’s met zich mee voor onze vrijheid. De overheid past terughoudendheid bij de regulering van bepaalde aspecten van de informatiemaatschappij, omdat die regulering vaak veel directer ingrijpt in het leven van mensen dan ‘gewone’ regulering.

In enkele van de bovengenoemde initiatieven is het risico van symboolwetgeving reëel. Zo is het erg onwaarschijnlijk dat straks concertkaarten werkelijk niet meer worden verkocht voor meer dan de nominale waarde. Daarnaast is er een serieuzer consequentie, namelijk overregulering. Dat fenomeen leidt in een digitale context tot virtuele dwangbuizen. Zo levert het elektronisch patiëntendossier via een koppeling aan het Burger Service Nummer een risico op van uitsluiting van zorg. En de vastlegging van gegevens over surf- en belgedrag kan leiden tot gedragsverandering uit angst voor een verdacht profiel.

Virtuele dwangbuizen moeten we vrezen, want ze belemmeren ons in onze vrijheid – en bovendien beperken ze zich in hun uitwerking niet tot de digitale wereld. We zien ze bijvoorbeeld bij de invoering van de OV-chipkaart. Voor die invoering is het noodzakelijk de analoge werkelijkheid vertalen naar ‘digitale voorwaarden’. Dat is een lastig proces vol voetangels en klemmen. Wie heeft recht op welke korting? Hoeveel kilometer heeft iemand gereden? Mag hij nog overstappen op een ander vervoermiddel? Meer dan de gehackte chip maken een complex tariefsysteem, een gebrek aan pragmatisme en minachting voor de privacy van de reiziger het systeem kwetsbaar.

Bovendien is het systeem gekoppeld aan fysieke belemmeringen, zoals de toegangspoortjes in de metro. Op het raakvlak van de virtuele en de fysieke werkelijkheid treden nieuwe risico’s op. Als uw navigatiesysteem zegt dat u moet omkeren, terwijl u recht naar uw bestemming rijdt, kunt u dat systeem negeren. Het bestuurt uw auto namelijk niet. Dat geldt niet voor de poortjes die u straks op stations overal in het land tegenkomt. Die vormen een fysieke barrière. Als u ’s avonds moederziel alleen voor station Schiedam staat, en uw OV-chipkaart is defect of bevat geen saldo, probeer dan nog maar eens een trein in te komen.

Telefonische menu’s die u niet doorlaten naar een echte medewerker, en spamfilters die spam wél doorlaten maar valide e-mail niet, zijn andere voorbeelden van virtuele dwangbuizen. Ze worden vaak veroorzaakt door een vorm van ‘eigenrichting’. Als er veel spam wordt verstuurd vanaf een bepaalde computer, dan wordt vaak alle e-mail vanaf die computer ‘geboycot’, waardoor de geadresseerden hun berichten niet ontvangen. In feite gaat het om een ernstige inbreuk op vrijheden van individuen, die ongesanctioneerd blijft.

In de echte wereld hebben we een wetgevende, uitvoerende en een rechterlijke macht. De virtuele werkelijkheid is vooralsnog vooral een speeltuin voor mensen die zich zonder wettelijke basis bevoegdheden uit al deze drie categorieën willen aanmeten. Waar de virtuele en de echte werkelijkheid samenkomen, grijpt virtuele regulering bovendien rechtstreeks in op de wereld om ons heen. De wetgever zou zich daar meer rekenschap van moeten geven. Bescherming van onze vrijheden moet in een rechtsstaat zwaarder wegen dan de controleneurose van de overheid.

Een bijdrage van Laurens Mommers

Dr. Laurens Mommers is verbonden aan eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij, Universiteit Leiden. Hij is daarnaast werkzaam bij Legal Intelligence in Rotterdam.