Nederlandse regering negeert morele basis van eigendom

Door Daniël Schut, 20 August 2008

In de afgelopen jaren heeft de ‘contentindustrie’ er van langs gekregen. Ze zouden zich niet willen aanpassen aan de nieuwe tijd en vasthouden aan oude bedrijfsmodellen. Met dank aan internettechnologie kan de consument haar eigen content maken en distribueren, en rechthebbenden zouden niets anders doen dan diezelfde consument suf procederen wegens piraterij, zo denkt men.

De realiteit laat zien dat de contentindustrie wel degelijk nieuwe businessmodellen lanceert. iTunes is een heel goed voorbeeld, maar initiatieven als hulu.com (vooralsnog alleen in de VS), en de recent bekend gemaakt samenwerking tussen CBS en Youtube, zijn ook interessant. Maar deze businessmodellen kunnen alleen tot volle wasdom komen als er géén illegtieme, parallelle markt van gepirateerde, gratis content bestaat. Want waarom zou de consument nu ook maar een heel klein beetje betalen voor een film die over een maand in premiere gaat, als ze vandaag al een gestolen kopie kan downloaden via een torrentsite of nieuwsgroep?

Maar wacht even - hoe zit het dan met de ontwikkeling naar een participatieve economie, bijvoorbeeld via creative commons licenses? Een CCL is een alternatief bedrijfsmodel. Maar een dergelijke licentie gaat uit van hetzelfde morele idee waar het ‘oude’ auteursrechtregime deels op rust: het morele recht dat de producent van een werk zelf bepaalt door wie, en onder welke omstandigheden dat werk geconsumeerd wordt. Reden hiervoor is de morele basis van eigendom: iets wordt jouw eigendom als het de vrucht van jouw arbeid is – voor geen enkel ander werk geldt dat meer dan voor creatief werk.

Creatieven kiezen zelf hoe ze hun werk beschermen: onder een CCL of onder het klassieke auteursrecht. Welk model beter is, bepaalt de consument – hoewel het te denken geeft dat er geen bioscoophit onder een CCL geproduceerd is. Die concurrentie tussen modellen moet wel eerlijk gebeuren: kiest een producent van een creatief werk voor de bescherming van het klassieke auteursrecht, dan dient die keus gerespecteerd te worden. En dus hoort niet een dag later hetzelfde werk via piraterij vrij downloadbaar te zijn.

De overheid dient die eerlijke concurrentie tussen verschillende bedrijfsmodellen mogelijk te maken. Buiten Nederland gebeurt dat: Het Franse parlement stemt binnenkort over de “Creatie en Internet-Wet”, die rechthebbenden helpt hun werk te beschermen én innovatie voor de consument stimuleert, en volgens richtlijnen van de Europese Commissie dient downloaden van volledig beschermde content een zeldzame uitzondering te zijn –terwijl CCL gezien wordt als een gewoon, legitiem alternatief.

Maar de Nederlandse overheid lijkt er op uit te zijn het klassieke model eigenhandig om zeep te helpen, bijvoorbeeld door de recente rechterlijke uitspraak te negeren dat downloaden uit kennelijk illegale bron illegaal is, en door “User Generated Content” tot de heilige graal te verklaren, zoals gebeurde in net uitgebrachte Beleidsbrief Convergentie van het Ministerie van Economische Zaken. Door zelf die keus te maken houdt ze de parallelle markt voor gepirateerde content in stand, en hindert de overheid eerlijke concurrentie tussen bedrijfsmodellen. Maar erger nog, ze legitimeert een wijdverspreide schending van het morele principe van eigendom – dat de vrucht van onze arbeid van ons is. Een slechte zaak voor een regering die normen en waarden hoog in het vaandel claimt te hebben.

Dit artikel is gepubliceerd onder een Creative Commons licentie.

Een bijdrage van Daniël Schut

Daniël Schut is Public Affairs Consultant bij Fleishman-Hillard en werkt momenteel voor NBC Universal. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel, en de meningen geuit in dit artikel komen alleen voor rekening van de auteur.