Ik wil niet dat de staat mijn fiets kan traceren

Door Tijmen Wisman, 27 August 2009

Stel, uw fiets wordt gestolen. Enigszins teleurgesteld gaat u naar de fietsenwinkel. De verkoper luistert aandachtig en raadt u aan om uw nieuwe fiets uit te rusten met een RFID-chip, een technologie die het mogelijk maakt om uw fiets contactloos te identificeren. U vraagt verbaasd waarom u dat zou willen.

De verkoper vertelt dat op deze wijze uw fiets heel makkelijk kan worden teruggevonden door opsporingsambtenaren. Het is namelijk de bedoeling dat de unieke code die op de chip staat, wordt gekoppeld aan uw naam en in een database terechtkomt die door de overheid wordt beheerd. Hoewel u het nut hiervan inziet, vindt u het geen prettig idee dat uw fiets voor de overheid traceerbaar wordt. U besluit om geen chip te laten plaatsen. Maar zodra u dit zegt, vernauwt de blik van de verkoper. “Ik geloof dat u mij niet helemaal begrijpt”, zegt hij. “Ik zei dat dit een goed idee was.”

Bovenstaand stukje fictie kan natuurlijk aflopen met een sisser. U zou de winkel kunnen verlaten om op zoek te gaan naar een fietsenverkoper met een minder hoge bloeddruk. Maar helaas is het verhaaltje niet uit de lucht gegrepen. Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) opperde onlangs namelijk om fietsen verplicht te voorzien van een chip. Nederland voert, heel verrassend, de lijst aan van landen waar de meeste fietsen worden gestolen. Dit leek hem het ideale middel om dat te voorkomen. Is dit een gepaste maatregel binnen een democratische rechtsstaat? Mensen dwingen om hun eigendom uit te rusten met een radiochip?

De publieke ruimte begint steeds meer te worden tot een ruimte waar de overheid algehele controle over u uitoefent. Nu hoort een staat effectief gezag uit te oefenen en is een ondermijning hiervan een gevaar voor hem. Een staat gebaseerd op democratische rechtsbeginselen zou echter zeer kritisch moeten zij ten opzichte van maatregelen die een inperking betekenen van deze rechtsbeginselen. Zeker wanneer deze niet noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het effectieve gezag, maar wel de medewerking van burgers vereist. De overheid is er in de eerste plaats om de burger te dienen, niet andersom.

Met het ‘chippen’ van mijn fiets kan ik een eigenbelang dienen maar ik dien er ook een staatsbelang mee: Joop Atsma’s staatsbelang om met Nederland niet meer bovenaan te staan op de lijst van fietsendiefstallen. Het lijkt mij meer dan logisch dat de keuze om je fiets te chippen bij jezelf ligt.

Een krankzinnig plan als dat van Atsma opent de deur naar het van chips voorzien of het op een andere manier controleerbaar te maken van meer zaken van de burger. Dan kunnen we net zo goed alle merkkleding gaan chippen en opsporingsambtenaren mensen op straat laten scannen. Wee je gebeente als jouw polo van Lacoste niet echt is!

De vraag moet dus zijn: waarop baseert de overheid haar recht om zover in te grijpen in de persoonlijke vrijheid van het individu? Atsma zou er verstandig aan doen deze overweging mee te nemen bij het bedenken van zijn volgende proefballonnen, in plaats van mee te gaan met de tijdsgeest van de controledrang. Als goed christen zou hij het verschil tussen barmhartigheid en bemoeizucht toch moeten weten?

Een bijdrage van Tijmen Wisman

Tijmen is privacy consultant, jurist, filosoof en mc/rapper.